• E-mail dit bericht
  • This page as PDF

Drie wegen naar een krachtige leeromgeving

Geplaatst op maandag, 19 oktober 2009 | door Onderwijs Maak Je Samen

 

door Linda Spaanbroek

 

Alle dagen pauze

Is het je wel eens opgevallen dat veel kinderen op school wel aanwezig zijn, maar er niet écht lijken te zijn?
“They go through the motions” zoals de Engelsen zeggen. Ze doen wat er gedaan moet worden. Maar sprankelen doen ze niet. Het zijn kinderen die min of meer afgevlakt in de klas zitten. En pas tot leven lijken te komen als het pauze is.

 

Bij die kinderen is sprake van een vorm van demotivatie die de gemakshalve vaak over het hoofd zien. Het zijn immers kinderen waar je als docent of leerkracht niet echt last van hebt. Hun resultaten zijn voldoende en hun gedrag stoort niemand.

 

Deze vorm van demotivatie is weliswaar niet storend voor jou als onderwijsgevende, maar veroorzaakt een verlaagd leerrendement en afnemend welzijn bij het kind zelf. Zoals je in mijn eerdere artikelen al regelmatig hebt gelezen, is bij deze kinderen sprake van een vorm van stress die wel degelijk negatieve effecten heeft op hun ontwikkeling.

 

De crux van het probleem zet in het feit dat deze kinderen zich niet in een krachtige leeromgeving bevinden. Er is wel een leeromgeving, maar niet een die werkelijk stimulerend is en de motivatie ondersteunt.

 

De oplossing ligt dan ook voor de hand: creëer een krachtige leeromgeving. Een krachtige leeromgeving brengt de nieuwsgierigheid en de sprankeling-in-de-ogen van je leerlingen terug.

 

Realiseer je dat de omgeving waarin iemand zich bevindt, zeer bepalend is voor de motivatie. En dat motivatie zorgt voor welzijn en een goed leerrendement. Het is daarom belangrijk een leeromgeving te bieden waarin de motivatie kan ontstaan. Zoals je weet is dit een leeromgeving die gevoelens van competentie, autonomie en sociale verbondenheid van de leerlingen faciliteert.

 

Pas er daarbij overigens voor op dat je het gevoel krijgt dat je je hele onderwijs in één keer moet omgooien. Streef daar niet naar! Het is al geweldig als je op onderdelen een krachtige leeromgeving kunt creëren. Doe je een ervaring op. Daarna volgt stap voor stap de rest. In een tempo dat bij jou en je leerlingen past.

 

Gun jezelf de kleine succesjes bij het experimenteren met onderdelen van een krachtige leeromgeving. Dat helpt je om door te zetten en steeds meer en vaker te zoeken naar wegen om de leeromgeving voor jou leerlingen écht krachtig te maken. En daarmee motiverender.

 

Dit zijn er drie werkwijzen waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze bijdragen aan motivatie en een hoger leerrendement:

 

1. Geef opdrachten die uitgevoerd kunnen worden in een authentieke context. Bij een authentieke context moet je denken aan een situatie of omgeving die levensecht is. Of minimaal zo levensecht als mogelijk is. In een authentieke context is alles wat je leert gekoppeld aan een activiteit of een handeling. Ga naar buiten om de oppervlakte van een weiland te bepalen, stapt de supermarkt in om boodschappen te doen (waarbij je aandacht besteedt aan rekenen & economische begrippen) en kook daarna gezamenlijk een diner (waarbij je aandacht besteedt aan inhoudsmaten & wegen). Of creëer een min of meer authentieke context door te werken met naar actieve vertellingen (ook wel verhalend ontwerpen genoemd – een uitgebreid artikel hierover kun je hier downloaden: http://www.alledagenpauze.nl/pdf/Narratieve_vertellingen.pdf)

 

2. Laat leerlingen (samen) experimenteren. En dan niet een experiment waarbij jij voorschrijft welke stappen er precies gezet moeten worden om tot het goede resultaat te komen, maar daadwerkelijk experimenteren. Laat je leerlingen uitproberen en fouten maken, uitvogelen wat er mis zou kunnen zijn en opnieuw beginnen. Dát maakt het leren krachtig en zorgt dat het onderwerp beklijft.

 

3. Ga (samen) reflecteren. Stimuleer leerlingen om na te denken over wat er goed is gegaan en wat beter kan. Hierbij leg je in feite een groot deel van de verantwoordelijkheid voor het leerproces bij de leerling zelf. Niet jij bent degene die controleert en beoordeeld wat goed ging en wat fout, maar de leerling zelf. Om vervolgens door jou gestimuleerd te worden om er over na te denken wat maakte dat het ene wel en het andere niet soepel verliep.

 

Bij bovenstaande drie werkwijzen is het van groot belang dat jij als docent of leerkracht als rolmodel en vangnet fungeert. Zorg ervoor dat jouw gedrag en de manier waarop jij dingen aanpakt, een spiegel zijn van wat jij je leerlingen graag zou zien doen. Waarbij je er altijd voor zorgt dat je beschikbaar bent als leerlingen het moeilijk vinden om om te gaan met de authentieke context, het experimenteren of het reflecteren.

 

Het helpt ook als je er door gesprekken met de leerlingen voor kunt zorgen dat zij leren echt als een doel ervaren. Bovenstaande werkwijzen hebben het meeste rendement als er niet ’zomaar’ iets gedaan wordt, maar de activiteit samenhangt met een duidelijk, begrijpelijk en voor de leerling nuttig leerdoel.

 

Nogmaals: begin klein. Pak er eens een experimentje bij, ook als je denkt dat je vak zich daar niet direct voor leent. Ga de straat op om je lessen authentiek te maken of start met een reflecteren in plaats van controleren.

 

Je zult merken dat ook kleine stapjes op dit gebied de motivatie van je leerlingen sterk verhogen. Zodat jij de sprankelen in bij je leerlingen weer terugziet in de klas en niet alleen in de pauze – zo zorg je voor Alle Dagen Pauze ;-).

Gerelateerde artikelen

© 2001 - 2011 Onderwijs Maak Je Samen