Hierbij worden de volgende stappen gezet:
Leerlingen vormen twee kringen:
Eerst vormen de leerlingen één grote kring. Twee leerlingen die naast elkaar staan, gaan achter elkaar staan, waarbij één in de kring blijft en de ander naar voren stapt en zich omdraait. Zo ontstaan een binnenkring en een buitenkring.
In elk tweetal praat één leerling.
De leerlingen uit de binnenkring vertellen iets naar aanleiding van een vraag of opdracht van de leerkracht.
De leerlingen wisselen van rol.
Leerlingen uit de buitenkring vertellen nu, terwijl de leerlingen uit de binnenkring luisteren.
Eén van de kringen roteert met de klok mee.
De leerkracht geeft aan hoe ver.
Een voordeel van deze werkvorm is dat veel kinderen tegelijkertijd actief bezig zijn. In plaats van één leerling die vertelt over het weekend, is nu de helft van de leerlingen aan het praten. Een tweede voordeel is dat alle leerlingen hun verhaal vertellen, ook de meer verlegen kinderen. Ten derde leren de leerlingen hun klasgenootjes beter kennen, wat de sfeer in de klas ten goede komt.
De Binnen/Buiten kring is voor vele soorten inhouden te gebruiken. Zowel voor persoonlijke (hobby, weekend, favoriete muziek etc.) als in relatie tot leerstof (activeren voorkennis, herhalen, inoefenen)
Wilt u meer informatie over Structureel Coöperatief Leren, neem dan contact op met uw onderwijsbegeleidingsdienst.
Liesbeth Ruijs / DOBA Onderwijsadviseurs
www.doba.nl
















