Op de Onderwijs Research Dagen (ORD) 2010, die afgelopen week plaatsvonden aan de Universiteit Twente, was Christopher Day, hoogleraar onderwijskunde aan de universiteit van Nottingham, een van de belangrijkste sprekers.
Hij betoogde: “Onderwijsvernieuwingen kunnen alleen maar een succes worden als de leraren betrokken zijn. Leraren doen ertoe. “ Die betrokkenheid kan volgens Day echter alleen tot stand komen als de werkomgeving stimulerend is.
Vernieuwingen vallen of staan bij de wil en capaciteit van leraren om abstracte principes uit nieuwe onderwijsconcepten te vertalen in concrete lesmethodieken. Vernieuwingen, die echter top-down opgelegd worden, blijken uit onderzoek vaak geheel of gedeeltelijk te mislukken. “Zonder het engagement van leraren is nog nooit een school beter geworden”, schrijft Day dan ook in zijn onderzoeksrapport Teachers Matter. Onderwijsvernieuwingen kunnen alleen maar een succes worden als de leraren betrokken zijn.
“Van leraren wordt een steeds grotere bijdrage verwacht aan het academische, sociale en emotionele welbevinden van leerlingen. Daarom is het belangrijk oog te hebben voor het gevoel van welbevinden van de leraren zelf.”
De factoren, die van invloed zijn op dat persoonlijke welbevinden zijn volgens Day: het overheidsbeleid, de schoolorganisatie, de schoolcultuur en persoonlijke aspecten.
- Het overheidsbeleid: is vaak gericht op korte termijn denken (regeringen zitten niet lang) en ‘leraren worden in het korset van toetsscores geperst en besteden kostbare tijd aan een duizelingwekkende hoeveelheid cijfers.’
- De schoolorganisatie en de schoolcultuur: goede schoolleiding, goede relaties met leiding en collega’s, goed zicht op de algemene doelstellingen
- De Persoonlijk aspecten: denk niet alleen aan de professionele kwaliteit en kennis van de leraar, maar ook zijn mate van persoonlijke inzet
Day maakt zich met name zorgen over de negatieve invloed van het overheidsbeleid:
- Ik ben zeker niet tegen toetsen als je rekening houdt met wat we in Engeland “in de context geplaatste toegevoegde waarde” noemen. Met andere woorden, vooruitgang en prestaties en niet alleen maar prestaties. Je verwacht van een kind uit een achterstandswijk dat hij het minder zal doen dan een meer geprivilegieerd kind. In de context geplaatste toegevoegde waarde betekent dat je kijkt naar de vooruitgang die het kind heeft gemaakt in relatie tot zijn achtergrond. En naar wat het jaar, of de twee of drie jaar sinds hij in het systeem is gekomen aan zijn onderwijsniveau heeft toegevoegd.
- Een gevaar is bovendien dat scholen door het vele toetsen en inspecteren in verleiding komen alleen voor de toets les te geven. Dat zou een verenging van de leerervaringen van kinderen betekenen en leraren kunnen zich minder verantwoordelijk gaan voelen voor de kennisontwikkeling, gedrag en welbevinden van de kinderen.
Day: ‘De huidige cultuur is er een van scheiding tussen overheid en leraren. Het kost tijd en moeite om die cultuur te veranderen, maar ik denk wel dat het kan. Veel scholen werken daar aan. Van belang is hoe schoolleiders handelen en zich opstellen. Zij zijn op een bepaalde manier de grensbewakers tussen praktijk en beleid. Goede schoolleiders voeren niet gewoon het beleid uit, ondermijnen het ook niet, maar zijn in staat het beleid te plaatsen in de context van de school. Dus het beoordelingsvermogen van de schoolleider en zijn vaardigheid om harmonieuze, professionele relaties op te bouwen binnen de school en met de gemeenschap zijn voor leraren erg belangrijk. Het komt goed als we voor de scholen meer van zulke leiders krijgen, leiders die vooruit kijken.’
















