De massale invoering van digiborden zorgt voor een mooie kans binnen het onderwijs. Natuurlijk is het een grote winst dat we met digiborden onder andere (bewegende) beelden in het onderwijs de ruimte geven. Maar daarnaast ligt er een mogelijkheid die nog niet zo voor de hand ligt, maar een enorm potentieel heeft; het leren leren van en met elkaar.
Het is een paradoxale gang van zaken. Aan de ene kant wordt er steeds meer aandacht gegeven aan samenwerkend leren. En aan de andere kant vindt elke leerkracht het (digitale) wiel opnieuw uit. ´Teach what you preach´ heeft nog veel terrein te winnen. Dat doet me denken aan de tijd dat ik nog op de Pabo zat. ´Adaptief onderwijs´ werd ons tijdens de college klassikaal frontaal aangeboden. Daar werd de trend al gezet.
Het is dus ook wel logisch dat leerkrachten niet vanzelf kennis en vaardigheden samen delen. Na de onderdompeling van de knoppencursus trekt iedereen zich weer terug naar zijn eigen lokaal. En dan ontstaan er grote verschillen in het gebruik van het digibord. Voor de één is het een digitaal krijtbord, terwijl het voor de ander een middel wordt om interactief les te geven met behulp van beelden die zijn of haar onderwijs ondersteunen en verbeteren.
Er wordt snel gedacht dat de eerste, de laatste leerkracht niks meer zou kunnen leren. Mijn ervaring is dat iedereen altijd iets weet, wat een ander niet weet. Zoals Galileo Galilei zei: “Ik heb nooit iemand ontmoet, die zo dom was dat ik niets van hem kon leren. ” En dit gaat van het basale niveau van een andere kleur krijgen om mee te schrijven tot het maken van Flipcharts en Notebookbestanden waarbij kinderen in circuitvorm zelfstandig aan het bord een (deel van de) les doorlopen.
Vaak wordt er gedacht dat leerkrachten dat zelf wel uitvinden en implementeren. Voor de voorlopers geldt dat grotendeels ook. Maar de grote middengroep die graag wel wil, kan echt wel wat collegiale interactie gebruiken.
De prioriteitenlijst van de meeste vergaderingen worden toch met heel andere zaken gevuld. Stel je voor dat een deel van die algemene vergadering invult met het praktisch leren van elkaar in kleine groepjes. Een of twee keer in de maand scholing door en met eigen mensen. Het blijkt elke keer weer dat er kwaliteit op school genoeg is.
En als er eenmaal een cultuur ontstaan is van met elkaar leren, kan het met de gewenste inhoud worden gevuld. Daarom zeg ik: Gebruik het geheel om er meer van te maken dan de som der delen.
Door: Yorick Saeijs, Trainer Onderwijs Maak Je Samen
Wilt u graag meer weten over slim en samen leren? Klik hier voor een E-college.
















