Gisteren moest ik surveilleren op het voetbalveldje achter de school. Groep 5 tot en met 8 waren daar aan het voetballen, aan het kletsen, verstoppertje aan het spelen of gewoon aan het kijken. Ik volgde de voetbalwedstrijd die gaande was van heel dichtbij, omdat er de laatste tijd nogal lomp gevoetbald wordt. Deze keer ging het ook mis. Hakim werd getackeld door Tim en knalde daardoor bovenop Sharif.Sharif bezeerde zich en begon te huilen, Hakim stond op en voetbalde verder.
Ik liep snel naar Sharif om te kijken hoe het met zijn verwondingen was. Dat viel mee gelukkig, maar de schrik zat er goed in. Ik riep Hakim bij me en het eerste wat hij zei was: ‘Het was een ongeluk hoor!’ Dat had ik natuurlijk wel gezien, ik stond niet voor niets zo dichtbij te kijken. Ik zei: ‘Dat had ik gezien Hakim, maar Sharif is er wel erg geschrokken. Je…’ Maar ik kreeg niet de kans om uit te spreken. ‘Ik krijg toch altijd de schuld, ik luister niet meer…’ ‘Hakim, ik zei zojuist dat ik…’ ‘Ik deed het niet express, tjongejonge,’ en hij draaide met zijn ogen en wuifde met zijn hand. Toen leek er iets te knappen in me. ‘Hakim, ik zie dat je boos bent, maar je houding is onacceptabel. Pak je jas en ga maar naar binnen, ik wil je hier nu niet bij hebben.’
Kinderen lijken meer en meer de discussie aan te gaan met volwassenen. Volwassenen lijken meer en meer bereid om de discussie te voeren met kinderen. De tijd van ‘omdat ik het zeg’ lijkt voorbij. Kinderen eisen gehoord te worden, eisen uitleg en nemen geen genoegen met het laatste woord van de leerkracht. De ‘ja maars’ zijn niet van de lucht, het draaien met de ogen en zelfs het wegwuiven met de handen hoort bij het gedrag dat kinderen laten zien als ze het niet met je eens zijn. Ik weet dat ik daar ontzettend gevoelig voor ben. Dolgraag ga ik met kinderen in dialoog over van alles en nog wat, maar uiteindelijk ben ik degene die in de klas bepaalt wat er gebeurd. Dus ook wanneer regels gehandhaafd worden en sancties nodig zijn. Daarover voer ik geen discussie.
Hoe moeten we met kinderen omgaan die ongewenst gedrag laten zien? Moeten we hen tot in den treuren blijven waarschuwen of moeten we geen ruimte laten en dat gedrag de kop indrukken? Moeten we ons verplaatsen in het kind en op zoek gaan naar de oorzaak van het gedrag of moeten we met hen in discussie?Ik ben van mening dat alle kinderen gebaat zijn bij duidelijkheid. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn en waar de grenzen liggen. Die grenzen mogen ze gerust opzoeken, maar dan moeten ze wel weten wat dat inhoudt. Gedrag dat ongewenst is, moet gestopt worden. Later is er dan tijd om het gedrag te analyseren.
Het gedrag stoppen, kan op verschillende manieren. Niet alle kinderen gedijen onder ‘een strenge aanpak’. De één heeft wat meer begrip nodig, de ander weet bij een hard geroepen ‘stop’ wat van hem verlangt wordt. Het gedrag moet stoppen op dat moment en moet op langere termijn niet meer voor komen. Daar kan een ‘training’ op gezet worden, waarbij belonen ook een goed middel kan zijn.
We moeten als leerkrachten en als volwassenen ongewenst gedrag tegengaan. Veiligheid van andere kinderen moet namelijk altijd gewaarborgd blijven. Maar dan is het wel van belang dat we samen begrijpen wat ongewenst gedrag is. Is schreeuwen en rennen ongewenst? Dat ligt aan de plaats waar het gebeurt. Is het dragen van een pet ongewenst? Ligt eraan. Als je de ogen kunt zien, hoeft het geen probleem te zijn. Is zitten op de tafel ongewenst? Als het bijdraagt aan de betrokkenheid, lijkt me dat geen probleem.
Als team moet je samen de regels helder hebben en vooral je motivatie daarachter. Dan pas kun je het uitdragen naar kinderen. En bovenal: sta als team sterk. Spreek kinderen van alle groepen aan als zij ongewenst gedrag laten zien, niet enkel je ‘eigen leerlingen’. En hanteer allemaal dezelfde sancties. Zo blijven regels en consequenties helder en duidelijk voor kinderen en weten zij waar ze aan toe zijn.
Ellen Emonds
Geen gerelateerde items
















