• E-mail dit bericht
  • This page as PDF

“We houden de onderpresteerders een worst voor”

Geplaatst op dinsdag, 1 november 2011 | door Onderwijs Maak Je Samen

Joost van Rijn, rector Lek en Linge-college, probeert jongensachtige leerstijl uit.

Rector Joost van Rijn is het schooljaar enthousiast en hoopvol begonnen. Nadat hij jarenlang heeft moeten toekijken hoe zijn VWO-klassen meisjesklassen werden en jongens afzakten of afhaakten, experimenteert zijn school nu met een speciale groep waarin onderpresteerders flink op sleeptouw worden genomen en een meer jongensachtige leerstijl krijgen aangeboden.

Joost van Rijn

Joost van Rijn - Rector Lek en Linge-college

In interviews, in debatten, op zijn eigen school. Joost van Rijn hamert al jaren op de verschillen tussen jongens en meisjes in de tienerleeftijd en op de verspilling van talent van jongens die massaal onderpresteren. Een andere aanpak in het onderwijs, waarvan vooral jongens kunnen profiteren, is volgens hem noodzakelijk. Nu er ineens alom aandacht is voor de sekseverschillen en voor het achterblijven van jongens in het onderwijs, heeft Van Rijn alweer een volgende stap gezet. Zijn school probeert een nieuwe visie uit, met veel aandacht voor de manier waarop jongens leren. Maar ook meisjes kunnen er baat bij hebben.

Doen jongens het echt zo slecht?

“De cijfers bij ons op school zijn vergelijkbaar met de landelijke cijfers. Dat houdt bijvoorbeeld in dat veel jongens een niveau afdalen, van VWO naar Havo en van Havo naar Vmbo. Maar het gaat niet zozeer om jongens versus meisjes, het gaat om de leerstijlen. Het huidige onderwijs is meer gericht op een meisjesachtige leerstijl en te weinig in staat om positief in te spelen op de jongensachtige leerstijl. Ik wil eraan bijdragen dat we ons bewuster worden van die verschillen en wat dat betekent voor de aanpak door docenten.

Pas nog heb ik in het voorwoord van onze nieuwsbrief geschreven dat we echt geen hoge verwachtingen mogen hebben van de vaardigheden van pubers om werkzaamheden te plannen. Vooral jongens zijn niet goed in plannen, ze kunnen risico’s niet goed genoeg inschatten. Jongens houden ook niet van zaken als reflectie, daarvoor zijn hun hersens nog niet uitgebalanceerd. Maar met een behulp van de docent moeten ze natuurlijk wel leren plannen en leren reflecteren.”

Jongens hebben meer begeleiding nodig?

“Ja, ze hebben aandacht nodig, maar niet in de vorm van een stap voor stap benadering. Veel jongens, maar ook sommige meisjes, houden van een meer jongensachtige leerstijl. Ze gaan graag via trial and error aan de slag. Dat doe ik zelf ook, ik ga ook eerst aan de slag met een bouwpakket van de Gamma voordat ik de gebruiksaanwijzing lees. Als je alles stapje voor stapje aanbiedt, dan kan een vak voor deze groep jongeren heel saai worden. Met name jongens krijgen dan iets van gaap-gaap en haken af. We merken dat we op school heel veel uit de kast moeten halen om iedereen erbij te houden. Ergens verliest een deel van de jongens de lol in het leren. Ze leren dan alleen nog impliciet en en passant.”

School is te saai?

Ik kan me voorstellen dat het probleem ook te maken heeft met die one size fits all benadering die we kennen in het onderwijs. Dat moet veranderen. Een onderwijskundige zei eens heel mooi dat je langs de randen van het ravijn de mooiste bloemen plukt. Dat betekent dat er wat meer spanning in de lessen moet. Beetje meer competitie zou niet erg zijn. Dat je gewoon zegt: wie het foutloos als eerste inlevert, krijgt het hoogste cijfer. Een beetje stevige feedback kan ook best. Maar ja, daar bereik je bij sommige leerlingen juist wel iets mee, terwijl andere tere kinderzielen er niet tegen kunnen. Ik ben overigens zeker niet voor gescheiden lesgeven. Hoe moet een docent dat doen? Dan heb je eerst de jongensklas en een uur later de meisjesklas. Het is maar de vraag of je dan anders lesgeeft.”

Wat is die nieuwe aanpak binnen uw school?

“Wij werken sinds de zomervakantie met uitstel van keuze klassen. Die zijn voor kinderen die het in het eerste jaar niet hebben waargemaakt. Maar in plaats van blijven zitten of afdalen naar een lager niveau mogen ze van ons naar die speciale klas. Daar zitten ook andere kinderen in, dus bijvoorbeeld een groep onderpresteerders op VWO-niveau met een groep kinderen op Havo-plus. Met die klassen werkt een groep van zestien docenten die daar echt enthousiast voor is. Daar zitten ook behoorlijk wat mannelijke docenten bij. We houden de onderpresteerders in die speciale klas een worst voor. De kinderen krijgen twee uur per week extra les, een uur gym en dan daarna een uur huiswerkbegeleiding. Gym is belangrijk voor de grove motoriek en daarna zijn de leerlingen fit om er nog even tegen aan te gaan met huiswerk.”

Hoe weet u of zo’n speciale klas werkt?

“Dat weet ik nog niet. Het is het uitproberen van een visie, misschien wel de verkeerde visie. Dat weten we nog niet. Maar de mensen zijn enthousiast aan de slag gegaan en we proberen met elkaar dingen uit, ook weer trial and error. Onze aanpak wordt wel geflankeerd door onderzoek. Deskundigen vanuit Brein en Leren, een onderzoeksafdeling van de VU en twee interne onderzoekers zijn er ook mee bezig. Ook is er een trainer vanuit Young Works actief. We hopen dat het slaagt en dat er een olievlekwerking komt.”

Een interview door: Margit Kranenburg

Gerelateerde artikelen