Nieuwe woorden correct gebruiken. Maar ook de zinnen waarin deze woorden voorkomen, in dagelijks taalgebruik, goed begrijpen. Daar gaat het om bij woordenschat-onderwijs. Met Pratend en Lezen Woorden Leren (PLWL) maken uw leerlingen zich dit al doende eigen. Terloops bijna. Maar het is wel, nee juist daardoor, uiterst effectief.
Voor meer informatie over deze woordenschataanpak neemt u contact op met Barbara Sparreboom (barbara@onderwijsmaakjesamen.nl)
Woordenschat basis voor schoolsucces
Woordenschatonderwijs is een belangrijk aspect van onderwijs. Want er is een duidelijk verband tussen een grote woordenschat, geleerde intelligentie en schoolsucces. Bij goed, en effectief woordenschat-onderwijs gaat het om het juiste gebruik van woorden in zinnen en teksten voor eigen doelen, zoals bij luisteren, lezen, praten en schrijven. Hiermee legt u een stevig fundament voor succes van de leerling, zowel in zijn verdere schoolloopbaan als in het leven dat voor hem ligt.
PLWL is een aanpak die de woordenschat van uw leerlingen merkbaar (en meetbaar!) verbreedt en verdiept. Mondeling én schriftelijk, passief én actief. Met de PLWL -aanpak leren leerlingen van groep 4 – 8 beter praten en luisteren, en beter lezen en schrijven. De PLWL-aanpak bestaat uit vier modules. Die modules kunnen naar keuze flexibel ingezet worden in korte cursussen van steeds drie teambijeenkomsten van drie sessies per module.
Woordgebruik gaat verder dan alleen woordkennis. Daarom verbinden we het dagelijkse praten en luisteren van de leerlingen aan woordenschatverwerving. We koppelen een beter woordgebruik ook aan het eigen lezen en schrijven. Daarin zit het unieke van deze aanpak. Praten en luisteren, dat doen de leerlingen toch al de hele dag. Ze hebben hun eigen verhalen, belevenissen, vragen en teksten die ze lezen en schrijven. Met PLWL breiden leerlingen al doende hun woordenschat uit.
Aansluiting op teksten in de eigen methode.
PLWL is gericht op beter luisteren en praten, beter lezen en schrijven, zoals dat met de eigen (taal)methode en teksten mogelijk is. Recente taalmethoden hebben al voorzieningen voor woordenschatonderwijs en daarbij sluiten we aan. Daardoor stelt PLWL de leerkracht in staat om woordenschatverwerving te integreren en verder te verbeteren in dagelijkse lessen en activiteiten, om het effect hiervan verder te vergroten.
Eenvoudig idee
PLWL is gebaseerd op een eenvoudig idee: woordkennis en woordgebruik worden al luisterend, lezend, pratend en schrijvend geleerd bij alledaagse en motiverende activiteiten. PLWL legt daarbij het accent op de zins- en tekstbetekenis van woorden, want woorden gebruiken we gewoonlijk vooral in zinnen en teksten.

Actieve en passieve woordenschat wordt stap voor stap steeds verder uitgebreid. Ongemerkt maar merkbaar in dagelijks taalgebruik
Ook in uw school?
De verbetering van woordenschatonderwijs in uw school kan het beste starten vanuit de methoden en teksten die u toch al gebruikt: uw taalmethode natuurlijk, maar ook bijvoorbeeld Kidsweek, Nieuwsbegrip, leesboeken en andere teksten die u al gebruikt. De PLWL-aanpak sluit daar op aan.
Indien u over het woordenschatonderwijs in uw taalmethode niet (helemaal) tevreden bent, start u niet met de taalmethode-module van PLWL, maar bijvoorbeeld met de module Lezend woorden leren.
Geen losse woorden
Bij woordenschatonderwijs gaat het niet om het leren van losstaande woorden en het ‘labelen’. We luisteren, lezen, praten en schrijven immers niet in losse woorden, maar in zinnen en teksten.
Bij woorden als monteur, montage, monteren, monteurs, gemonteerd, gaat het verder om een hele woordfamilie. De PLWL – aanpak maakt daar doelmatig gebruik van. Zo wordt de leerlast voor de leerling verlaagd en kan de leerkracht het ijzer smeden als het heet is.
U kent het verschijnsel dat sommige woordgroepen vaak op een vergelijkbare manier voorkomen, zoals geld besteden, tijd besteden, aandacht besteden. Uit onderzoek is gebleken dat vloeiend woordgebruik vooral bestaat uit het vlot communiceren in dit soort collocaties. Ongedwongen, spelenderwijs en zeer effectief.
Zeer belangrijk is ook dat kinderen leren om een woord of woordcombinatie in de juiste context te gebruiken: de monteur bij een lekke band of in de situatie van een kapotte CV-ketel, maar niet bij de tandarts (tenzij zijn apparatuur stuk is).
Soort woorden en soort woordenschatonderwijs
We onderscheiden drie woordgroepen op basis van de inzichten van Isabel Beck, Margaret McKeown en Linda Kucan :
1: hoogfrequente, concrete woorden in gesproken en geschreven teksten
2: abstracte verhaalwoorden
3: onderwerp-specifieke zaakvakwoorden.
De PLWL-aanpak houdt rekening met elk van deze woordgroepen. Een geschikte woordenschataanpak is namelijk mede afhankelijk van het soort van woorden uit deze drie woordgroepen.
Bijvoorbeeld bij verhaalwoorden uit woordgroep 2 geen uitgebreide aanpak van woordenschema’s, maar bij woordenschatonderwijs gekoppeld aan zaakvakbegrippen juist wel. Met andere woorden een goede woordenschataanpak is mede afhankelijk van het doel dat je hebt met het onderwijs.
De toetsing van woordenschat
Woordenschatdeskundigen in Amerika en Engeland vinden landelijk genormeerde woordenschat-toetsen problematisch. Van de duizenden meer zeldzame, maar nuttige woorden uit woordgroep 2 kun je een oneindig aantal toetsen samenstellen, waarmee een positieve scoringskans voor kinderen op deze toetsen laag is. Tevens bevatten veel huidige woordenschattoetsen alleen items die oppervlakkige woordkennis toetsen en geen woordgebruik. In PLWL gebruiken we gatentoetsen (cloze-toetsen) waarmee je woordenschatgebruik altijd in een context toetst.
Onderbouwd
De aanpak is ontwikkeld en uitgeprobeerd door Onderwijs Maak Je Samen (OMJS) te Helmond met medewerking van o.a. Onderwijsadviesbureau O2 te Geleen.
OMJS werkt bij Pratend en lezend woorden leren, samen met de Universiteit Groningen, afdeling Applied Linguistics. Voor geïnteresseerden hebben we binnenkort een uitgebreide theoretische verantwoording van Pratend en lezend woorden leren beschikbaar.
Aansluitend op bestaande methodiek en situatie
De leerkracht van vandaag heeft hart voor het onderwijs, maar heeft ook een overvol dagprogramma. PLWL houdt daar sterk rekening mee. Het is zonder al te veel bijzondere voorzieningen of extra organisatie te gebruiken.
- Het accent ligt op het dagelijks woordgebruik in plaats van geïsoleerde woordkennis.
- Het sluit aan bij bestaande taalmethoden die al op school in gebruik zijn.
- Het sluit aan bij teksten die toch al worden gelezen.
- Uitgangspunt vormt altijd de huidige stand van zaken van het woordenschatonderwijs in de klas; we gaan uit van hetgeen in de klas al gebeurt aan woordenschatonderwijs en passen de cursus daarop aan.
- Verschillende onderwijsbegeleidingsdiensten participeren in de verspreiding van de cursus.
















