Deze website is verouderd! Bekijk onze nieuwe site op http://www.onderwijsmaakjesamen.nl


Let op: U bent op de oude site van OMJS - Bekijk de vernieuwde site op http://www.onderwijsmaakjesamen.nl - APS HNL
Krachtig leren; Vijf dimensies van Marzano
Marzano onderscheidt in zijn instructiestrategie vijf dimensies van leren: een positieve houding over het eigen leren, het verwerven en integreren van nieuwe kennis, het verfijnen en bijstellen van de geleerde kennis, het creatief toepassen van het geleerde, en het ontwikkelen/leren van productieve leergewoontes.
Lees meer...

Krachtig leren; taal leren
Taal leren is een noodzaak voor de menselijke soort. We kunnen niet zonder taal. De mate waarin we de taal in de volle breedte beheersen, bepaalt voor een groot deel het succes in ons persoonlijke en beroepsleven.
Lees meer...

Krachtig leren; coöperatief leren
Veel opvattingen in het onderwijs over het leren van leerlingen zijn gericht op het leren van individuele leerlingen. De opvatting achter samenwerkend leren is dat het leren van leerlingen krachtiger wordt wanneer ze regelmatig met elkaar overleggen en elkaars expertise te benutten.
Lees meer...

Krachtig leren; ontwikkelingsgericht onderwijs
Bij ontwikkelingsgericht onderwijs staat de brede persoonsontwikkeling van leerlingen centraal. Binnen die doelstelling wordt er gezocht naar die leerprocessen bij leerlingen die bevorderlijk zijn voor hun ontwikkeling. Daarbij speelt het begrip van de 'Zone van Naastbije Ontwikkeling' (ZNO) een belangrijke rol.
Lees meer...

Krachtig leren; onderwijsleergesprek
Het onderwijsleergesprek is een krachtige instructiestrategie om leerlingen onder leiding van de docent te laten denken over een vooraf gedefinieerd probleem.
Lees meer...

Krachtig leren; natuurlijk leren
Betekenisvolle leertaken zijn het hart van natuurlijk leren. De betekenisvolle leertaken, bij natuurlijk leren 'prestaties' genoemd, zijn vrijwel altijd (realistische) praktijksituaties en zijn vaak in samenhang met het bedrijfsleven ontwikkeld.
Lees meer...

Krachtig leren; Metacognitie en transfer, Fogarty
Wanneer transfer van het geleerde centraal staat, en dat is een kenmerk van goed onderwijs, dan is het belangrijk dat leerlingen bewust aandacht besteden aan hoe ze aan het leren zijn en wat het resultaat van hun leren betekent in een andere context.
Lees meer...

Krachtig leren; meervoudige intelligentie
De veronderstelling bij meervoudige intelligenties is dat er verschillende intelligenties zijn waarmee leerlingen kunnen leren, en niet één.
Lees meer...

Krachtig leren; leren en ontwerpen
Leren en ontwerpen bestaat uit een schema, een instrument waarmee docenten leerroutes voor studenten/leerlingen kunnen ontwerpen.
Lees meer...

Krachtig leren; leren als groep
Ook groepen kunnen leren. En dat vraagt van leerlingen zowel als van docenten een andere houding naar het leren toe.
Lees meer...

Krachtig leren; leren 1 en leren 2
In de praktijk van alledag blijkt het handig om twee vormen van leren te onderscheiden: leren 1 en leren 2.
Lees meer...

Krachtig leren; leerstijlgericht leren
Mensen ontwikkelen gedurende hun leven een eigen leerstijl; een redelijk consistente aanpak van het leren. In het onderstaande wordt betoogd dat het zinvol is om daar in onderwijsleersituaties rekening mee te houden. Daarbij onderscheiden we leerstijlaspecten (dat zijn er een enorm aantal) en modellen van leerstijlen (daarvan bespreken we er drie).
Lees meer...

Krachtig leren; leerlingparticipatie
Bij participatie gaat het minder om het leren van de leerlingen dan om het creëren van een onderwijsleersituatie waarin leerlingen participeren, waarin leerlingen er als opgroeiende wezens toe doen. Daarmee wordt de grond gelegd voor een leerklimaat.
Lees meer...

Krachtig leren; gecijferdheid
Gecijferdheid is het vermogen van leerlingen om de kwantitatieve aspecten van onze maatschappij goed te kunnen hanteren.
Lees meer...

Krachtig leren; Emotionele intelligentie
Emotionele intelligentie is het vermogen van leerlingen om adequaat met eigen emoties om te gaan. Dit vermogen blijkt essentieel bij het welslagen in werk en persoonlijke relaties.
Lees meer...

Krachtig leren; adaptief onderwijs
Adaptief onderwijs is onderwijs dat voldoet aan een drietal basisbehoeften van leerlingen: relatie, competentie en autonomie.
Lees meer...

Krachtig leren: Effectief leren
Er is sprake van effectief leren wanneer leerlingen zich in een helder gestructureerde leersituatie bevinden. Die structuur komt van de docent. Het is daarmee een docent-gestuurde benadering.
Lees meer...

Krachtig leren: Competentiegericht leren
Onder competentie verstaan we de bekwaamheid van een leerling om in een specifieke context te handelen in een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes. Competentiegericht leren is leren om dat te kunnen.
Lees meer...

Krachtig leren: Coachen
Het coachen van docenten of leerlingen betekent proberen het beste in mensen tevoorschijn te halen.
Lees meer...

Krachtig leren; breinvriendelijk leren
Uit een grote hoeveelheid hersenonderzoek worden ingrediënten gevonden die het leren van de leerlingen kunnen stimuleren. Deze ingrediënten zijn al in veel nieuwe leertheorieën te vinden. Die worden daarmee dus onderbouwd en ondersteund: breinvriendelijk leren.
Lees meer...

LET OP DEZE WEBSITE IS VEROUDERD! Klik op zoek, om dit artikel te zoeken op de nieuwe website.
Krachtig leren; adaptief onderwijs

14/08/05 - 22:44

Adaptief onderwijs is onderwijs dat voldoet aan een drietal basisbehoeften van leerlingen: relatie, competentie en autonomie.

Onder de basisbehoefte relatie wordt verstaan dat leerlingen zich geaccepteerd weten, ze erbij horen, ze het gevoel hebben welkom te zijn, ze zich veilig voelen. Onder de basisbehoefte competentie wordt verstaan dat leerlingen ontdekken dat ze de taken die ze moeten doen, aankunnen; dat ze ontdekken dat ze steeds meer aankunnen. Onder de basisbehoefte autonomie wordt verstaan dat ze weten dat ze (in elk geval voor een deel) hun leergedrag zelf kunnen sturen. Deze drie basisbehoeften samen bepalen het pedagogisch klimaat dat aan adaptief onderwijs ten grondslag ligt. Voor de docent die adaptief werkt, betekent dit dat hij zijn gedrag afstemt op deze basisbehoeften. Dat geldt zowel voor het didactisch en organisatorisch handelen als voor het pedagogisch optreden. Op die manier wordt onderwijs vormgegeven waarin leerlingen gemotiveerd zijn om aan het werk te gaan en waarvan ze uiteindelijk optimaal profiteren. Van dat onderwijs bestaan verschillende uitwerkingen, zowel op scholen als op onderwijsbegeleidingsinstituten (zoals het APS). Adaptief onderwijs is bekend geraakt in Nederland door het werk van Stevens (vanaf 1994).

Wat is het?

Adaptief onderwijs is onderwijs dat voldoet aan een drietal basisbehoeften van leerlingen: relatie, competentie en autonomie. Onder de basisbehoefte 'relatie' wordt verstaan dat leerlingen zich geaccepteerd weten, ze erbij horen, ze het gevoel hebben welkom te zijn, ze zich veilig voelen. Onder de basisbehoefte 'competentie' wordt verstaan dat leerlingen ontdekken dat ze de taken die ze moeten doen, aankunnen; dat ze ontdekken dat ze steeds meer aankunnen. Onder de basisbehoefte 'autonomie' wordt verstaan dat ze weten dat ze (in elk geval voor een deel) hun leergedrag zelf kunnen sturen. Deze drie basisbehoeften samen bepalen het pedagogisch klimaat dat aan adaptief onderwijs ten grondslag ligt. Voor de docent die adaptief werkt, betekent dit dat hij zijn gedrag afstemt op deze basisbehoeften. Dat geldt zowel voor het didactisch en organisatorisch handelen als voor het pedagogisch optreden. Op die manier wordt onderwijs vormgegeven waarin leerlingen gemotiveerd zijn om aan het werk te gaan en waarvan ze uiteindelijk optimaal profiteren. Van dat onderwijs bestaan verschillende uitwerkingen, zowel op scholen als op onderwijsbegeleidingsinstituten (zoals het APS). Adaptief onderwijs is bekend geraakt in Nederland door het werk van Stevens (vanaf 1994).

 

Hoe ermee om te gaan? 

Elk der drie basisbehoeften is concreet te maken in praktische aanwijzingen. Zo betekent aandacht voor relatie bijvoorbeeld dat docenten leerlingen laten weten dat ze beschikbaar zijn en naar hen willen luisteren; ze de tijd nemen voor interacties met leerlingen, ze belangstelling tonen voor de achtergrond van de leerlingen, ze afspraken met leerlingen nakomen, ze discreet omgaan met vertrouwelijke informatie. Zo betekent aandacht voor competentie bijvoorbeeld dat docenten actief beurten geven aan alle leerlingen, ze ruimte geven aan verschillen in werk- en leerstijl, ze blijk geven van hoge verwachtingen, die aansluiten bij de mogelijkheden en talenten van leerlingen; ze vragen stellen die tot reflectie uitnodigen. Zo betekent aandacht voor autonomie bijvoorbeeld dat docenten initiatieven van leerlingen honoreren; ze ideeën van leerlingen waarderen en er wat mee doen; ze leerlingen uitdagen eigen oplossingen te bedenken; ze leerlingen echte keuzes geven bij het maken van taken (hoe en wat); ze leerlingen laten meebepalen hoe de klas wordt ingericht; ze een aantal organisatorische zaken aan leerlingen toevertrouwen.
Op het APS wordt met name dat laatste aspect belangrijk gemaakt in het project dat zich bezighoudt met adaptief onderwijs: 'Kies Adaptief'. In dat project worden de drie basisbehoeften gekoppeld aan leerlingparticipatie. De veronderstelling is dat als leerlingen krachtig willen leren, ze actief bij de vormgeving van de drie basisbehoeften betrokken moeten zijn:

Een relatie van leerlingen met de andere leerlingen of de docent wordt versterkt als een leerling invloed heeft op de manier waarop er met hem of haar wordt omgegaan;
Leren wordt betekenisvoller voor een leerling als deze invloed heeft op wat er wordt geleerd en hoe er wordt geleerd, waardoor zijn gevoel van competentie toeneemt;
Wanneer een leerling zich betrokken weet bij belangrijke thema's in de eigen leer- en leefomgeving, versterkt dat de autonomie en daarmee de eigenwaarde van de leerling.

In het project 'Kies adaptief', worden de drie basisbehoeften gekoppeld aan drie belangrijke onderdelen van het pedagogische en didactische handelen van de docent, namelijk de interactie in de klas, de instructie en de klassenorganisatie. Daarmee ontstaat er een matrix van drie bij drie, waarin negen kenmerkende gedragingen van docenten te zien zijn. Deze negen kenmerken zouden in het onderwijs vorm moeten krijgen. Ze zien er als volgt uit:

 

 RelatieCompetentieAutonomie
InteractieLeerlingen persoonlijk ontmoetenLeerlingen helpen reflecterenLeerlingen ruimte geven, initiatieven honoreren
InstructieEen instructie geven die veilig is voor leerlingen Activerend leren centraal stellen in opdrachtenLeerlingen (mede) de taak en/of de vormgeving daarvan laten kiezen
KlassenorganisatieOntmoetingstijd creëren met leerlingenAanpassingen in tijd en ruimte maken voor leerlingenMet leerlingen plannen wat ze hoe gaan doen

 

Uit de matrix en de toelichting blijkt, dat met name het onderdeel competentie ook sterk put uit de meer constructivistische opvattingen over leren (actief leren, activerend leren, ...). Verder is er in de matrix duidelijk te zien hoe groot de samenhang is in de drie basisbehoeften. Een leerling kan niet zonder één van deze drie.

 

 

Relevantie voor de onderwijspraktijk
Het concept van adaptief onderwijs is met het formuleren van de drie basisbehoeften een eenvoudig en direct toegankelijk concept. Dat betekent niet dat het gemakkelijk is vorm te geven. Maar het is bijzonder helder en duidelijk waar het om gaat. Door de uitwerking daarvan in de matrix en vele voorbeelden in de literatuur (zie 'bronnen') is adaptief onderwijs goed geoperationaliseerd voor docenten in de klas. Daarmee kunnen docenten reflecteren op wat ze doen, nagaan waar ze aandacht aan willen besteden en vaststellen hoe ze adaptief onderwijs - of elementen daarvan - in hun praktijk van alledag willen vormgeven.

 

Bronnen

Adaptief onderwijs is door prof. dr. Luc Stevens in het Nederlandse onderwijs ingevoerd in 1994. Hij heeft het ontleend aan de ideeën van de motivatiepsycholoog Deci. Een van hun achtergrondartikelen is: Deci en Chandler: the Importance of Motivation for the Future of the LD-Filed. Journal of Learning Disabilities. Enkele boekjes van Stevens zijn: Stevens, L. (1994). Het vakmanschap van de leraar. Proeve van een bijdrage aan een pedagogische onderwijstheorie. In: onderwijsproblemen, Universiteit van Utrecht/ISOR; Stevens, L. (1997). Over denken en doen, uitgave procesmanagement. WSNS;
Stevens, L. (2002). Zin in leren, afscheidscollege. Apeldoorn: Garant.
Verder heeft Rinse Dijkstra van het APS een drietal boekjes geschreven waarin de matrix voor elk van de drie basisbehoeften wordt uitgewerkt: Erbij horen en meetellen, over de basisbehoefte relatie; Laat dat maar aan mij over, over de basisbehoefte competentie; en Ieder op zijn eigen wijs, over de basisbehoefte autonomie. Deze boekjes staan beschreven op www.aps.nl/adaptief/publicaties.html. Voor verder zoeken zie een van de zoekprogramma's bijvoorbeeld Google (www.google.nl) en zoek naar 'adaptief onderwijs' (of de Engelse variant: 'adaptive instruction' of 'adaptive teaching'). Dan verschijnt een groot aantal websites.


Relaties met andere theorieën/inzichten

Adaptief onderwijs heeft veel relaties met de andere (leer)theorieën op deze website. Dat komt mede omdat 'Adaptief onderwijs' als motivatietheorie zich goed laat uitbreiden met inzichten van andere theorieën. Zo is het bij de verdere vormgeving van competentie uit te breiden met inzichten uit breinvriendelijk leren, competentiegericht leren of meervoudige intelligenties; zo is het bij de verdere vormgeving van relatie uit te breiden met bijvoorbeeld emotionele intelligentie, samenwerkend leren of leren als groep; en zo is het bij de verdere vormgeving van autonomie uit te breiden met de inzichten van leerlingparticipatie. De gehele theorie is vorm te geven met bijvoorbeeld de inzichten van ontwikkelingsgericht onderwijs.

 

Contactpersonen APS: Rinse Dijkstra



© Onderwijs Maak Je Samen (OMJS)