Deze website is verouderd! Bekijk onze nieuwe site op http://www.onderwijsmaakjesamen.nl


Let op: U bent op de oude site van OMJS - Bekijk de vernieuwde site op http://www.onderwijsmaakjesamen.nl - Artikel
Juf, ik was Monica

08/06/09 - 09:54

‘Leesactie’ is een werkwijze om begrip en beleving van een verhaal(fragment) te verdiepen. Met ‘Leesactie’ creëren we met de leerlingen aantrekkelijke situaties waarin we op speelse manieren lezen en leren.

Leerlingen worden bij teksten en boeken uitgenodigd om gezamenlijk te fantaseren en zich te verplaatsen in verhaalfiguren.’Leesactie’ kan betrekking hebben op het verleden, het heden of de toekomst, maar speelt zich altijd af in het voor kinderen aantrekkelijke heden. Via Leesactie wordt bijgedragen aan de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen. 

Leesactie bestaat uit een aantal werkvormen, waarvan we er in dit artikel enkele bespreken. We lichten de mogelijkheden toe aan de hand van beschrijvingen van de tekst “ Verdriet”  van Jacques Vriens. In dit hoofdstuk uit het boek ‘Een bende in de bovenbouw’, vertelt Juf Ineke aan haar leerlingen dat ze binnenkort gaat verhuizen. De kinderen reageren ieder op hun eigen manier op dit vertrek. Vooral Kim heeft het er moeilijk mee.


Een bende in de bovenbouw In het hoofdstuk uit het boek  Een bende in de bovenbouw, vertelt Juf Ineke aan haar leerlingen dat ze gaat verhuizen. De kinderen reageren ieder op hun eigen manier op dit vertrek. Vooral Kim heeft het er moeilijk mee. We geven eerste een samenvatting van het desbetreffende hoofdstuk. Juf  Ineke gaat samenwonen met haar vriend Tom en vertelt aan de kinderen dat ze vertrekt als Juf van de kinderen in de klas. Dit roept allerlei emotionele reacties bij de kinderen op en er ontstaat een groot tumult. De kinderen reageren ook op het bericht van juf Ineke door allerlei vragen aan haar te stellen. Kim, waarvan de ouders zijn gescheiden, is zo verdrietig dat ze in de pauze in de klas achterblijft en mijmert over de goede drie jaar die ze met juf Ineke heeft gehad en over hoe het nu zal worden met een nieuwe leerkracht. Juf Ineke, die van de pauze eerder in de klas terugkomt, troost Kim.Tijdens de pauze komen enkele kinderen door het raam kijken waar Kim blijft en ze worden door de juf binnengelaten. In dit fragment gaat Jasper vervolgens midden in de klas staan, spreidt zijn armen uit en roept dramatisch: ‘Uit liefde gaat onze juf naar Breda!” Jasper springt op een stoel: ‘ Ze moest kiezen tussen haar klas en haar vriend, maar de liefde heeft het gewonnen. De liefde voor Tom!’ Guus en Freddy klappen en zelfs Marloes begint een beetje te ontdooien. In het laatste fragment wordt de sfeer in de groep besproken en het functioneren van Diederik, die regelmatig de sfeer verpest.


1 Stap in het verhaal, leesacties voorafgaand aan de tekst of het boek.

De uitgelekte brief
Het onderwerp van een vertrekkende juf  kan worden geïntroduceerd door een zelf gemaakte brief van de schooldirecteur,  waarin zij schrijft dat de juf  niet lang meer op school zal kunnen blijven. De brief lekt uit en wordt door een van de leerlingen “gevonden”. Die leest hem aan de klasgenoten voor die natuurlijk denken dat hun juf echt weg gaat en dienovereenkomstig gaan reageren. In tweetallen bespreken de kinderen wie het heeft geschreven, aan wie het briefje is gericht, waarom deze brief zomaar ergens slingerde, waar het over gaat en hoe ze op de brief zullen reageren.
Tip
• Kinderen lezen klassikaal hun reacties op de uitgelekte brief voor en die vormen samen een montage van verschillende perspectieven over het onderwerp “De juf vertrekt”.
“Uitgelekte brieven” bij boeken en teksten die kinderen gaan lezen helpen hen bij het opbouwen van voorkennis, motivatie om het verhaal of het boek te lezen en bij het vormen en van een conclusie.

Kennismaking met de personages
Op kaartjes staan uitspraken van personages uit het hoofdstuk die iets onthullen over hun karakter. Bijvoorbeeld:
• Monica roept met een hoog stemmetje: ‘Oooooooh’ .
• Angela kirde: ‘’’Romantisch’.
• Freddy bromde: “Kop dicht”.
• Marloes hield het niet meer en sprong op: “Houden jullie nou eens op”.

Tip
Indien personages in het boek zijn afgebeeld kun je deze activiteit vooraf laten gaan door een kopie van de getekende personages te laten maken. Daarbij hoort dan de opdracht: Kies twee personages uit. Wat kun je uit de tekeningen te weten komen over dat personage en over de relatie met andere personages? Alles wat je zegt moet je kunnen motiveren.


Het kan ook gaan om de oriëntatie op uitspraken van één personage om dit personage al wat beter te leren kennen, bijvoorbeeld de uitspraken van Kim, een van de hoofdpersonen in het verhaal.
• Kim knikte. “Ik weet best dat je naar Breda wil. Ik vind Tom ook aardig”. Alleen wil ik niet dat je weg gaat.
• Kim grinnikte “Natuurlijk niet. Jij had het bijna verraden en daarom verzint hij maar wat”.
• “Hou je mond nou maar dicht” fluisterde Kim.
• Kim zuchtte en veegde met haar mouw langs haar ogen. “Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen”.
Waarom reageert Kim zoals ze reageert? Waarom is ze zo aan juf Ineke gehecht? .

Tip
• Geef verschillende citaten van één personage bijvoorbeeld van Kim aan elke leerling in groepjes van vijf. De leerlingen bespreken de citaten om uit te vinden wie de verhaalpersoon is en waar het verhaal over gaat waarin hij/zij voorkomt. Wat is haar probleem, welk gevoel heb je bij deze persoon en wat denk je dat er met deze persoon in het verhaal gaat gebeuren?  


Nagenieten

Van goede boeken en teksten kun je nagenieten. Haal er uit wat er in zit en misschien wil je niet alleen het hoofdstuk maar het hele boek lezen. Er zijn verschillende mogelijkheden die we hierna presenteren bij zeven samengevatte fragmenten uit het hoofdstuk “Verdriet”. Niet alle zeven leesacties worden altijd bij elke tekst gedaan. Maak per tekst een keuze. We gebruiken dus de (beschrijvingen) van tekstfragmenten om een aantal mogelijkheden voor leesacties in een kort bestek toe te lichten. 
 

2 Rollenspel,
lezen en leren vanuit verschillende standpunten.
Juf Ineke gaat samenwonen met haar vriend Tom en vertelt aan de kinderen dat ze vertrekt als juf van de kinderen in de klas. Dit roept allerlei reacties bij de kinderen op en er ontstaat een groot tumult.

Fragment 1
Maak samen met de kinderen een script van dit fragment voor een rollenspel:
– Juf Ineke vertelt met moeite dat ze de klas gaat verlaten en gaat samenwonen met haar vriendin in Breda.
– Monica en Angela reageren clownesk op de boodschap van  juf en Feddy reageert daar weer afwijzend op. Er ontstaat een scheldpartij tussen Angela en Freddy. 
– Marloes wordt daarover boos, want ze wil horen wat juf Ineke verder te vertellen heeft.
– Jasper, die er al meer van weet, plaatst een opmerking richting Juf Ineke ( “Dan ga je zeker iedere dag op-en-neer naar Breda?”)
– Marloes begrijpt er niks van en kijkt vragend naar Kim die tegen Marloes zegt dat ze niets moet laten merken.
– Juf Ineke gaat verder met  “Ik zou best iedere dag op-en-neer willen, maar..”
– Dan flapt Marloes eruit: “Je gaat bij ons weg!”Om het rollenspel goed van de grond te krijgen kun je letten op een goede voorbereiding, een persoonlijke bezinning op je eigen rol en op een ondersteuning door de leerkracht tijdens het rollenspel. Het spelen van een rollenspel is bedoeld om de leerlingen in fictieve situaties te laten oefenen. Een belangrijk element van het rollenspel is de pedagogische ingreep. Het spel wordt dan met een handklap bevroren. Vraag leerlingen om suggesties over de voortgang of voeg een personage aan het spel toe. We geven nog enkele aandachtspunten:

Voorbereiding
• Geef kerninformatie en een korte aanwijzing over de rollen. Welke rollen zijn er in het fragment en welke kies je? Wie speelt de rol van Juf Ineke, de tweeling Monica en Angela, Freddy, Marloes, Jasper, en Kim?
• Geef de situatie van het fragment nog eens aan.
• Geef kinderen vooraf nog even de tijd om het rollenspel door te praten.
• Ondersteun als leerkracht  het rollenspel door verslag te doen van wat je ziet en hoort, uit te leggen nieuwe informatie bij het verhaal aandragen aan de rollenspelers.
• Wat is het doel, de opbrengst van het rollenspel? Waar moeten ze mee terugkomen? Het rollenspel moet volgens het verhaal eindigen in tumult. Hoe bereik je dat?
• Wie begint met het rollenspel?
Checklijst voor je persoonlijke rol
• Welke rol heb ik?
• Met wie speel ik het rollenspel? Welke andere rollen zijn er?
• Over welk probleem of spanning gaat het? Het gaat over het vertrek van juf Ineke, dat allerlei emotionele reacties bij de kinderen oproept.
• Wat weet ik van de gelezen tekst om mijn rol goed te kunnen spelen?
• Hoe begin ik het rollenspel?
• Hoe kan ik de ander helpen bij de invulling van zijn/haar rol?Neem plaats op de Praatstoel, verdiepen van het begrip van verhaalfiguren en ideeën uit de tekst.
De kinderen reageren op het bericht van juf Ineke door allerlei vragen te stellen aan de juf. ( fragment 2)
Kim, waarvan de ouders zijn gescheiden, is zo verdrietig dat ze in de pauze in de klas achterblijft en mijmert over de goede drie jaar die ze met de juf  Ineke heeft gehad en over hoe het nu zal worden met een nieuwe leerkracht. Juf Ineke, die van de pauze eerder in de klas terugkom, troost Kim. (fragment 3)

3 Praatstoel
Praatstoelwerk is een verzameling technieken die het rollenspel intensiveren, door leerlingen in de “spotlights” te zetten, zodat ze bevraagd en geadviseerd, kunnen worden alsof ze een personage uit het verhaal zijn. In de praatstoel nemen leerlingen de rol van een personage uit het verhaal aan, ze vertellen over die persoon, en reageren op vragen van medeleerlingen rondom die persoon.
In fragment 2 geeft Juf Ineke de kinderen alle ruimte om met vragen te reageren op haar vertrek. Dit fragment leent zich er voor om een kind dat juf Ineke speelt op de praatstoel te zetten, zodat de kinderen aan haar vragen kunnen stellen.


Bijvoorbeeld:
Freddy:  “Weet je nu pas dat je weg gaat?’”
Marloes:  “ Waarom vertel je het nu pas?’ “Ik vind het een rot streek
Jasper:  “Dat zeg je ook maar om ons te lijmen”.

De kinderen verdringen zich in het verhaal vóór de pauze rondom de juf en stellen haar nog allerlei vragen: Hoe heet de nieuwe meester? Wat voor huis krijg je in Breda? Ga je nog trouwen met Tom? De kinderen kunnen nog meer van dergelijke vragen bedenken die niet in de tekst staan.
Ook fragment 3 leent zich goed voor de praatstoelwerkvorm. Kim heeft het moeilijk thuis en wordt hard getroffen door het vertrek van Juf Ineke. Een van de kinderen wordt als Kim op de praatstoel gezet en de anderen reageren op haar mijmeringen over het scheiden van haar ouders, dat Juf Ineke nu opeens weg gaat, de goede jaren met juf Ineke en Kim’s gedachten over een toekomst zonder juf Ineke.  


Tips
• De leerkracht gaat het eerst in de praatstoel zitten en antwoordt als Kim. De leerkracht vraagt aan de kinderen om vragen te stellen. De leerkracht antwoordt. Indien de leerkracht geen goed antwoord heeft, speelt hij de vraag naar zijn hulpgroepje door.
• Leden van het “Kim – groepje”,  die niet op de praatstoel zitten, zullen de eerste bekende vraag aan het kind op de praatstoel stellen. De kinderen hebben deze vraag dus in de Kim-groep doorgesproken.
Bijvoorbeeld de vraag: Kim waarom ben jij zo teleurgesteld? Antwoord: Ik heb het er extra moeilijk mee, omdat het bij mij thuis ook niet zo leuk is. Mijn ouders zijn pas gescheiden.
• Je zegt niet altijd wat je denkt. Dat doen verhaalfiguren ook. De leerling op de praatstoel zegt wat Kim  vindt over het vertrek van Juf Ineke, maar achter haar staat een leerling die probeert de diepere onuitgesproken gedachten weer te geven. Leerlingen moeten daarbij niet letterlijke, maar geïnterpreteerde gedachten bedenken. Wat denkt Kim echt maar durft zij niet hardop te zeggen?
• De praatstoelactiviteit wordt onderbroken en de toeschouwers bereiden in groepen een commentaar voor.


Effecten van de praatstoel
• Het brengt teksten, karakters, auteurs en ideeën tot leven. Leerlingen vereenzelvigen zich meer met de tekst.
• Het ondersteunt het verkennen van teksten, van de niet uitgesproken ervaringen van personages in de tekst. Het brengt kinderen in contact met de menselijke kanten van verschillende onderwerpen en dilemma’s die in verhalen vaak verborgen zijn.
• Leerlingen leren het karakter van de personages beter kennen en leren verschillende gezichtspunten in het verhaal.
• Ze verkennen het leven vanuit een veilige rol van een personage uit een verhaal.
• Ze komen eerder op de hoofdgedachte of het thema van het verhaal.
• Ze kunnen verschillende interpretaties van de tekst met elkaar vergelijken.
• Het geeft gelegenheid voor kinderen van optredens in het openbaar, met betrekking tot spreken in het openbaar, het stellen van vragen en het voeren van een discussie.

4 Maak een Tableau,
Visualiseren van betekenissen uit de tekst in beeld en gebaar.
Tijdens de pauze komen enkele kinderen door het raam kijken waar Kim blijft en ze worden door de juf binnengelaten. In dit fragment gaat Jasper vervolgens midden in de klas staan, spreidt zijn armen en roept dramatisch: “Uit Liefde gaat onze juf naar Breda!” Jasper springt op een stoel: “Ze moest kiezen tussen haar klas en haar vriend, maar de liefde heeft het gewonnen. De liefde voor Tom!” Guus en Freddy klappen en zelf Marloes begint een beetje te ontdooien. (fragment 4)
Dit fragment kan worden uitgebeeld in een schilderij of Tableau. Tableaus helpen leerlingen om de tekst te visualiseren en dieper te onderzoeken op hun betekenis. Inclusief de setting, de scènes, de situaties, de karakters, de relaties tussen de personages en betekenissen van het verhaal.
Bij een tableau gaat het gaat om een bevroren beweging of pose die een fysieke, psychologische of emotionele aspect van het fragment uitbeeldt.
Een serie van tableaus kunnen samen een soort van diavoorstelling van een verhaal weergeven. Voor het maken van een tableau bij een tekst volg je de volgende stappen:

Stap  1
Kies het verhaal of  het fragment dat je wilt uitbeelden, in dit voorbeeld het fragment waarin Jasper theatraal een toneelstukje opvoert. Kies enkele scènes waarvan je vindt dat die het fragment  samenvatten of  laat aspecten van het centrale onderwerp in het fragment  zien. Het zijn er twee: Jasper zegt iets middenin de klas en hij zegt  iets staande op een stoel. Beslis over de personages die in het tableau te zien zijn. Het gaat om Guus, Freddy en Marloes. Maar ook Juf  Ineke en Kim zijn aanwezig. Bespreek hoe je het gaat uitbeelden. Een tableau werkt het beste als het opgebouwd wordt terwijl de kijkers hun ogen gesloten houden. Dat moment wordt aangegeven door een handklap en  ‘Ogen dicht.’ Een handklap en ‘Ogen open’ geven het moment van kijken aan.

Stap 2
Beschrijf kort  wat het  tableau moet overbrengen over de gebeurtenis, de details, de betekenis.  Bepaal hoe de personages bewegen en wat ze visueel zullen doen om belangrijke details, gevoelens, begripsaspecten uit te beelden. Jasper overdrijft in zijn opvoering. Guus klapt en roept “Bravo, Jasper!” Freddy applaudisseert en Marloes ontdooit een beetje.

Stap 3
Bedenk, speel en bevries de scène en maak er een tableau van. Het kind dat Jasper speelt  bevriest bijvoorbeeld  zijn spel in een standbeeld. Laat het standbeeld weer “smelten” en hervorm het in een ander tableau. Dus Jasper is eerst het standbeeld in het midden van de klas en daarna op een stoel.

Stap 4
Bespreek hoe je je publiek kunt helpen om het tableau te begrijpen. Repeteer het tableau. De complete presentatie mag ongeveer 3 minuten duren, mede afhankelijk van de gekozen tekst.

Tips
• De verhaalfiguren worden voorafgaand aan het lezen verkend op basis van voorspelling en daarna in een tableau uitgebeeld. Vervolgens komen karakters op de praatstoel en worden ze ondervraagt over hun verwachtingen in het verhaal.
• Trek conclusies over het karakter, de gedachten en gevoelens van de personen in het tableau.
• Achterhaal de oorzaken en gevolgen van de gebeurtenissen in het fragment.
• Verbind het tableau met je voorkennis en je eigen leven.
• Gebruik de “ vries-smelt-techniek”. Elk deelnemend personage aan het tableau smelt en zegt wat hij denkt en voelt en is daarna weer bevroren. Je kunt bewegend beginnen en dan bevriezen of omgekeerd.
• Een speler uit het tableau wordt op de praatstoel gezet zodat ze commentaar kunnen geven of geïnterviewd kunnen worden. Ze kunnen acties, gevoelens, details of het verloop van het tableau toelichten.
• Tableaus worden vergezeld door een vertelling door een verteller.
• Gebruik tableaus wanneer leerlingen verschillende teksten of fragmenten over hetzelfde onderwerp lezen.


Zet de expertpet  op, grondig lezen om meer kennis uit een tekst te halen.
In fragment 5 wordt de sfeer in de groep besproken en het functioneren van Diederik die regelmatig de sfeer verpest.
Een leerling brengt het probleem van Diederik in de klas naar voren en andere kinderen reageren daarop met vragen en oplossingen. Er kan ook eerst in groepjes overleg plaats vinden. Stel oplossingen voor. Geef advies. Je vraagt je aan leerlingen welke “deskundigen” de klas kunnen helpen bij het voorkomen en oplossen van ruzies.  Het werken met de expertpet gaat in drie stappen.

Stap 1
De leerkracht brengt het onderwerp van het fragment naar voren waar de kinderen dieper op doorgaan. In dit geval de ruzies met  Diederik. De leerlingen bedenken in vijf minuten een lijst van redenen waarom ruzies plaats kunnen vinden.
Stap 2
De leerkracht en kinderen brainstormen over mogelijke deskundigen die wat aan de ruzies op school zouden kunnen doen. De juf  zelf, de schooldirecteur, een deskundige ouder, een psycholoog en een oudere leerling. Je laat leerlingen indenken dat ze deze deskundigen zijn. Ze moeten in hun rol het probleem van de ruzies met  Diederik in de klas helpen oplossen.  Er zijn in dit fragment verder ook rollen voor Marloes, Pim, Guus, Freddy, Jasper. De rollen kunnen met een petje met daarop een zelfklevend etiket met de naam worden aangegeven.
Stap 3
De leerkracht vraagt aan de kinderen in welke in welke vorm de expertise over het oplossen van ruzies moet worden vastgelegd. In een vergadering, in een adviessessie met leerlingen, in een presentatie voor leerkrachten of ouders, in een artikel in een tijdschrift over ruzie in de klas? De keuze wordt verder uitgewerkt.


Werk aan Mediawerk,
Verwerking van de informatie
Terwijl de kinderen weer gaan spelen in de pauze besteedt Juf Ineke nog even aandacht aan Kim en geeft haar haar nieuwe adres in Breda, zodat ze contact met de juf  kan onderhouden. (fragment 6)
De kinderen bedenken de  brief  die Kim aan hun vroegere juf in Breda schrijft. Deze brieven worden uitgewisseld en besproken. Het kan ook met een Telefoonboom. Kim belt bijvoorbeeld juf Ineke. Daarna belt Kim Marloes en vertelt Marloes wat ze van juf  Ineke heeft gehoord. Marloes belt Freddy en vertelt het door. Enzovoorts. Andere leerlingen luisteren als luistervinken naar de telefoongesprekken en reageren op wat wordt doorverteld.
Mediawerk is krachtig omdat het de leerling een betekenisvolle situatie, een doel en een publiek verschaft om kennis te verwerken. Het vereist nauwkeurig lezen. Leerlingen weten immers dat ze informatie uit de tekst nodig hebben om hun informatie duidelijk en kloppend naar voren moeten brengen.

Afsluiting
De leerlingen hebben op een intensieve manier kennis gemaakt met een hoofdstuk uit “Een bende in de bovenbouw” geschreven door Jacques Vriens. In het perspectief van leesbevordering keren we terug naar de tekst en het boek.  We koppelen daar de werkwijze van Aidan Chambers aan.  Hij zegt in ‘De leesomgeving’ en ‘Vertel eens’: ‘We weten pas wat we denken als we het onszelf horen zeggen.’ Door het stellen van vragen worden de leeservaringen van de leerlingen met elkaar verbonden.

 

Mogelijke vragen Categorie A: Eerste indruk en mening.
·         Wat vond je bijzonder aan het fragment ‘Verdriet’?
·         Aan welke andere boeken dacht je bij dit verhaal?
Categorie B: Praten over de gebeurtenissen in het verhaal op zichzelf en in vergelijking met de realiteit.
·         Met wie voelde jij je het meest verbonden?
·         Wat is de belangrijkste gebeurtenis in dit verhaal?
·         Als juf Ineke niet weg zou gaan, was er dan niets gebeurd?
·         Hoe zou dit verhaal verder gaan? En aflopen?
Categorie C: Praten over stijl en compositie, genre en auteur.
·         Weet je nog bepaalde uitspraken van een personage?
·         De boeken van Jacques Vriens werden vaak bekroond door de Kinderjury. Kun je dat begrijpen?
·         Wat is ‘Een bende in de bovenbouw’ eigenlijk voor soort boek?
·         Wat zou jij over dit boek aan anderen vertellen?
·         Wie willen het boek verder lezen en daarover vertellen?

  Paul Filipiak, Jos Walta, oktober 2006

 Literatuur
        ·         Jeffrey D.Wilhelm; Action Strategies for deepening Comprehension; 2002

·         Aidan Chambers; Vertel eens - kinderen lezen en praten; 1995.

·         Aidan Chambers, De leesomgeving - hoe volwassenen kinderen kunnen helpen van boeken te genieten; 1995.

 


 Gerelateerde literatuur:
Hardopdenkend leren lezen gaat over model-leren bij begrijpend lezen en is een van de vijf boeken uit de serie ‘actiestrategieën voor lezers’. De achterliggende gedachte is eenvoudig: het belangrijkste wat wij onze leerlingen kunnen leren, is hoe zij moeten leren. Leerlingen hebben de meeste baat bij strategische kennis; kennis van de procedures die mensen gebruiken om te leren, te denken, te lezen en te schrijven. De meest effectieve manier om leerlingen deze strategieën te onderwijzen is door hen taken te laten uitvoeren en hen te helpen bij het toepassen van de strategieën.

ISBN: 978-90-79336-08-1
 
€ 27.95

Te bestellen via de webwinkel



© Onderwijs Maak Je Samen (OMJS)