Even denk je aan ADHD, totdat je ditzelfde kind ineens in alle rust en met complete betrokkenheid ziet spelen met het nieuwe bouwmateriaal dat vandaag is binnengekomen. Wat is er gebeurd?
In dit uitvergrote voorbeeld hebben we te maken met een kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong. En hoewel het soms minder zichtbaar is, is dit ook de kleuter die staat te springen om nieuwe dingen te leren, de kleuter waar je ontzettend diepzinnig mee kunt filosoferen over de zin van het leven en de kleuter die een nieuwe, verfrissende kijk heeft op voor ons vanzelfsprekende dingen. Hoe kun je als leerkracht er nu voor zorgen dat het kind juist deze eigenschappen gaat vertonen in de klas, en niet de eerder genoemde, ongewenste eigenschappen?
Ontwikkelingsvoorsprong
Laten we eerst eens kijken wat een kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong eigenlijk betekent. Als we naar de klassieke term hoogbegaafdheid kijken, zien we dat daar hele mooie theorieën over beschreven staan. De definitie van Renzulli is één van de meest gehanteerde. Om van hoogbegaafdheid te kunnen spreken moet je volgens hem de volgende eigenschappen bezitten:
1. Een hoog I.Q. (in officiële testen hanteert men de grens van 130)
2. Creatief probleemoplossend kunnen denken
3. Doorzettingsvermogen, motivatie.
Hoewel er in elke kleuterklas, een á twee van zulke kinderen zitten, is hoogbegaafdheid in de praktijk wat moeilijker te ontdekken, zeker bij kleuters. Ten eerste verloopt de ontwikkeling van kleuters nog sprongsgewijs. Daardoor kan het zijn dat een kleuter het ene moment een voorsprong heeft in de klas, maar later qua ontwikkeling weer op hetzelfde niveau zit als de rest. Het is daarom belangrijk om goed in de gaten te blijven houden of de voorsprong van de kleuter blijvend is. Dit is tevens de reden waarom we van kleuters nog niet van hoogbegaafdheid spreken, maar van een ontwikkelingsvoorsprong. De tweede reden waarom zo’n ontwikkelingsvoorsprong moeilijk te herkennen is, is omdat een kleuter zijn voorsprong vaak verborgen houdt; hij gaat onderpresteren.
Onderpresteren
Kleuters hebben heel goed door dat zij anders zijn dan de andere kinderen in hun klas. En net als ieder ander willen zij juist ergens bij horen. Daarom gaan ze zich aanpassen aan de rest, en dat is iets waar uitgerekend kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong heel erg goed in zijn. Maar niet alleen aanpassingsgedrag is een reden voor onderpresteren. Ook verveling is een belangrijke oorzaak. De kleuter had verwacht op school eindelijk te leren lezen en schrijven, maar in plaats daarvan moet hij spelen en plakwerkjes maken! De kleuter verliest zijn motivatie en presteert daardoor minder dan hij zou kunnen. Bovendien kosten de reguliere werkjes in de klas hem nauwelijks moeite, waardoor hij gedwongen gaat onderpresteren.
Onderpresteren kan grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kind. Ten eerste bestaat het gevaar dat een kind zal blijven onderpresteren, ook als het werk op zijn niveau krijgt. Om dit onderpresteren weer af te leren, is heel moeilijk! Ten tweede kan een kind faalangst ontwikkelen. Het is immers altijd gewend geweest alles meteen te kunnen. Als iets dan een keer wel moeite kost, kan dit heel beangstigend zijn voor het kind. Tot slot kan het zelfs zo zijn dat het kind zo ‘goed’ onderpresteert, dat zijn hoogbegaafdheid helemaal nooit ontdekt wordt! Het is daarom heel belangrijk om dit onderpresteren te voorkomen.
Juiste begeleiding
We hebben dus met een kleuter te maken die heel leergierig is en veel uitdaging wil en nodig heeft, maar tegelijkertijd geen uitzondering wil zijn in de klas. Dit is uiteraard geen makkelijke combinatie, maar toch kun je als leerkracht ervoor zorgen dat jouw kleuter zich uitgedaagd én geaccepteerd voelt in de klas!
Als jouw kleuter laat zien wat hij al kan en weet, is het heel logisch dat je daar als leerkracht enorm versteld van kunt staan. Toch is het belangrijk om dit niet te laten merken aan het kind! Hij zal zich juist dan een uitzondering voelen en de drang hebben zich dan maar wat meer aan te passen aan zijn klasgenoten. Het is uiteraard wel belangrijk om hem zich competent te laten voelen. Geef hem daarom complimentjes op dezelfde manier zoals je dat bij de andere kinderen doet. Daarnaast mag je ook kritisch zijn naar de kleuter. Een kind met een ontwikkelingsvoorsprong is erg perfectionistisch en voelt zich serieus genomen als jij als leerkracht met hem bespreekt wat er beter zou kunnen. Hij zal zich dan ook uitgedaagd voelen om het de volgende keer nóg beter te doen!
Een tweede manier om ervoor te zorgen dat de kleuter niet in een uitzonderingspositie komt, is om hem één of meerdere keren per week samen te laten werken in een groepje. Dit kunnen kinderen zijn die ook een ontwikkelingsvoorsprong hebben, maar als die er te weinig zijn, kun je er ook voor kiezen om er ‘gewoon slimme’ kleuters bij te zetten. Als er op jouw school meerdere kleuterklassen zijn, zou je ook een groepje kunnen vormen met kinderen uit de andere kleuterklassen.
Praktische Tips
Als je de kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong in jouw klas kunt herkennen en op de juiste manier benadert, ben je al een heel eind. Maar hoe zorg je er nu voor dat deze kinderen op de juiste manier uitgedaagd worden? Werkbladen uit een klas hoger geven volstaat niet. Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong leren namelijk niet alleen sneller, ze leren ook het liefst door zelf te ontdekken. Bovendien hebben we nog steeds met kleuters te maken en zij zijn vaak nog te beweeglijk om lang stil te zitten en vaak laat hun motoriek het ook nog niet toe om veel werkbladen te maken. We moeten dus op een veel praktischere manier uitdaging bieden. Het is daarvoor nodig om de aanwezige materialen en werkwijzen op school met een nieuwe creatieve blik te bekijken. Dit is ook precies hoe een kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong het zou doen! Daarbij is het belangrijk om uit te gaan van het interessegebied van het kind. Dan zal je ook zijn motivatie aanspreken en zul je versteld staan van de resultaten en oplossingen van het kind! Enkele voorbeelden:
• Laat het kind letters uitknippen uit oude verpakkingen of krantenkoppen en laat hem daarmee woorden maken. Je kunt eventueel voorbeeldwoorden neerleggen of een boekje waar korte woorden in staan. Je zult zien dat de kleuter ook ineens veel meer plezier beleeft aan het knippen! Het heeft nu tenslotte nut!
• Geef het kind een foto of een plaatje van bijvoorbeeld een gebouw mee naar de bouw- of constructiehoek en laat hem dit zo goed mogelijk nabouwen.
• Zet een extra doos of krat neer bij de bouwhoek met alternatief (kosteloos) bouwmateriaal. Alles kan: lege doosjes, touwtjes, oude deurknoppen, flessendoppen, wc-rollen, lapjes stof etc. Er zullen ineens hele creatieve bouwwerken gaan ontstaan!
• Zet twee even lange planken tegen hetzelfde voorwerp aan, zodat ze allebei even schuin aflopen. Leg aan het einde van deze planken twee verschillende materialen neer, bijvoorbeeld een lap stof en een stuk papier. Laat het kind twee knikkers van de helling aflopen en laat hem ontdekken welke het verst rolt. Laat het kind hier eerst zelf een voorspelling van maken! Met de materialen kun je uiteraard eindeloos variëren, zorg wel dat ze lang genoeg zijn.
• Geef een opdracht bij Hamertje Tik, bijvoorbeeld: “Timmer een poppetje dat uit precies negen stukjes moet bestaan.”
• Doe naast de reguliere kring eens een keer een (kleine) “denkkring” waarin de kinderen dieper ingaan op dingen die hen bezighouden. Bijvoorbeeld: “Als je ruzie hebt met je vriendje, is hij je vriendje dan nog wel?”
Tot slot
Als je de knappe koppen in jouw klas leert te herkennen, wanneer je ze zich veilig en geaccepteerd kunt laten voelen én ze daarnaast ook nog weet uit te dagen, zullen deze kinderen zich bij jou optimaal kunnen ontwikkelen. Dit zal ook voor jou een hele uitdaging zijn, maar als je merkt wat je hen daarmee kunt geven, en wat ze jou terug kunnen geven, is dat het zeker waard!
Tanya de Kruijff
Pedagoge, afgestudeerd op een ontwikkelingsvoorsprong bij kleuters
De uitgave 'Hoogbloeiers, kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong' is te bestellen in onze webwinkel.