Giralis; De Kantelkaart

21/11/05 - 09:32

Wat is het nieuwe leren? Waar leidt het naar toe? Wat is zo nieuw aan het nieuwe leren? Afhankelijk van de functie, bijvoorbeeld directeur of leerkracht, en de werkomgeving, zoals wensen van de ouders of groter en kleiner wordende school, worden deze vragen verschillend beantwoord. Het nieuwe leren kent dus geen eenduidige invulling. Ieder voor zich heeft eigen (onderwijs)behoeften, beelden van goed onderwijs en eigen invalshoeken op basis waarvan men het onderwijs wil vormgeven.

Invalshoeken

In de dagelijkse praktijk komen we diverse uitspraken tegen die ons iets vertellen over het huidige onderwijs en de wens hier anders mee om te gaan.

De leerling: “School is saai. Ik heb niets aan al die boekenkennis. Ik wil zelf  keuzes maken”.

De leraar: “Hoe kan ik de leerlingen motiveren om zelf aan de slag te gaan?”

Het team: “Hoe kunnen we ons onderwijs veranderen waardoor leerlingen worden uitgedaagd en wij met plezier met ons vak bezig zijn?”

De directie: “Hoe vertalen we onze visie naar nieuwe en andere vormen van leren op de werkvloer?”

De bovenschools manager: “Wat is nodig om onze leraren en scholen toe te rusten tot toekomstgericht onderwijs?”

De maatschappij: “We leven in een complexe samenleving vol multimedia. Vakgerichte kennis en vaardigheden zijn niet genoeg meer.” 

 

Het onderwijsveld voelt de noodzaak het onderwijs anders in te richten, aangestuurd door de wisselwerking tussen de huidige leerling en maatschappelijke ontwikkelingen. Niets nieuws onder de zon! Door de jaren heen verandert het onderwijs mee: van leitje naar schoolbord en computer, van rijen naar groepstafels en werkhoeken, van meester naar mijnheer Jan en juf Inez. Veranderingen vinden vooral plaats door pedagogische ideeën van bijvoorbeeld Peter Petersen of praktijkuitwerkingen van onderwijsconcepten als Basisontwikkeling. We krijgen de beschikking over andere materialen zoals de balpen en video. Uiteraard veranderen we ook om politiek-economische redenen: van speciaal naar regulier onderwijs. 

Nieuw is de vaststelling dat de mentale informatieverwerking van de huidige leerling onder invloed van de multimedia anders functioneert dan voorheen en daardoor anders aangesproken dient te worden. De huidige economische maatschappij vraagt steeds meer bredere bekwaamheden zoals samenwerken, plannen en organiseren. Het maatschappelijk leven is complexer waarbij een steeds groter beroep wordt gedaan op eigen verantwoordelijkheden. De relevante kennis van vandaag is niet altijd de relevante kennis van morgen.

Nieuw is dat het onderwijs op al deze invalshoeken tegelijkertijd en integraal dient te reageren. Het huidige onderwijs biedt de leerstof vaak segmentarisch aan, gescheiden van de leefwereld van het kind en vanuit afzonderlijke vakdisciplines. Er is een nieuw didactisch en ander pedagogisch handelen noodzakelijk, in samenhang met moderne middelen en in relatie tot de anders lerende leerling in zijn context.

Nieuw leren vraagt willen, kunnen, mogen, doen! En… waartoe leidt het?

 

De praktijk

In de praktijk treffen we veel verschillende nieuwe en andere vormen van leren aan. Er wordt  groepsdoorbrekend gewerkt. Gebouwen worden opnieuw ingericht met verschillende leer- en werkplekken. Op basis van vele werkvormen wordt coöperatief geleerd. Men biedt het vraaggestuurd leren aan door middel van eigen gekozen projecten. Portfolio’s worden gevuld met producten die verwijzen naar leerdoelen zoals kunnen presenteren en het verwerven van inzichten door probleemoplossend en creatief denken. Ook het werken met multimediale leeromgevingen krijgt steeds meer ingang.

Enkel werkvormen aanbieden zoals samenwerkend leren is niet genoeg. Zij zijn slechts middelen voor wat we eigenlijk willen bereiken. Niet onbelangrijk overigens, want we hebben de gereedschappen wel nodig. Maar het gaat om het zicht krijgen op het proces van leren van de leerlingen en de bijdrage van dit proces voor hun persoonlijke groei en ontwikkeling.

 

Zo’n aanpak vraagt wel wat! De leerstof is hierbij “slechts” een onderdeel van het totale leren! Leren is meer dan alleen vakkennis en vaardigheden op basis van instructie en verwerking. Op niveau weliswaar, want differentiëren is ons niet vreemd. Het bieden van adaptief onderwijs is dan ook in veel schoolplannen terug te vinden. Adaptief onderwijs is vaak vertaald in een verscheidenheid van leerstofaanbod en aanpassing aan het leertempo. Dat is vrij veilig voor leerkracht en leerling. Door goed te zijn in didactiek en het managen van het zelfstandig werken, alsook het aanbieden van leerstof met aangehaakte toetsen, kom je een heel eind.

Hedendaags onderwijs vraagt echter meer van de leraar: een ander didactisch en pedagogisch handelen, gebaseerd op het vertrouwen van de mogelijkheden van de leerlingen. Ook als je hen niet voortdurend mee aan de hand neemt, gaat het leren en werken goed. Ze hebben namelijk heel wat in hun mars en zijn in staat handig gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Het blijkt dat zij enorm kunnen genieten van samen spelen en leren en tot onvermoede bevindingen en ideeën komen. Zo’n onderwijs doet recht aan hun bekwaamheidsgevoel en positief zelfbeeld. Deze andere handelwijze motiveert tot doorvragen waardoor verder wordt gekeken dan het binnenboeks leren en, ter geruststelling, zelfs in een boek naar antwoorden wordt gezocht.

Deze vorm van onderwijs is niet gemakkelijk te realiseren. Kan ik dit als leraar met de aan mij toevertrouwde leerlingen bewerkstelligen? Wat kunnen de collega’s hierbij voor mij betekenen? Is het niet een zaak van de hele school? Vraagt nieuw onderwijs niet om een herontwerp? Wat zijn daarbij de taken en rollen van de teamleden en de leerlingen? Hoe geven we leiding aan de nieuwe ontwikkelingen? Hoe leren we eigenlijk? Hoe krijgen we zicht op al die processen?

Vragen die de leraren maar ook directies en bovenschools managers zich zullen stellen.

Het gaat niet alleen over ontwikkeling van leerlingen maar ook over die van de leraren en het team. Het gaat om parallelle processen van alle schoolgeledingen waardoor successen geboekt  worden. 

 

En… waartoe leidt het?

Nieuw Leren: de veranderde leerling leert en werkt met behulp van multimedia, de leraar  coacht en begeleidt door feedback en reflectie op de nieuwe werkvormen, het gebouw als uitdagende leeromgeving, de organisatie met passende randvoorwaarden, het team dat het onderwijs op school (her)ontwerpt.

Kanteling van onderwijs, bedoeld om de leerling te motiveren tot leren en toe te rusten voor nu en in de toekomst. Leren van kennis, inzicht, vaardigheden en attitude voor het realiseren van eigen doeleinden. Dit wordt vaak competentie of  bewuste bekwaamheid genoemd.

Competentiegericht werken vindt zijn oorsprong in de persoon zelf: hoe de persoon is, wat hij wil en kan; functionerend in authentieke, betekenisvolle en sociale leercontexten.

Nieuw, hedendaags en toekomstgericht onderwijs zal pas kwaliteit hebben als we ons  realiseren dat het gaat om de voortdurende groei van de persoon met als oogmerk: een competent persoon! Sociaal, emotioneel en cognitief in balans zijn. Door competenties eenduidig te benoemen in termen van kennis, inzichten en vaardigheden en het daarbij passend gedrag te concretiseren, weten we waartoe Het Nieuwe Leren leidt. 

 

Aan de slag met Het Nieuwe Leren

Op basis van bovenstaande overwegingen en praktijkervaringen heeft Giralis, partners in onderwijs, de Kantelkaart van Het Nieuwe Leren ontwikkeld. Dit is een instrument om samen met de onderwijspartners na te gaan hoe het nieuwe leren concreet voorgesteld en gerealiseerd kan worden. Met deze Kantelkaart kan gekozen worden voor een (r)evolutionaire school- en onderwijsontwikkeling. De kaart biedt inzicht in de samenhang van vier invalshoeken tot Het Nieuwe Leren, ieder met eigen uitgangspunten, gerichtheden en uitwerkingsmogelijkheden.

 

De Kantelkaart heeft vier invalshoeken:

-   (her)ontwerpen van het onderwijs
uitgangspunt is leidinggeven aan persoonlijke ontwikkeling en organisatie
gericht op continue ontwikkeling van toekomstgericht onderwijs
door uitwerking in o.a. inspirerend en faciliterend leiderschap

-   componeren van pedagogische en didactische arrangementen
uitgangspunt is zelfsturing en een onderzoekende leerhouding
gericht op vragende leerlingen met eigen arrangementen
door uitwerking in o.a. werken met portfolio en creatief denken

-   ontwikkeling van competenties van leerlingen
uitgangspunt is competenties ontwikkelen
gericht op voortdurende groei van de persoon in kennis, inzicht, vaardigheden en attitude
door uitwerking in o.a. integraal en reflectief leren

-   de leraar als coachend begeleider
uitgangspunt is vertrouwen in de leerling door ‘loslaten’
gericht op zelfverantwoordelijkheid en zelfstandig denken
door uitwerking in o.a. begeleiding van processen, leerstijlen

 

Hoewel ieder van de vier invalshoeken afzonderlijk kan worden opgepakt, wordt door middel van de Kantelkaart duidelijk dat alle invalshoeken met elkaar in relatie staan. Het Nieuwe Leren gaat niet alleen over nieuwe en andere vormen van leren maar ook over de leerlingen zelf, hun leraren, het team en de organisatie.

Leren, ontwikkelen en groeien door hedendaags en toekomstgericht onderwijs is inspirerend en uitdagend!
 

Els Snels, projectleider Het Nieuwe Leren

Giralis, partners in onderwijs te ’s-Hertogenbosch



© Onderwijs Maak Je Samen (OMJS) groep - www.onderwijsmaakjesamen.nl