• E-mail dit bericht
  • This page as PDF

Essentieel leren in Nederland

Geplaatst op maandag, 21 september 2009 | door Onderwijs Maak Je Samen

 
en op GYM+ van het Arentheem College
We waren we met een aantal Nederlandse onderwijsgevenden in Boston, de stad van Cheers. De jaarlijkse conferentie van the Coalition of Essential Schools (CES) was het directe doel, de oprichting van een Nederlandse coalitie een gevolg, een ingrijpende verandering van ook het Nederlandse onderwijs een groot tussendoel en een betere, duurzame samenleving het einddoel.

 

Dat is wel het aangename aan Amerikanen: enige bescheidenheid ten aanzien van te bereiken doelen kennen ze niet. Het geeft in ieder geval richting en daarmee duidelijkheid! Dat is de eerste winst van onze reis.
We zijn nu een half jaar verder. Alle rekeningen zijn betaald, de foto’s van de reis staan veilig op de computer en worden niet meer ingekeken, de opwinding over alle opgedane ervaringen is verdwenen, de waan van elke dag is soms weer even verstikkend als voor november. Waarom dan toch zo’n reis of, in managementtermen gesproken: wat heeft Boston nu opgeleverd aan specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden, of te wel smartresultaten? Wat merken mijn leerlingen van wat ik geleerd heb? Wat was nu de essentie van wat ik in de Verenigde Staten geleerd heb?
Op het Arentheem College werken we sinds drie jaar aan een andere invulling van het gymnasiumonderwijs, ons gym+. Vraaggestuurd onderwijs, intrinsieke motivatie van de leerlingen, eigen regie zijn zo wat steekwoorden. Wat ik zeer geregeld gebruik, wat inmiddels zelfs een diepe overtuiging is geworden, is het antwoord op de vraag waarvoor scholen nu werkelijk bestaan. Is de school er voor het onderwijs of voor het leren? Mijn antwoord na Boston is simpel: voor het leren! Onderwijs kan een manier zijn waarop leerlingen en leraren leren, maar er zijn ook andere manieren. Ervaren om maar een eenvoudig voorbeeld te noemen werkt dieper en beter dan onderwijzen.

De Coalitie (CES) gaat uit van 10 principes die voor alle aangesloten scholen gelden. Wat zien mijn leerlingen en mijn collega’s terug van die tien principes? Wat zijn mijn plannen vanuit die principes? Hoe reageert mijn omgeving op die plannen?
1. De school richt zich op het uitbouwen van de mogelijkheden en kwaliteiten van (jonge) mensen. (learn to use your mind well)
We deden het al, werken vanuit de mogelijkheden en kwaliteiten van onze leerlingen en niet zozeer vanuit hun tekortkomingen. Boston was beslist een stimulans om op de ingeslagen weg door te gaan. Feitelijk weten alle onderwijsgevenden, wellicht zelfs alle mensen het wel: het bouwen op kwaliteiten heeft veel meer effect dan het bouwen op tekortkomingen. Het blijft me mateloos intrigeren waarom wij mensen zo gericht blijven op het aanstippen van wat niet goed is, liefst van de ander. Werken vanuit en met de kwaliteiten van de leraren is nog een redelijk onontgonnen gebied. Het benoemen van kwaliteiten bij collega’s en mezelf roept nogal eens wat terughoudende reacties op.

2. De school is niet zozeer gericht op kwantiteit, maar streeft naar diepgang door het aantal onderwerpen te beperken. (less is more) Duurzaamheid is hierin het sleutelwoord.
Diepgang zelfs op een gymnasium is vaak taboe. De stof moet af, dan heeft de docent zijn werk gedaan, maar heeft de leerling dan geleerd? We zijn voortdurend op zoek naar mogelijkheden tot verdieping. Basisvoorwaarde hierbij is duurzaamheid in de relatie. Iemand die ik (nog) niet ken, laat mij minder leren dan iemand die mij kent en die ik ken. Daarom weinig leraren veel in dezelfde klas!

3. De doelen van de school gelden voor elke leerling. De weg om deze doelen te bereiken kan verschillen.
Verscheidenheid in de weg naar de doelen betekent eigen keuzes maken. Leerlingen kiezen wanneer ze wat doen en hoe. Als mensen zelf keuzes kunnen maken, dan gebeurt er iets, dan werkt het beter dan wanneer anderen, bijvoorbeeld leraren die keuzes maken. Dit betekent voor ons een afschaffing van het jaarlagensysteem. Als een leerling niet voldoet aan de eisen, betekent dit niet dat zij niet door kan. Daarover gaan we met de leerling en haar ouders in gesprek.

4. Lesgeven en leren zijn een persoonlijke activiteit. De school zet sterk in op persoonlijke relaties. Hiervoor is het aantal leerlingen voor wie een leerkracht de verantwoordelijkheid heeft, klein.
We werken in teams, wat betekent dat er inderdaad weinig leerkrachten veel op een klas staan. Wat nog ontbreekt, is de tijd en de aandacht voor elkaar. Voor volgend schooljaar staat geregeld overleg, liever geregeld ontmoeten hoog op de prioriteitenlijst.

5. De leidende metafoor voor het werken in de school is: de leerling als werker, de leerkracht als coach.
Hier hebben we nog een stevige stap te zetten. Over het algemeen werkt ook bij ons de leraar zich een slag in de rondte om de leerling aan het werk te krijgen. Wel wordt het iedere betrokkene steeds duidelijker dat de leerling de werker is en dat de leerkracht pas echt in zijn kracht blijft als hij het werk van de leerling niet overneemt.

6. Lesgeven en leren wordt gedocumenteerd en geëvalueerd op basis van betekenisvolle taken. Leerlingen verzamelen en presenteren voortdurend bewijzen van verworven kennis, vaardigheden en competenties.
Leerlingen zijn zo sterk beïnvloed door het puntensysteem dat ze niet of nauwelijks trots zijn op wat ze leren. Dit jaar werken voor het eerst met een portfolio waarin we de leerlingen nadrukkelijk uitnodigen ons, hun ouders en uiteindelijk vooral zichzelf te laten zien welke vorderingen ze maken.

7. De hele school ademt een sfeer van hoge verwachtingen, beschaving, vertrouwen en respect.
Hieraan heeft Boston beslist een bijdrage geleverd. Docenten spreken leerlingen aan op verwachtingen, beschaving, vertrouwen en respect. Wat wij te leren hebben, is dat alleen aanspreken nog niet voldoende is.

8. Leraren zijn betrokken bij en verantwoordelijk voor de hele school, niet enkel voor de eigen groep.
De meeste bij gym+ betrokken leraren voelen zich zeer verantwoordelijk voor de school. De teamgeest groeit, de ambtenarencultuur is niet of nauwelijks voelbaar.

9. De omvang van de school en de groepen is klein. Hiervoor worden beargumenteerde budgettaire keuzes gemaakt.
De omvang van de gym+ afdeling is klein, ongeveer 125 leerlingen. De directie ondersteunt gym+ ook budgettair. En toch, groei lijkt ook bij ons het toverwoord.

10. De school gaat uit van democratie en gelijkheidwaardigheid. Leerlingen, leraren, directie, ander personeel en ouders participeren in de besluitvorming.
Democratie op gym+ is niet synoniem aan de dictatuur van de meerderheid. Het debat is belangrijker dan de winnaar. Leerlingen, docenten en ouders doen ertoe. We verwachten hierin wel dat een ieder zich zelf meldt als hem, haar iets dwars zit. Dat gebeurt over het algemeen goed.
Zo bezien heeft de reis in ieder geval resultaat gehad. Boston heeft geleid tot inspiratie, verdieping en ook ontnuchtering. Leren is een voortdurend proces dat feitelijk nooit ophoudt. U, waarde lezer, heeft alleen al door het lezen weer geleerd, net zoals ik als schrijver. Wat zou ik het heerlijk vinden als u hierop zou reageren, als u niet alleen uw naam, maar vooral ook uw opvatting, uw ideeën zou willen melden. Dan is er wellicht echt sprake van een leerproces!
Frits Roelofs
Afdelingsleider gym+ aan het Arentheem College te Arnhem, bereikbaar via roef@arentheemcollege.nl

Ps. Op 2 juni aanstaande vindt er een eerste, wat grotere bijeenkomst plaats van de Nederlandse afdeling van de Coalitie. Meer informatie hierover bij Barbara Pruijt, bereikbaar via  bepruijt@xs4all.nl

Gerelateerde artikelen

© 2001 - 2011 Onderwijs Maak Je Samen