• E-mail dit bericht
  • This page as PDF

Krachtig leren: Coachen

Geplaatst op donderdag, 17 september 2009 | door Onderwijs Maak Je Samen

Het coachen van docenten of leerlingen betekent proberen het beste in mensen tevoorschijn te halen.

 

Meestal gebeurt dat in een meer of minder uitdagende ontmoeting. En dat is geen preek. Wanneer er sprake is van een goede coaching, blijkt die voor beide partijen, de coach en de gecoachte, een leerzame ervaring.

Wat is het?

De essentie van coachen is om het beste uit mensen halen. En bet beste is natuurlijk gekleurd door de persoon zelf. Een tweede kenmerk van coaching is aansluiten bij wat de betreffende persoon al kan en niet bij wat die persoon allemaal níet kan. Er zal een duidelijke relatie moeten zijn tussen het ‘beste’ en wat er nu is. En een derde kenmerk is dat er ook uitdaging moet zijn. Het moet spannend zijn voor zowel de gecoachte als de coach om een bepaald pad te lopen. Dan doet zich een geleidelijke ontwikkeling of een ontwikkelingssprong voor. Maar aansluiten is nodig om de aanwezige sterke kant van de persoon te beklemtonen. Vooral de nadruk leggen op wat iemand niet kan, is preken.
Vaak beheersen mensen een groot arsenaal aan competenties. De ervaring leert dat ze deze vooral kunnen inzetten in één specifieke context, en niet in een andere of bredere context. Daardoor ontstaan er problemen of teleurstellingen. De betreffende persoon heeft redenen om die vertaalslag naar de nieuwe context of de nieuwe eisen niet te kunnen maken. Er zijn belemmeringen, verduisteringen. Dat kunnen emoties zijn (‘ik durf dat niet in deze context, die uitdaging is mij te groot, …’), dat kunnen cognities zijn (‘ik wil wel, maar ik weet in deze context niet hoe, ik denk dat de verwachtingen over mij te groot zijn, …’). Door die belemmeringen durft de persoon er niet ‘als geheel te zijn’. De coach zoekt in een dergelijke situatie (in eerste instantie) niets anders dan de sterke kant van de betreffende persoon en probeert samen met de persoon te onderzoeken hoe de aanwezige competenties in de specifieke context kunnen worden ingezet. Op dat moment gaat het er om om samen met de coach een transfer te maken van de bestaande competenties naar de nieuwe context. En daar hoort de vraag bij wat de persoon daarbij belemmert of belemmerd heeft. In tweede instantie kan er gezocht worden naar de ontwikkeling van nieuwe competenties. Of naar een sprong in de ontwikkeling.
En tot slot: de coach is zelf het belangrijkste ‘instrument’ om het beste uit de ander halen. De coach luistert, spiegelt, confronteert, vraagt door. Het is om die reden belangrijk dat de coach zichzelf kent. Het coachen is geen technische aangelegenheid met alleen een goede vraagtechniek. Het gaat om aanwezigheid, om vriendschap (met zichzelf en de leerling), om openheid (naar zichzelf en de leerling) en om zichzelf als gehele persoon aan te bieden om die ander verder te helpen. Je zou kunnen zeggen dat coachen om die reden een eigen pad is. Een coach zou zelf ook regelmatig gecoacht moet worden om een ander verder te helpen.

Hoe ermee om te gaan? 

Rond coaching in onderwijs heerst vaak het misverstand dat het iets geheel nieuws is en dat het heel moeilijk is. Ook heerst het misverstand dat pas als je een goede coach bent, je ook een goede docent bent. De praktijk van alledag leert dat veel docenten hun leerlingen al lang coachen. Dat gebeurt wanneer ze zoeken naar wat leerlingen al kunnen, zoeken naar hoe ze die vaardigheden in die specifieke context kunnen inzetten waarin het even wat minder goed gaat, en zoeken naar wat hen belemmerde om ze in te zetten. Wanneer een docent een leerling coacht, gebeurt dat meestal in een coachinggesprek. Daarin gaat het om een ontmoeting tussen docent en leerling. Het doel daarvan is dat de leerling daarna beter weet hoe hij moet functioneren. Het is een ontmoeting (let op het woord ‘ont-moeten’, zonder moeten) van twee mensen, met ruimte, geen preek.
Coaching betekent niet alleen naast de leerling staan. Het betekent ook voor de leerling staan. De docent neemt de leerling namelijk waar op verbale en non-verbale uitingen, daagt de leerling uit om (in elk geval en deel van) het achterste van zijn tong te laten zien, en spiegelt op wat hij waarneemt. Eén van de belangrijkste kenmerken daarmee is dat de coach ook onderdeel is van het gesprek. Zie boven. Een ander belangrijk kenmerk van een coachingsgesprek is dat een docent vragen stelt en goed luistert naar de antwoorden. Als het daarbij zou blijven zou het coachen meer technisch van aard zijn. Er komt meer bij kijken. Zo zal een goede coach:

Een goede start kunnen maken met de leerling. Het begin van het gesprek levert namelijk het materiaal op waar tijdens de rest van het gesprek mee gewerkt moet worden. Dat kan met vragen als: waar ben je goed in? Welke richting wil je uit? Waar heb je een hekel aan? Waar wil je trouw aan blijven? Waar maak je jezelf klein?
Tijdens het gesprek stilte kunnen aanvaarden en tussen de woorden door kunnen luisteren;
Een grote verscheidenheid aan interventies kunnen inzetten. Zo zal een coach bij een bepaald antwoord van de leerling die leerling op een ander spoor kunnen zetten door op verschillende facetten in te gaan: als een leerling vertelt over feiten, kan de coach doorvragen naar belevingen of creatieve technieken inzetten. Als een leerling vertelt over emoties, kan de coach vragen naar meer rationele overwegingen (twee hersenhelften belonen);
Kunnen voelen wat de leerlingen zegt en zich daarbij realiseren dat hij de ander wel aanvoelt, maar niet ís;
De gehele leerling kunnen waarnemen. Daartoe heeft een coach kennis nodig, bijvoorbeeld hoe kernreflecties zijn in te zetten, hoe om te gaan met kernkwaliteiten, hoe om te gaan met verschillende stijlen;
Het gesprek zo kunnen afsluiten, dat het de leerling is die verder kan.

In onze opvatting is het zo dat datgene wat voor de leerling geldt, ook voor de docent zelf geldt. Docenten moeten zichzelf goed kennen. Dat maakt ook dat ze zelf elke keer weer bij leren en dat een gesprek zichzelf nooit herhaalt. Elk gesprek en elke persoon laat weer andere facetten opbloeien. Dat betekent dat de coach zelf ook een pad van coach loopt. Het coach-schap is nooit af.

Relevantie voor de onderwijspraktijk
Er zijn twee belangrijke argumenten voor het coachen van leerlingen in de onderwijspraktijk. Een van de belangrijkste is dat in het coachingsgesprek docent en leerling elkaar echt ontmoeten. Omdat die ontmoeting nooit hetzelfde is, levert dat een situatie op waarbij zowel docent als leerling leren. En dat brengt plezier en inspiratie (terug). Een tweede argument is dat er in die ontmoeting iets gebeurt met zowel docent als leerling. Een goed coachingsgesprek laat iets nieuws achter: een nieuw inzicht, een belemmering, een hoger bewustzijn, een alternatief. In het gesprek wordt door beiden veel geleerd. En dat leidt tot onderwijs waarin de leerlingen er steeds meer toe doen.
Bronnen  

Er is een aantal aardige boekjes over coaching geschreven. Boekjes die we zelf regelmatig gebruiken en daarom willen noemen zijn bijvoorbeeld: 25 tips voor coaching, Regie van zelfsturing en De kunst van het vragen stellen. Deze drie boekjes zijn uitgegeven bij de Associatie voor Coaching te Aarle Rixtel. Haar website is www.associatievoorcoaching.com. Een interessante internetsite is ook: www.training.pagina.nl (startpagina coaching). Voor verder zoeken zie een van de zoekprogramma’s, bijvoorbeeld Google (www.google.nl) en zoek naar ‘coachen’ of ‘coaching’. Dan verschijnt een groot aantal websites, vaak over sport.

 

 

 

 

Relaties met andere theorieën/inzichten

Er is een groot aantal relaties met andere leertheorieën en inzichten. Zo is er een directe relatie met beide andere theorieën die de gehele mens centraal stellen namelijk contemplatief leren en kernreflectie. Ook is er een relatie met ontwikkelingsgericht onderwijs vanwege het concept van de ‘zone van naastbije ontwikkeling’ (of bij deze theorie: zone naastbije ontwikkelingssprong). En met metacognitie en transfer vanwege het belang van reflectie. En met competentiegericht leren omdat het in coachen ook over de ontwikkeling van competenties gaat. En met natuurlijk leren omdat in dat concept twee vormen van coaching (de leer- en de werkmeester) een belangrijke rol spelen. Verder ondersteunt coaching alle theorieën op deze website.

Gerelateerde artikelen

© 2001 - 2011 Onderwijs Maak Je Samen