Het onderwijs heeft geleerd dat het aanleren van fragmentarische kennis en vaardigheden weinig transfer naar concrete situaties oplevert. Het invoeren van competentiegericht leren moet dat wel doen. De meeste competenties dienen ontwikkeld te worden met name daar waar attitudes een belangrijke rol spelen. Die worden niet in één keer aangeleerd. Die vragen om leer- en ontwikkellijnen en coachen.
Wat is het?
De laatste jaren is het begrip ‘competentiegericht leren’ het onderwijs binnengekomen. Onder competentie verstaan we de bekwaamheid om in een specifieke context te handelen met een combinatie van kennis, vaardigheden, en attitudes. Competenties zijn in deze omschrijving altijd gekoppeld aan het handelen in specifieke, meestal realistische contexten. Door de omschrijving te koppelen aan handelen, krijgt kennis een andere functie. Kennis wordt daardoor betekenisvol. Datzelfde geldt voor vaardigheden en attitudes (ook wel ‘persoonlijke kwaliteiten’ genoemd). Een leerling die competent is heeft kennis van zaken, weet wat die moet doen, kan dat doen en doet dat ook met meer of minder overtuiging. Er is een direct oorzakelijk verband tussen competentie en succes in de specifieke situatie. In deze opvatting is een competentie een combinatie van weten, kunnen, en (willen) zijn.
De reden om aandacht te besteden aan competenties is dat door de praktijkgerichtheid de behoefte aan complexere vaardigheden met bijbehorende kennis en attitudes centraler komt te staan, waar het onderwijs gewend was/is om leerlingen meer gefragmenteerde kennis of vaardigheden te leren. Dat laatste kent in het algemeen weinig transfer naar praktijksituaties. De verwachting is dat competenties dat wél doen, door het realistische en meer complete gehalte ervan.
| Hoe ermee om te gaan? |
Bij het vaststellen van competenties lijken drie kenmerken belangrijk:
|
|||||||||
Voorbeeld
De competentie ‘college geven, uitleg geven’ bevat kort gezegd: adequate kennis van het vakgebied en kennis van het opbouwen van een betoog met een begin, midden en einde; het kunnen opbouwen van een helder betoog; en een boeiend spreker willen zijn en zijn.
Deze competentie zullen veel docenten herkennen als iets dat belangrijk en kenmerkend is, in elk geval in het begin van lessenseries of modules, en iets dat regelmatig voorkomt. Het derde criterium stelt dat een docent pas (echt) competent is (een expert is) wanneer hij ook op een hete vrijdagmiddag bij het scheiden van de markt een groep leerlingen/studenten geboeid weet te houden. Zo is een paardentrainer competent als hij ook weet wat hij moet doen en doet als een paard gaat steigeren in de buurt van een groep kinderen.
De meeste competenties zijn niet direct aan te leren, maar sneller of langzamer te ontwikkelen. Dat is afhankelijk van de complexiteit van de competentie alsmede van onderliggende factoren als intelligentie, persoonlijkheid, motivatie en interesse. Voor het ontwikkelen van competenties is het mogelijk gebruik om te maken van leer- en ontwikkellijnen. Leer- en ontwikkellijnen beschrijven hoe de competentie eruitziet zoals bijvoorbeeld een beginner, een gevorderde of een expert die toont.
| Beginner | Gevorderde | Expert |
| ________________________________________________________________ | ||
| KenmerkenBeginner | Kenmerkengevorderde | Kenmerkenexpert |
Bij elk van de drie plekken op de leer- en ontwikkellijnen kan men ‘portretten’ tekenen:
| Voorbeeld: de samen lerende leerling |
|
| De ontwikkeling van deze leerling is te schetsen als de leer- en ontwikkelingslijn van eigenbelang naar teambelang. |
Voor het ontwikkelen van competenties is het essentieel dat leerlingen regelmatig de gelegenheid krijgen de competenties in te zetten in complexe situaties waarvoor de competentie is ontworpen, en waarbij de leerlingen ondersteund worden (gecoacht). Ook de beoordeling van het uiteindelijke resultaat van competentiegericht leren vraagt om beoordeling in de complexe situatie. Interne of externe experts kunnen bij die beoordeling een rol spelen.
Competentie is een begrip dat ‘in’ is. Dat maakt ook dat er veel verwarring is. Dat komt tot uiting in meer dan veertig omschrijvingen van wat we onder competenties zouden kunnen verstaan. Zie bijvoorbeeld Mulder (2000), Competentieontwikkeling in bedrijf en onderwijs, zijn inaugurele rede. Dat komt ook tot uiting bij het intypen van ‘competentie’ ( of ‘competence’) in Google. Er komt dan een verscheidenheid aan internetsites te voorschijn. Een daarvan is een startpagina: competentiemanagement.pagina.nl/. Alleen uit die startpagina blijkt al hoeveel mensen ‘meeliften’ op een dergelijk begrip. Twee boekjes over competenties in het onderwijs zijn: Kralingen, R. van (2003). Competentiegerichte kennisontwikkeling. Soest: Nelissen; en Meer, T. van der & Visschedijk, T. (2003). Leren op groen kompas, competentiegericht leren in het groene onderwijs. Utrecht: APS.
Er is een directe relatie met de leertheorieën waarbij gebruik van kennis centraal staat. Dat zijn o.a. gecijferdheid, leren 2 in leren 1 en leren 2, natuurlijk leren, dimensie vier in de vijf dimensies van Marzano en taal leren. Ook is er een relatie met bijvoorbeeld coachen, metacognitie en transfer en kernreflectie als het gaat om de ontwikkeling van persoonlijke kwaliteiten.
















