Veel onderzoek bevestigt dat. Samenwerking tussen leerlingen gaat niet zomaar. Die hangt mede af van de voorwaarden die de docent in die leeromgeving realiseert. Zo moet de sfeer veilig zijn. Zo moeten leerlingen elkaar nodig hebben bij het maken van een opdracht zonder dat leerlingen zich achter iemand kunnen verschuilen (‘meeliften’). Dat stelt eisen aan de docent.
| Wat is het? |
Veel opvattingen over het leren van leerlingen zijn gericht op het leren van individuele leerlingen. De opvatting achter samenwerkend leren en een sociaal-interactieve leeromgeving is dat het leren krachtiger kan zijn wanneer de docent de leerlingen in staat stelt om regelmatig met elkaar te overleggen en elkaars expertise te benutten. Ook binnen het constructivisme, waar de klemtoon wordt gelegd op de actieve leerder, wordt duidelijk gemaakt dat het actieve leren aan kracht kan winnen wanneer er aandacht is voor de samenwerking tussen leerlingen. Zo blijkt uit het promotieonderzoek van De Jong, begin jaren negentig, dat de sociaal-interactieve leeromgeving een van de krachtigste voor leerlingen blijkt. Een van de meest plausibele redenen daarvoor is dat het leren sterk verbetert als je gedwongen wordt je gedachten onder woorden te brengen en je daar reacties op krijgt. Er zijn studies waarbij hardop verwoorden, in vergelijking met stil werken, sterk ten gunste van het eerste uitvalt. Op basis van deze inzichten creëert de docent een leeromgeving waarin leerlingen regelmatig met elkaar of met de docent in discussie zijn, in allerlei vormen van samenwerkend leren. Dat kan door het in de klas vormgeven van structuren van samenwerkend leren tussen leerlingen (en dat zijn er bijzonder veel). Daar horen ook vormen van rolwisselend onderwijzen bij (hierbij treedt de leerling tijdelijk op als docent voor andere leerlingen). Ook is te denken aan vormen van het onderwijsleergesprek tussen docent en leerlingen of tussen leerlingen onderling, of aan vormen van coachen. De docent is daarbij een actieve partner voor leerlingen, die zijn samenwerking aanbiedt (en samenwerking vraagt). Ook de benadering van Vygotsky heeft alle kenmerken van een sociaal-interactieve leeromgeving.
| Hoe ermee om te gaan? |
Uit een grote verscheidenheid aan onderzoek blijkt dat samenwerking tussen leerlingen niet vanzelf gaat. Die dient gestimuleerd te worden. Ook een goed onderwijsleergesprek is niet zomaar gerealiseerd. Dat dient te worden opgebouwd.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Relevantie voor de onderwijspraktijk |
De hier vermelde inzichten zijn relevant voor de onderwijspraktijk. De hoofdreden is dat een grote verscheidenheid aan onderzoek aantoont dat samen leren bijzonder effectief is; vaak effectiever dan alleen leren. In vrijwel alle onderzochte studies blijkt dat situaties waarin samenwerkend leren centraal staat, de gemiddelde samenwerker (aanzienlijk) beter presteert dan de leerling in een competitieve of een individuele setting. Verder blijken leerlingen meer hogere orde leren te vertonen, vaker nieuwe ideeën en oplossingen te ontwikkelen, blijkt een grotere transfer van wat er geleerd was naar nieuwe situaties en blijken leerlingen sociaal vaardiger te zijn. Bovendien is het zo, dat er in een samenleving per definitie samen wordt geleefd en gewerkt, ook al is dat niet altijd zichtbaar of wordt dat niet altijd gewenst. Zo blijkt uit onderzoek naar eisen bij solliciteren dat de inschatting dat iemand samen kan werken vaak bepalend is voor het aannemen van iemand (uiteraard naast andere vaardigheden die nodig zijn voor de betreffende functie).
| Bronnen |
Samenwerkend leren kent een groot aantal bronnen. Een overzicht van onderzoeksresultaten en belangwekkende literatuur staat beschreven in de tweede reflectie van het boekje Samenwerkend leren van Sebo Ebbens en Simon Ettekoven (Uitgever: WoltersNoordhoff, 2005)). Een aantal denkers over samenwerkend leren hebben een eigen website. De website van Spencer Kagan is: www.KaganOnline.com. Die van Elisabeth Cohen: www.stanford.edu/group/pci. Een meer algemene website over samenwerkend leren is die van de International Association for Study of Cooperation in Education: www.iasce.net. Zie met name het onderdeel ‘resources’ voor een verwijzing naar een groot aantal websites. Voor verder zoeken zie een van de zoekprogramma’s, bijvoorbeeld Google (www.google.nl) en zoek naar ‘samenwerkend leren’, ‘samenwerkende leerlingen’ (of het Engelse equivalent: ‘cooperative learning’). Dan verschijnt een groot aantal websites.
















