• E-mail dit bericht
  • This page as PDF

Krachtig leren: Effectief leren

Geplaatst op donderdag, 17 september 2009 | door Onderwijs Maak Je Samen

Er is sprake van effectief leren wanneer leerlingen zich in een helder gestructureerde leersituatie bevinden. Die structuur komt van de docent. Het is daarmee een docent-gestuurde benadering.

 

Effectief leren blijkt bijzonder effectief bij het aanleren van basiskennis en basisvaardigheden en kan aan het begin van een lessenserie worden ingezet voor alle leerlingen en later in een lessenserie worden ingezet voor leerlingen die nog steeds iets niet blijken te snappen.

Wat is het?

Effectief leren is het leren van leerlingen dat plaatsvindt binnen de instructiestrategie van directe instructie of effectief onderwijzen, of effectieve instructie of … Er zijn vele namen. Wij prefereren directe instructie. Directe instructie is een docentgestuurde manier van werken. Deze manier van werken heeft als belangrijkste kenmerken een heldere opbouw van de leerstof, een heldere structuur in de les en directe feedback naar de leerlingen. Deze instructiestrategie is daarmee op het oog wat ‘technocratisch’, wat ‘koel’ van aard. Directe instructie is in de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw ontstaan door een analyse te maken van effectieve docenten (‘docenten doen er toe’). De resultaten daarvan werden verklaard vanuit het behaviorisme en de cognitieve psychologie, theorieën die in die tijd opgang deden in het onderwijs.
De essentie van het behavioristische denken, toegepast op het onderwijs, is dat gewenst gedrag van leerlingen aangemoedigd en versterkt wordt, zowel door positieve als negatieve stimuli. Een leerling zal bijvoorbeeld hard studeren voor een toets (gewenst gedrag) als hij goede punten in het vooruitzicht heeft (positieve bekrachtiger). Hij zal stil zijn in de les (gewenst gedrag) om straf te vermijden (negatieve bekrachtiger). Behavioristen denken dat onderwijzen een kwestie is van leerlingen van de juiste prikkels, de juiste stimuli voorzien. Een uitgangspunt in het behaviorisme is dat de stimulans, de bekrachtiger direct volgt op de response: directe feedback. Die kan positief zijn (een schouderklopje, een glimlach) of negatief (dreiging met straf, nablijven). Positieve feedback blijkt overigens aanzienlijk effectiever dan negatieve.
De essentie van de cognitieve psychologie is dat zij modellen ontwikkeld heeft over hoe personen informatie ontvangen en opslaan, en hoe de geheugenstructuur het toelaat om nieuwe informatie te relateren aan wat reeds gekend is, en over de wijze waarop informatie van het korte- naar het lange termijngeheugen gaat.
Directe instructie met als gevolg effectief leren is gebaseerd op een combinatie van deze twee theorieën. Zij heeft daarmee de volgende twee kenmerken:

Zij is krachtig bij het aanleren van basiskennis en vaardigheden in een individueel tempo, in het bijzonder wanneer de tijd van docenten beperkt is;
Docenten werken met heldere doelen, een heldere opbouw van de leerstof en directe feedback.
Hoe ermee om te gaan? 
 
Directe instructie is zoals gezegd een docentgestuurde manier van onderwijzen. Dat betekent dat een docent de volle verantwoordelijkheid neemt voor het (effectieve) leren van de leerlingen. Dat doen ze door duidelijk te zijn in wat ze willen bereiken (‘Deze les gaan we … en aan het eind van de les weten jullie … en kunnen jullie …’); door in een heldere instructie expliciet aan te geven wat ze van de leerlingen verwachten (‘Ik leg eerst uit wat … is, daarna krijgen jullie de gelegenheid om gedurende 10 minuten in tweetallen te werken aan …, als jullie dat gedaan hebben weten jullie …, dat zal ik nog een keer klassikaal bespreken en dan ronden we af met …’); door leerlingen een kans te geven meer en minder geleid te oefenen (‘Eerst doen jullie het volgens mijn aanpak, daarna mag je kiezen of je het zo of zo doet’); door tijdens het zelf werken rond te lopen, goed te observeren en zowel gevraagd als ongevraagd feedback te geven aan leerlingen over de vorderingen (‘Dat heb je goed gedaan. Ik mis nog …; dat is heel goed wat je daar doet; dit gaat de foute kant op. Ik kom bij je zitten/staan om te zeggen hoe het wel kan’); en door te zorgen voor een vriendelijke sfeer en veel positieve feedback. Het zal duidelijk zijn dat deze manier van werken een goede lesvoorbereiding vraagt, met een goed doordachte lesopzet op het juiste niveau van de leerlingen.
Relevantie voor de onderwijspraktijk
 
Over directe instructie is een overvloed aan onderzoeksresultaten te vinden. Uit vrijwel elk onderzoek blijkt, dat consequente toepassing van directe instructie leidt tot verbetering van leerresultaten voor vrijwel alle leerlingen, met name als het basiskennis en basisvaardigheden betreft. De verklaring kan erin gevonden worden dat directe instructie zoveel helderheid en structuur biedt aan leerlingen, dat het hun duidelijk is wat er van hen verwacht wordt (helderheid) en wat ze moeten doen om dat resultaat ook werkelijk te bereiken (structuur). Die helderheid en structuur komen van de docent. We leggen overigens extra nadruk op een beter resultaat voor ‘vrijwel alle leerlingen’. Het nadeel van directe instructie is namelijk dat de grote klemtoon op structuur voor sommige leerlingen nadelige invloeden heeft op de leerresultaten. Dat is met name het geval voor díe leerlingen, die zelf in staat zijn structuur in hun leren aan te brengen. Voor deze leerlingen belemmert deze benadering hun leren als het lang wordt ingezet. Directe instructie is dan ook vooral effectief voor beginnende leerders, voor leerders die nog weinig van het lesonderwerp in kwestie weten. De consequentie hiervan kan zijn, dat directe instructie altijd in te zetten is in het begin van een lesblok. Dat is namelijk het moment dat vrijwel alle leerlingen nog weinig weten. Verder blijkt deze manier van werken altijd effectief is voor zwakke leerders, leerders die hun eigen leren slecht structuur kunnen geven. In die situaties is het mogelijk om, na een meer algemene instructie voor de gehele klas, de instructie verder te verfijnen voor deze groep leerlingen (met meer structuur). Verder blijkt uit onderzoek dat het geven van structuur de les voor veel leerlingen veilig maakt. Zo blijkt uit faalangstonderzoek dat structuur in de les negatieve faalangst sterk reduceert. Je zou daarmee kunnen zeggen dat de structuur zorgt voor het begin van een goed leerklimaat.
Bronnen
 

Voor directe instructie zijn een groot aantal bronnen beschikbaar. Een meer klassieke bron is een boekje als Improved Instruction van Madelon Hunter (1976, El Segundo: TIP-publications). Dat is een aanpak geheel volgens het behaviorisme. Een andere bron is het boek Effectief leren, basisboek van Ebbens en Ettekoven (2004, Groningen: WoltersNoordhoff). Met name de eerste twee hoofdstukken gaan over het vormgeven van effectief leren in de les. De andere hoofdstukken gaan over hoe docenten vandaar uit meer activerend leren kunnen stimuleren bij hun leerlingen. Zie voor een overzicht van directe instructie: Rosenshine (1985, ‘Direct Instruction’. In: International Encyclopedia of Education, Eds Torsten Husen and T. Neville Postlethwaite. Oxford: Pergamon Press, Vol 3, pp. 1395-1400) of Creemers (1992, Effectieve instructie, een empirische bijdrage aan de verbetering van het onderwijs in de klas, ‘s-Gravenhage: SVO). Voor verder zoeken zie een van de zoekprogramma’s, bijvoorbeeld Google (www.google.nl) en zoek naar ‘effectief leren’, ‘effectieve instructie’ of ‘directe instructie’ (of de Engelse variant: ‘effective learning’, ‘effective instruction’ of ‘direct instruction’). Dan verschijnt een groot aantal websites.

 

 

Relaties met andere theorieën/inzichten
 

Voor ons is effectief leren, directe instructie de basis voor het inzetten van een groot aantal andere instructiestrategieën of leertheorieën. Deze theorie is essentieel in theorie 1. Verwante leertheorieën zijn de eerste twee dimensies in de vijf dimensies van Marzano en leren 1 in leren 1 en leren 2.

Gerelateerde artikelen

© 2001 - 2011 Onderwijs Maak Je Samen