| Wat is het? |
Bij leren gaat het om verschillende activiteiten: het leerproces moet worden ingericht en gestuurd, kennis moet worden opgenomen, verwerkt en toegepast. Mensen ontwikkelen zeer verschillende manieren om dit te doen; ieder heeft een eigen leerstijl. Leerstijlgericht leren wil zeggen dat je bij het leren ook let op de manier waarop je leert en ook daar beter in wilt worden.
Naar leerstijlen is veel onderzoek verricht. Aanvankelijk naar tientallen aspecten, later meer modelmatig (bijvoorbeeld het model van Kolb, dat van Vermunt, en het Interactieve Leergroepen Systeem (I.L.S) van Witteman).
Bij leerstijlaspecten gaat het niet om goed of fout. Het gaat steeds om twee polen van een continuüm; beide polen kunnen gunstig zijn, afhankelijk van de situatie.
Om er een paar te noemen:
|
|||||||||||||||
De verschillende leerstijlenaspecten lijken soms sterk op elkaar. Vandaar dat diverse onderzoekers hebben gezocht naar modellen met samenhangende leerstijlaspecten, zoals Kolb, Vermunt en Witteman.
Kolb heeft een model ontwikkeld voor het succesvol doen van onderzoek. Hij heeft uit de tientallen bekende leerstijlaspecten er twee gekozen die relevant bleken:
|
|||||||
Deze twee leerstijlaspecten leveren dan vier verschillende leerderstypen op: de ontdekker, de denker, de beslisser, en de doener. Kolb heeft een vragenlijst ontwikkeld om de leerstijl van mensen in kaart te brengen ( de Learning Style Inventory test).
Vermunt heeft jarenlang onderzocht hoe studenten in het hoger onderwijs leren. Hij heeft een model ontwikkeld waarin de mate van zelfsturing door de student een belangrijke plaats inneemt. Hij komt tot vier verschillende leerstijlen: de ongerichte leerstijl, de reproductiegerichte leerstijl, de betekenisgerichte leerstijl en de toepassingsgerichte leerstijl.
Ook Vermunt heeft een vragenlijst ontwikkeld om de leerstijl van een leerling in kaart te brengen (de Inventaris Leerstijlen).
Witteman onderscheidt vier leerstijlen: het serialisme (zie boven), het holisme (zie boven), het versatilisme (is flexibiliteit, zie boven) en oppervlakkig leren (leerlingen doen alle stappen bij het leren oppervlakkig, en kunnen leerstof daardoor niet voor langere tijd onthouden). Leerlingen die verschillen in deze vier leerstijlen, worden bij elkaar gezet in een groep. Dit leidt tot cognitieve conflicten in de leergroep en dit leidt, mits goed begeleid door de docent, tot actievere verwerking van de leerstof
| Hoe ermee om te gaan? |
Zoals gezegd zijn bij alle leerstijlaspecten testjes ontwikkeld. Zo’n testje invullen kan een hulpmiddel zijn bij het nadenken over een door de leerling of docent gebruikte leerstijl in een bepaalde situatie. Om daarna te beslissen of het effectief is om zo bezig te zijn. Of om, als dat niet het geval is, de situatie aan te passen of de leerstijl te veranderen.
Bij het model van Kolb is een vragenlijst ontwikkeld die laat zien wat de voorkeurstijl van iemand is bij het doen van onderzoek. De boodschap achter de leerstijlen van Kolb is dat een leerling voor het doen van onderzoek een aantal activiteiten achter elkaar moet ontplooien (concreet ervaren, reflecterend waarnemen, abstracte begripsvorming en actief experimenteren), en dat onderzoek alleen effectief zal zijn als een leerling een combinatie van de bijpassende vier leerstijlen kan inzetten. Het model van Kolb geeft een leerling (en docent) dus aanwijzingen voor leerpunten ten aanzien van de ingezette leerstijl.
Bij het model van Vermunt is een vragenlijst ontwikkeld die laat zien of de leerstijl van een leerling passend is bij het type onderwijs dat hij volgt. Er is ook een vragenlijst ontwikkeld voor het onderwijsgedrag van de docenten. Vergelijken van de uitkomsten geeft inzicht in welke mate de stijl van lesgeven van de docent overeenstemt met de leerstijlen van de leerlingen in de klas. Hier kan de docent tips uithalen voor de aanpak van de les.
Het I.L.S.-model van Witteman is een integrale onderwijsaanpak. Het in groepen werken van leerlingen met verschillende leerstijlenheeft consequenties voor de docent en de schoolleiding. Docenten werken bijvoorbeeld met het meester-gezel systeem.
Relevantie voor de onderwijspraktijk:
De testjes bij de leerstijlaspecten geven een leerling een plaats op een lijn tussen de twee polen van een dimensie. Dit is een leuke manier om na te denken over de leerstijl van een leerling, ook al is de testsituatie een andere dan die in de praktijk van het onderwijs. Als leerkracht en leerling de testresultaten met elkaar bespreken, krijgt de test nog meer zin.
Er zijn duidelijke relaties aangetoond tussen leerstijlaspecten en schoolprestaties. Zo vragen veldafhankelijke leerlingen veel structuur in de lessen.
Voor de lezer die wil weten welk model geschikt is voor welk onderwijstype, is een globaal antwoord: het model van Kolb voor de onderbouw, de modellen van Vermunt en Witteman voor de tweede fase en het hoger onderwijs.
Bij gebruik van leerstijlgericht leren is het belangrijk een aantal vuistregels in gedachte te houden:
|
|||||||||||||
Bronnen:
In de volgende boeken is meer te vinden over bovenstaande informatie: Vermunt, J. (1992). Leerstijlen en sturen van leerprocessen in het hoger onderwijs. Naar een procesgestuurde instructie in zelfstandig leren. Amsterdam/Lisse: Swets & Zeitlinger B.V.; Leren zelfstandig leren. Hanna de Koning. Uitgegeven bij Nijgh/Versluys, 1998 Baarn; Hoe wij denken leren en vergeten. F Vester. “Boek van de maand”. April 1976. Uitgeverij Bosch en Keuning; Uitgeverij De Fontein bv Den Bilt; ILS Informatie. Witteman, H. en Kauffman, M. (1995). Klimmen: T.S.M. Teaching en Schoolmanagement Consultants. Ook op internet is veel te vinden. Dat kan door ‘leerstijlen’ of ‘learning styles’ in te typen in een zoekprogramma als Google. Dat levert een schat aan informatie op inclusief allerlei testjes.
















