Email This Post Print This Post This page as PDF

Krachtig leren; leerstijlgericht leren

Mensen ontwikkelen gedurende hun leven een eigen leerstijl; een redelijk consistente aanpak van het leren. In het onderstaande wordt betoogd dat het zinvol is om daar in onderwijsleersituaties rekening mee te houden. Daarbij onderscheiden we leerstijlaspecten (dat zijn er een enorm aantal) en modellen van leerstijlen (daarvan bespreken we er drie).

 

Wat is het?
 

Bij leren gaat het om verschillende activiteiten: het leerproces moet worden ingericht en gestuurd, kennis moet worden opgenomen, verwerkt en toegepast. Mensen ontwikkelen zeer verschillende manieren om dit te doen; ieder heeft een eigen leerstijl. Leerstijlgericht leren wil zeggen dat je bij het leren ook let op de manier waarop je leert en ook daar beter in wilt worden.
Naar leerstijlen is veel onderzoek verricht. Aanvankelijk naar tientallen aspecten, later meer modelmatig (bijvoorbeeld het model van Kolb, dat van Vermunt, en het Interactieve Leergroepen Systeem (I.L.S) van Witteman).
Bij leerstijlaspecten gaat het niet om goed of fout. Het gaat steeds om twee polen van een continuüm; beide polen kunnen gunstig zijn, afhankelijk van de situatie.
Om er een paar te noemen:

veldafhankelijkheid versus veldonafhankelijkheid: al dan niet een gegeven structuur kunnen vinden in leerstof en probleemaanpak. De veldafhankelijke leerling is gevoelig voor ruis maar kan ook komen met verrassende mogelijkheden;
flexibiliteit versus rigiditeit. Flexibele personen kunnen hun stijl aanpassen aan de taak. Rigide personen pakken elke taak met dezelfde leerstijl aan;
deelstrategie versus geheelstrategie. Een deelstrateeg neemt een in het oog springend aspect uit de informatie en heeft behoefte aan nieuwe informatie om te kijken of ‘het klopt’, een geheelstrateeg wil de kans krijgen om informatie te vertalen naar alle relevante kenmerken;
Impulsief versus reflectief. Kort dan wel lang tijd nemen voor een antwoord op een vraag;
Serialist versus holist: serialisten gaan stap voor stap door de leerstof heen, leren de onderdelen als afzonderlijke componenten, hebben veel oog voor details, herhalen veel en memoriseren. De holisten leggen relaties tussen de onderdelen, proberen zich een totaalbeeld van de leerstof te vormen, maken zich de leerstof eigen en zoeken naar praktische bruikbaarheid;
Gespreide aandacht versus concentratie: twee manieren om aandachtig een taak te bekijken. De eerste is openstaan voor informatie en sturing buiten de taak en daar adequaat op reageren. De andere is niet gericht zijn op de omgeving, maar louter bezig met de taak.

De verschillende leerstijlenaspecten lijken soms sterk op elkaar. Vandaar dat diverse onderzoekers hebben gezocht naar modellen met samenhangende leerstijlaspecten, zoals Kolb, Vermunt en Witteman.

 Kolb heeft een model ontwikkeld voor het succesvol doen van onderzoek. Hij heeft uit de tientallen bekende leerstijlaspecten er twee gekozen die relevant bleken:

de dimensie van het leren van concrete ervaringen versus het leren van abstracte begrippen
de dimensie van het leren door actief te doen versus het leren door beschouwend waar te nemen.

Deze twee leerstijlaspecten leveren dan vier verschillende leerderstypen op: de ontdekker, de denker, de beslisser, en de doener. Kolb heeft een vragenlijst ontwikkeld om de leerstijl van mensen in kaart te brengen ( de Learning Style Inventory test).
Vermunt heeft jarenlang onderzocht hoe studenten in het hoger onderwijs leren. Hij heeft een model ontwikkeld waarin de mate van zelfsturing door de student een belangrijke plaats inneemt. Hij komt tot vier verschillende leerstijlen: de ongerichte leerstijl, de reproductiegerichte leerstijl, de betekenisgerichte leerstijl en de toepassingsgerichte leerstijl.
Ook Vermunt heeft een vragenlijst ontwikkeld om de leerstijl van een leerling in kaart te brengen (de Inventaris Leerstijlen).
Witteman onderscheidt vier leerstijlen: het serialisme (zie boven), het holisme (zie boven), het versatilisme (is flexibiliteit, zie boven) en oppervlakkig leren (leerlingen doen alle stappen bij het leren oppervlakkig, en kunnen leerstof daardoor niet voor langere tijd onthouden). Leerlingen die verschillen in deze vier leerstijlen, worden bij elkaar gezet in een groep. Dit leidt tot cognitieve conflicten in de leergroep en dit leidt, mits goed begeleid door de docent, tot actievere verwerking van de leerstof

Hoe ermee om te gaan? 
 

Zoals gezegd zijn bij alle leerstijlaspecten testjes ontwikkeld. Zo’n testje invullen kan een hulpmiddel zijn bij het nadenken over een door de leerling of docent gebruikte leerstijl in een bepaalde situatie. Om daarna te beslissen of het effectief is om zo bezig te zijn. Of om, als dat niet het geval is, de situatie aan te passen of de leerstijl te veranderen.

 Bij het model van Kolb is een vragenlijst ontwikkeld die laat zien wat de voorkeurstijl van iemand is bij het doen van onderzoek. De boodschap achter de leerstijlen van Kolb is dat een leerling voor het doen van onderzoek een aantal activiteiten achter elkaar moet ontplooien (concreet ervaren, reflecterend waarnemen, abstracte begripsvorming en actief experimenteren), en dat onderzoek alleen effectief zal zijn als een leerling een combinatie van de bijpassende vier leerstijlen kan inzetten. Het model van Kolb geeft een leerling (en docent) dus aanwijzingen voor leerpunten ten aanzien van de ingezette leerstijl.

 Bij het model van Vermunt is een vragenlijst ontwikkeld die laat zien of de leerstijl van een leerling passend is bij het type onderwijs dat hij volgt. Er is ook een vragenlijst ontwikkeld voor het onderwijsgedrag van de docenten. Vergelijken van de uitkomsten geeft inzicht in welke mate de stijl van lesgeven van de docent overeenstemt met de leerstijlen van de leerlingen in de klas. Hier kan de docent tips uithalen voor de aanpak van de les.

 Het I.L.S.-model van Witteman is een integrale onderwijsaanpak. Het in groepen werken van leerlingen met verschillende leerstijlenheeft consequenties voor de docent en de schoolleiding. Docenten werken bijvoorbeeld met het meester-gezel systeem.

Relevantie voor de onderwijspraktijk:

De testjes bij de leerstijlaspecten geven een leerling een plaats op een lijn tussen de twee polen van een dimensie. Dit is een leuke manier om na te denken over de leerstijl van een leerling, ook al is de testsituatie een andere dan die in de praktijk van het onderwijs. Als leerkracht en leerling de testresultaten met elkaar bespreken, krijgt de test nog meer zin.
Er zijn duidelijke relaties aangetoond tussen leerstijlaspecten en schoolprestaties. Zo vragen veldafhankelijke leerlingen veel structuur in de lessen.
Voor de lezer die wil weten welk model geschikt is voor welk onderwijstype, is een globaal antwoord: het model van Kolb voor de onderbouw, de modellen van Vermunt en Witteman voor de tweede fase en het hoger onderwijs.


Bij gebruik van leerstijlgericht leren is het belangrijk een aantal vuistregels in gedachte te houden:

Er is geen goede of slechte leerstijl. Wel kan een leerstijl meer of minder geschikt zijn voor de taak;
Na diagnose van je leerstijl is steeds aan de orde: leersituatie naar je hand zetten dan wel je manier van leren aanpassen;
Leerstijlen zijn veranderbaar. Maar dat is geen eenvoudige zaak. Indien een leerstijl verandering behoeft, vraagt dat een jarenlange systematische aanpak;
Je moet op resultaten uit leerstijltestjes en leerstijlvragenlijsten geen zware beslissingen als selectiebeslissingen baseren. Daarvoor lijken de resultaten nog te onbetrouwbaar. Wel zijn ze geschikt voor ad hoc beslissingen in de klas;
Leren over je eigen leerstijl als leerling is een relevant langetermijndoel voor het onderwijs.

Bronnen:

In de volgende boeken is meer te vinden over bovenstaande informatie: Vermunt, J. (1992). Leerstijlen en sturen van leerprocessen in het hoger onderwijs. Naar een procesgestuurde instructie in zelfstandig leren. Amsterdam/Lisse: Swets & Zeitlinger B.V.; Leren zelfstandig leren. Hanna de Koning. Uitgegeven bij Nijgh/Versluys, 1998 Baarn; Hoe wij denken leren en vergeten. F Vester. “Boek van de maand”. April 1976. Uitgeverij Bosch en Keuning; Uitgeverij De Fontein bv Den Bilt; ILS Informatie. Witteman, H. en Kauffman, M. (1995). Klimmen: T.S.M. Teaching en Schoolmanagement Consultants. Ook op internet is veel te vinden. Dat kan door ‘leerstijlen’ of ‘learning styles’ in te typen in een zoekprogramma als Google. Dat levert een schat aan informatie op inclusief allerlei testjes.

Deel en inspireer elkaar:
  • Hyves
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • MySpace