De leerroutes worden weergegeven in drie kolommen: informatie, subjectief concept en praktijk; en in tien (leer)activiteiten, gevangen in werkwoorden. Een krachtige leerroute pendelt tussen deze drie componenten en maakt daarbij gebruik van tien (leer)activiteiten.
Op het APS is voor de Pabo’s een aantal jaren geleden een instrument ontwikkeld waarmee opleidingsdocenten voor hun studenten betekenisvolle leerroutes kunnen ontwerpen. De leerroute voor studenten wordt zo ontworpen dat de student een verbinding tot stand brengt tussen het eigen subjectief concept over onderwijs, het beroep van docent, de onderwijspraktijk enerzijds en de theorie over onderwijs en opvoeding anderzijds. Op die manier krijgt het geleerde betekenis en ontwikkelt het subjectief concept van de student zich tot een bruikbaar werkconcept voor de eigen onderwijspraktijk. Het schema is daarna tevens een instrument in de handen van de student om zelf op zijn beurt leerroutes te ontwerpen voor de leerlingen. De variant die voor die laatste toepassing is ontwikkeld, is het schema ‘Onderwijs ontwerpen’. Het instrument is de laatste jaren geëvolueerd en breed toepasbaar gebleken. Het bewijst zijn waarde in veel sectoren, zoals het voortgezet onderwijs, het universitair onderwijs en hbo- en mbo-opleidingen waarin jongeren en volwassenen leren in en voor de beroepspraktijk of waarin leerlingen leren in situaties waarin ook het gebruik van informatie in het dagelijks leven centraal staat.
Het schema waarmee de leerroutes ontworpen kunnen worden, ziet er als volgt uit:
| Schema ‘leren en ontwerpen’ in tien (leer)activiteiten | ||
|
Informatie, leerstof
Opnemen |
Subjectief concept leerder
Openen
Delen |
Beroepswereld, leefwereld
Ervaren
|
| Bewerken | Verwerken | |
| Doen ……… Maken …… | ||
| ………….……………………………Reflecteren.……………………………………………. | ||
| …………………………………….…Integreren .……………………………………………. | ||
We lichten het schema kort toe. Het schema bestaat uit drie kolommen: de aan te leren informatie, de leerstof; het subjectief concept van de leerder, en de beroepswereld, de leefwereld van de leerder. Om een leerroute te ontwerpen heeft de docent tien (leer)activiteiten tot zijn beschikking. Daarmee zet hij ‘haltes’ van een leerroute uit. Hij kan als het ware met de leeractiviteiten spelen, ermee construeren: opnemen gaat om activiteiten die de leerder moet ontplooien om informatie te ontvangen; bewerken omvat activiteiten die erop gericht zijn informatie te begrijpen, bijvoorbeeld door er vragen over te stellen; openen betekent het activeren van wat er in het hoofd van de leerder omgaat (o.a. activeren van voorkennis); delen betekent uitwisselen met medeleerders of docent; ervaren betekent ervaringen opdoen in de beroepswereld, leefwereld; verwerken betekent het nadenken over die ervaringen of het koppelen van de ervaring aan het geleerde; doen betekent bewust iets ondernemen in de beroeps- of de leefwereld; maken betekent iets ontwerpen voor toepassing in de beroepswereld of leefwereld; reflecteren staat over alle drie de kolommen.
Dat betekent dat de leerder zowel moet kunnen reflecteren op de leerstof als op het eigen concept als op de beroepswereld, leefwereld; en integreren betekent dat de leerder het geleerde in de verschillende activiteiten tot iets van zichzelf maakt. Rest nog één opmerking. Het subjectief concept kent verschillende lagen. Het gaat daarbij niet alleen om wat een leerder al weet, het gaat ook over gedragingen, opvattingen, emoties, normen en waarden van die leerder. Door systematische leerroutes te volgen waarin gependeld wordt tussen informatie, subjectief concept en (beroeps)wereld ontwikkelt het subjectief concept zich tot een bruikbaar werkconcept over en voor de (beroeps)praktijk.
In een lerarenopleiding zullen de leerroutes vaak starten bij de praktijk of ervaringen in die praktijk (ervaren). In dat geval wordt er op die praktijk gereflecteerd (verwerken), en er worden verbindingen gemaakt via nieuwe informatie, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe concepten of praktijktheorieën (openen, delen, opnemen en bewerken). Opdrachten als iets uitproberen (doen) of iets ontwerpen voor leerlingen (maken) kunnen bij het maken van die verbinding een belangrijke rol spelen. Reflectieopdrachten zorgen ervoor dat de leerder verbindingen kan maken tussen praktijk, subjectief concept en informatie (reflecteren). Reflectieopdrachten zijn meestal belangrijk voor de betekenisverlening. Een leerroute eindigt meestal met een integratieopdracht waarin de betekenisverlening plaatsvindt door de toepassing van het geleerde in de praktijk (integreren).
De belangrijkste bron is het boek van de ontwerpers van dit schema: Munnik, C. de & Vreugdenhil, K. (2001). Onderwijs Ontwerpen, Het didactische routeboek als werkboek voor de Pabo. Groningen: Wolters Noordhoff. In dit boek wordt dit schema uitputtend behandeld en van veel voorbeelden voorzien. Er is een kleiner boekje van Cees de Munnik uitgegeven genaamd: Schema Leren en Ontwerpen door het APS. Het is te bestellen op de website. Verder is er weinig extern en veel intern werkmateriaal voorhanden op het APS. Zie de contactpersoon hieronder.
Er zijn een groot aantal relaties met andere leertheorieën, omdat de klemtoon hier ligt bij het ontwerpen van leerroutes voor leerders waarbij de toepassing in de praktijk centraal staat. Het gaat daarom om de constructivistische visie op leren. Relaties met andere leertheorieën zijn daarmee breinvriendelijk leren, competentiegericht leren, leerstijlgericht leren, kernreflectie, metacognitie en transfer, natuurlijk leren en meervoudige intelligentie.




