Wij vinden het belangrijk dat kinderen enthousiast en gemotiveerd leren. Daarom werken wij in ons taalonderwijs op een uitdagende manier. Dit is mogelijk met taalmethodes die wereldoriënterende thema’s hebben. Hiermee wordt extra tijd en een positief leereffect gecreëerd(win-win situatie). Een goed voorbeeld hiervan is de methode Taal actief, welke verder toegelicht zal worden in dit artikel.
Uitgangspunten
Het voorlezen, lezen, vertellen, luisteren, spreken en stellen uit geschikte thema’s van onze taalmethode wordt wereldoriënterend vorm gegeven. Het is belangrijk om de dagelijkse taalvaardigheden die kinderen in de taalmethode leren, mee te nemen naar het wereldoriënterend leren. Vandaar dat we wereldoriënterend onderwijs opzetten vanuit de taalmethode. Van belang is ook om aan het begin van het thema een eenvoudige voorkennistoets af te nemen, die ook weer aan het eind van het thema wordt afgenomen; de kinderen zijn verbaasd over wat ze hebben bijgeleerd.
We volgen in wereldoriënterend taalonderwijs het volgende model:
- voorkennis opbouwen (de inleidende activiteiten)
- kennis opdoen (de instructielessen)
- het (samen) toepassen van het geleerde (de verwerkingsopdrachten onder andere met behulp van opdrachtkaarten en coöperatief leren).
Inleidende activiteiten
De (anker)verhalen van Taal actief worden gekoppeld aan het opbouwen van voorkennis (de inleidende activiteiten), waardoor de (anker)verhalen voor de kinderen kunnen functioneren als een verhalende context voor nieuwe informatie. Inleidende activiteiten kunnen zijn: ontdekkisten, video’s, uitstapjes, aan de slag met onderzoeksvragen.
We willen vaker het Digibord gaan gebruiken. Bij uitstapjes kunnen ook gesprekken geregeld worden met mensen die veel weten of kunnen, met betrekking tot het thema.
Vóór de inleidende activiteiten oriënteren de kinderen zich kort op basisbegrippen, onderzoeksvragen en de beoogde toepassing, zo mogelijk aangepast aan de (toepassings)-lessen van onze taalmethode.

De inleidende activiteiten vinden plaats aan het begin van het taalthema en niet aan het begin van de aansluitende wereldoriëntatielessen. Hierdoor kan de opgebouwde voorkennis al effect hebben in het taalgedeelte van het Wereldoriënterende taalonderwijs.
Onderzoeksvragen zijn interessant, spannend, zijn gerelateerd aan het (anker)verhaal en monden uit in een toepassing aan het eind van het thema, in de vorm van een product, presentatie, en dergelijke.
Instructie
Onder andere uit de (anker)verhalen worden de WO-basisbegrippen en onderzoeksvragen gehaald, omdat je daarmee een context hebt voor de betekenis van deze begrippen en de kinderen vraaggericht kunnen luisteren naar en het voorgelezen (anker)verhaal. De WO-basisbegrippen worden toegevoegd aan het lijstje uit onze taalmethode met de themawoorden per thema.
De (anker)verhalen worden gebruikt met een goede leesaanpak (werken met leesstrategieën en het hardopdenkend lezen) en met een goede woordenschataanpak bij de zaakvakbegrippen (gericht op beter luisteren, praten, lezen en schrijven). Basisbegrippen worden in wereldoriënterend taalonderwijs op een natuurlijke manier herhaald in verschillende contexten. (anker)verhalen kunnen aangevuld worden met (actuele) leuke teksten, bijvoorbeeld van Kidsweek Junior, Nieuwsbegrip, en dergelijke.
In Wereldoriënterend taalonderwijs is er een evenwicht tussen Directie instructie en ontdekkend leren. Er zijn dagdelen instructie en er zijn dagdelen samenwerkend en ontdekkend leren. De toepassinglessen in Taal actief doen al een beroep op samenwerkend en zelfstandig denken en werken van de kinderen. We passen coöperatief leren in de opzet van Wereldoriënterend taalonderwijs, in.
Toepassing en verwerking
Er kan worden gewerkt met onderzoeksvragen, onderzoeksgroepen, internetgebruik, spreekbeurten, werkstukken en presentaties. Hierbij worden opdrachtkaarten gebruikt die zijn afgestemd op de taalmethode.
De toepassing hoeven we niet altijd meer te verzinnen, omdat in onze taalmethode toepassinglessen zijn opgenomen. Daaruit maken we keuzen voor taalvaardigheden en onderwerpen die worden toegepast in de WO-lessen. Kortom:
- We stemmen het onderwijs mede af op interesses van de kinderen en brengen voorkennis aan.
- De thema’s van onze taalmethode gebruiken we als inhoudelijk en talig uitgangspunt. We gaan van omgangstaal naar wereldoriënterende taal.
- De taalvaardigheden uit de taalmethode en de aandacht voor woordenschat, vormen een brug naar de wereldoriëntatie.
- De WO-kerndoelen van de SLO, van april 2006, gebruiken we mede als leerlijn.
- We gebruiken ook de leerlijnen, en als het nodig is ook het leerlingmateriaal, van de zaakvakmethoden Wijzer door de Wereld en Wijzer door de natuur.




