Door Marjoke Sinke
Marjoke Sinke, moeder van Eline en Irene vertelt in onderstaand artikel over haar belevenissen met haar dochter Eline die het vooral op school moeilijk heeft gehad.
Na de geboorte van mijn dochter Eline is mijn leven behoorlijk op z’n kop gezet. Ze was een huilbaby, had diverse allergieën en astma. Het is, zowel voor haar als voor ons, niet altijd even makkelijk. De laatste jaren gaat het vrij goed, maar nu gaat ze de volgende fase in: ze gaat naar de middelbare school. Ik hoop van harte dat ze daar op een plek terechtkomt is die goed is voor haar en die recht zal doen aan haar kwaliteiten.
Eline vroeg me onlangs om haar te leren haar nieuwe boeken te kaften. Ik ging op haar verzoek samen met haar aan de eettafel zitten, bereid om haar tot in de details te laten zien hoe je zoiets doet. Zij pakte ondertussen de afstandsbediening en keek vervolgens naar een favoriet programma op televisie. Het leek me ondoenlijk om het haar op deze manier te kunnen leren, maar ik probeerde me echter niet aan haar, in mijn ogen ongeïnteresseerde, houding te ergeren. Ik zette mijn ergernis opzij en zonder hierover een woord te zeggen kaftte ik het eerste boek van de stapel. Toen ik het volgende boek pakte zei ze: “Nee, nu ik.” En binnen de kortste keren had ze de hele stapel verder zelf gekaft. En daar zat ze dan, tevreden achter de stapel keurig aangeklede schoolboeken. Ze had me weer eens verbaasd, juist op een moment dat ik eigenlijk niets meer verwachtte. Ik voelde me betrapt en schuldig tegelijk, omdat ik haar houding weer eens helemaal verkeerd had geïnterpreteerd.
Dit voorbeeld is typerend voor Eline. Datgene wat ze graag wil kunnen, beheerst ze razendsnel. Het omgekeerde is echter ook het geval. Ik weet nog goed dat ze in groep zes thuiskwam met een onvoldoende voor geschiedenis op haar rapport. Ik was zeer verbaasd en eigenlijk ook boos op de nieuwe leerkracht. Hoe durfde hij mijn kind op die leeftijd al met onvoldoendes te pesten? En dat terwijl hij toch wist hoe onzeker ze was na de overstap van de vorige school. Toch besloot ik eerst een gesprek met Eline te hebben over dit cijfer.
“Al die oude kerels, dat is toch niet interessant? Wat heb ik daaraan om dat allemaal te weten? Ik heb het toch nooit in mijn leven ergens voor nodig,” luidde haar stellige reactie. Razendsnel gingen de gedachten door mijn hoofd. Ik leerde vroeger gewoon omdat het moest. Had ik wel zin om deze werkwijze ook aan mijn dochter over te dragen? Ik voelde weer de weerstand in mijn lijf bij de gedachte aan het leren van alle bijbelboeken. Eigenlijk snapte ik haar heel goed. Ik zou er ook geen zin in hebben. En bij die gedachte wist ik dat ook zij wist wat ik ervan vond. Ze leest ieders gedachten en dus had het geen zin om iets anders te zeggen. “Kun je je voorstellen dat er andere kinderen zijn voor wie deze kennis wel belangrijk is?” vroeg ik haar. Ze knikte bevestigend. “Snap je dat op een school alle kinderen iets moeten leren, maar dat niet alles altijd voor iedereen even belangrijk is?” Ook dat vond ze een reële gedachte. “Wat mij betreft mag je kiezen: je leert niet voor geschiedenis net zo min als je nu gedaan hebt, of je leert wel, ondanks dat je er in de toekomst niets aan hebt. Ik laat de keuze aan jou.” Ze besloot tot het laatste, maar niet zonder mij daarin te betrekken. De voorwaarde was dat ik haar voortaan zou helpen bij het maken van samenvattingen en haar zou overhoren. Ik ging akkoord. Regelmatig verbaasde ik me over datgene wat ze diende te leren, maar door onze samenwerking heeft voor dit vak ze niet meer lager dan een acht gescoord.
Een omslag in haar gevoel ten opzichte van geschiedenis kwam in de laatste periode van groep 8. Het onderwerp was ‘de Tweede Wereldoorlog’. “Dat is zo belangrijk om te weten, mama.” Voor haar verjaardag in juli vroeg ze een stripboek over deze periode en een bezoek aan het Anne Frankhuis in Amsterdam.
Een van de eerste dingen die ze deed toen ze haar nieuwe lesboeken van de middelbare school ontving was het geschiedenisboek doorbladeren. “Ik hoef toch niet weer opnieuw te beginnen hè?” Maar de oertijd blonk haar tegemoet. Ook op de middelbare school is het waarschijnlijk een lange weg naar de Tweede Wereldoorlog. Veel zal afhangen van de docent. Daar is ze heel gevoelig voor. Zijn gedachten leest ze immers ook!
Eline en ik voelen elkaar tegenwoordig vrij goed aan. Ik voel meestal wel aan waarom ze ‘vreemd’ of ‘dwars’ reageert, maar daar is wel een hele zoektocht aan vooraf gegaan.
In de groepen 1 en 2 ging het vrij goed op de basisschool. Afgezien van het afscheid nemen, iets wat elke dag weer moeilijk voor Eline was, had ze het naar haar zin bij een juf die, net als zij, dol was op zingen. We hadden bewust gekozen voor het Montessorisysteem en vol vertrouwen ging ze naar goep 3. Daar viel het leren tegen. De combinatie van groep 3, 4 en 5 vroeg veel te veel zelfstandigheid van Eline en ze miste haar ‘oude’ juf. Wij maakten ons echter nog geen zorgen. Ze had waarschijnlijk gewoon tijd nodig om te wennen, zo dachten wij. In groep 4 maakte ze eigenlijk weinig vorderingen. De leerprestaties vielen de juf tegen, maar dat werd ons door haar niet verteld. Eline vond haar niet erg aardig, maar ze had veel vriendjes en vriendinnetjes. We maakten ons dus niet ongerust.
Eline kreeg echter steeds meer nachtmerries. Gesprekken die we hierover wilden voeren op school gingen heel moeizaam, eigenlijk was er nooit tijd.
En ineens was de juf weg. Wegens persoonlijke omstandigheden was ze van de ene op de andere dag vertrokken naar Amsterdam. Er bleek geen leerlingvolgsysteem te zijn bijgehouden en de hele klas liep erg achter met de leerstof. Er kwam een invalster die niet bekend was met het Montessorisysteem. De kinderen werden flink achter de broek gezeten en het vrije-keuze systeem was helemaal weg. Eline kon het niet bijbenen. Ze was totaal in de war. “Emotioneel is ze niet zo sterk, laat haar groep 4 nog maar een keer doen dan heeft ze tijd genoeg voor alles.” Zo luidde het dwingende advies van de leerkrachten op een school waarvan we steeds dachten dat zittenblijven niet bestond. We volgden het advies toch op. Eline kreeg vanaf dat jaar remedial teaching, maar het haalde niets uit.
Ondertussen gingen wij buiten de school op zoek naar hulp. Via vele omwegen kwamen we erachter wat er aan de hand was: Eline ‘zag’ veel te veel om zich goed te kunnen concentreren. De ‘weggelopen’ juf van deze groep was zwaar overspannen. Eline zag donkere kleuren en heel veel boosheid om haar heen. Ze voelde zich niet goed bij haar, want ze nam haar spanningen over. Bij haar klasgenootjes (zo’n 32) zag ze ook kleuren, maar daarnaast ziet ze ook bij iedereen de beschermengelen en zielen van overledenen die bij hen zijn. Probeer je dan maar eens op je schoolwerk te concentreren en daarnaast ook nog eens al die indrukken te verwerken!
Bij de nieuwe juf veranderde dit natuurlijk niet. Eline voelde haar onzekerheid haarfijn aan. De remedial teacher zag in Eline meteen een zwak begaafd meisje en vanuit dat idee gaf ze haar ook de begeleiding. Het hielp niets. Voor Eline was het duidelijk dat deze juf haar niet werkelijk wilde helpen, maar eerder zocht naar bevestiging van haar vermoedens. Iets wat haar nog meer in verwarring bracht, omdat ze dit niet goed onder woorden kon brengen. Hoe moet je reageren op iemand die zegt je te willen helpen, maar die iets anders denkt?
Ik verbaas me nog steeds dat het zo lang heeft moeten duren voor ik begreep wat er eigenlijk aan de hand was. Waarschijnlijk was het Eline niet duidelijk dat wat voor haar normaal was, voor veel anderen ongewoon is.
Vanuit de school volgde aan het einde van dat leerjaar het advies om haar naar het speciaal onderwijs te laten gaan. We meldden haar aan en kregen met allerlei onderzoeken en tests te maken. Zo kregen we een maatschappelijk werkster met een flinke vragenlijst op bezoek. Eline kwam echter niet voor dit type onderwijs in aanmerking. Ze had dan wel een leerachterstand van 1 tot 1 ½ jaar, maar daar werd in de onderzoeken geen enkele aanwijzing voor gevonden. We kregen het advies om een kleine school voor Eline te zoeken.
Die vonden we 5 kilometer verderop. Een school met 40 kinderen en twee klassen. Groep 5 t/m 8 samen in een klas. In de afgelopen vier jaren variërend van 15 tot 19 leerlingen. Veel zelfstandig werken, dat wel, maar de sfeer op de school is prima. De kinderen van alle leeftijden spelen met en door elkaar. De speeltuin van het dorp grenst aan het plein, is omgeven door bossen en bomen om in weg te kruipen en walnoten te zoeken. Er is een hoofdleerkracht die zijn werk met liefde doet, maar die flinke eisen stelt aan het leerwerk. Iemand die mij ook vraagt of ik bekend ben met ‘De Stichting Nieuwetijdskinderen’ en die andere ouders naar mij verwijst, omdat ik ‘ervaringsdeskundige’ ben.
Hier kwam Eline tot rust en vond ze een groot deel van haar zelfvertrouwen terug.
De verandering van school lijkt een gouden greep in dit verhaal. Toch is er iets dat van essentiële invloed op de positieve veranderingen bij Eline is geweest en dat is mijn eigen ontwikkeling. Op het moment dat ik begreep wat er bij haar speelde ben ik op zoek gegaan naar hulp. Die hulp vond ik niet direct, maar beetje bij beetje vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Zo had ze weer eens een vreselijke nachtmerrie waarbij ze met open ogen steeds maar: “Mama, mama” riep, maar tegelijkertijd totaal onbereikbaar was. Ten einde raad belde ik een therapeute op die haar op dat moment hielp. Deze beloofde Reiki op afstand te sturen en binnen 10 minuten sliep Eline rustig, alsof er niets aan de hand was geweest. Dat vond ik zo fantastisch om mee te maken dat ik besloot om zelf een Reikicursus te gaan volgen. Daarna volgden er meer cursussen en ik merkte dat, naarmate ik daarmee verder kwam en mijn spirituele ontwikkeling een vlucht nam, Eline rustiger werd. Alsof ze het wereldleed niet meer in haar eentje op haar schouders hoefde te nemen. We gingen elkaar steeds beter begrijpen en ik raakte steeds beter in staat om ook háár gedachten te lezen, zodat we woordenloos en op afstand met elkaar kunnen communiceren. Niet zelden merk ik haar energetische aanwezigheid op wanneer ik bijvoorbeeld in het theater ben en zij thuis in bed ligt. Dan maken we een ‘praatje’ en afhankelijk van de soort voorstelling nodig ik haar al dan niet uit om mee te kijken. Dit alles heeft mij gesterkt in mijn overtuiging dat je je kind heel vaak kunt helpen door jezelf te ontwikkelen.
En nu is de Middelbare schooltijd aangebroken. Eline heeft net als veel andere kinderen uit groep 8 de AOB- en Cito-toets gemaakt. De uitslag daarvan is eigenlijk lachwekkend. De testresultaten lopen uiteen van VMBO-B tot HAVO-niveau. De adviezen zijn wel eenduidig: kies maar iets daartussenin. De hoofdleerkracht van de basisschool is het daarmee eens. “Het kan alle kanten uit met Eline, een eenduidig advies durf ik in haar geval eigenlijk niet te geven. Doe maar VMBO-K/GT dat zit er tussenin.”
En dat bestaat nou net niet op de school die ze zelf gekozen heeft. Maar om haar zelfvertrouwen niet opnieuw een deuk op te laten lopen hebben we gekozen voor VMBO-K, wetende dat als ze in iets geïnteresseerd is, of wanneer een docent haar interesse weet te wekken ze ver boven dit niveau kan scoren. Maar dat maakt ons niet uit. We willen graag een ontspannen en gelukkig kind dat voldoende tijd heeft voor haar favoriete hobby’s: dans, zang en toneel. Want wij weten inmiddels dat als ze iets werkelijk graag wil, ze dat toch wel voor elkaar krijgt!
Dit artikel is afkomstig van de website: www.nieuwetijdskinderen.nl
















