ZUTPHEN – Sylvien denkt niet in woorden, maar in beelden, en in kleuren.
Als hij buiten op straat iets bijzonders heeft gezien, kan hij de beelden daarvan maar niet van zich afzetten. Woordjes schrijven is voor hem moeilijk, ‘want woordjes kan ik niet lezen in mijn hoofd’.
De 10-jarige scholier Sylvien wordt opgevoerd in het nieuwe boek van de Zutphense orthopedagoog Tineke Labrujère en de Antwerpse Magda Jacobs. ‘In het rijk der beelden ben ik koning’, waarin ze aandacht vraagt voor de kwaliteiten en problemen van de ‘beelddenkers’ onder ons. Een beelddenker? Jawel, dat is een ander iemand dan de ‘taaldenker’, een categorie, waar de meesten van ons onder vallen. “De beelddenker is de vernieuwer die tegenwoordig in het bedrijfsleven wordt aangetrokken om te brainstormen met het doel veranderingen tot stand te brengen”, zegt Labrujère.
Een typische ‘beelddenker’ komt op school al gauw verstrooid over. Maar dat is hij niet, beklemtoont ze. “Hij heeft gewoon heel veel fantasieën en raakt gauw verzeild in een droomwereld. Als juf in de klas een verhaal vertelt over vader die vissen vangt, dan krijgt een kind dat sterk in beelden denkt direct die plaatjes in zijn hoofd. Hij hangt er vervolgens andere plaatjes aan, bijvoorbeeld dat de vis mee naar huis gaat en daar wordt opgegeten. Terwijl hij in zijn hoofd als het ware nog vis aan het eten is, is juf al veel verder met het verhaal. Maar dat hoort het kind in kwestie dan helemaal niet.”
Juf reageert misschien verstoord, zo van: Sylvien moet beter opletten. “Maar dat hoeft niet op zo’n moment. Als het een gewoon verhaal is, dan kan ze hem gerust even in zijn eigen wereld laten. Pas als er instructies gegeven, moet ze hem bij de les halen.”
De Zutphense orthopedagoog heeft zelf een jaar of tien geleden kennisgemaakt met het fenomeen beelddenken, nadat ze kennis nam van het werk van Ronald Davis, een Amerikaan die een studie heeft gemaakt over dyslexie, en van mevrouw Ojemann uit Groningen.
“Beelddenkers hebben soms ook dyslexie. In elk geval maken kinderen die sterk in beelden denken spellingsfouten. Ook met rekenen kunnen zich problemen voordoen. Als je beelddenkers zomaar met cijfers confronteert, weten ze niet wat ze aan het doen zijn. Je moet ze dus eerst uitleggen wat de bedoeling is van rekenen en waar het heen gaat, zodat ze daarvan een beeld krijgen.”
Sinds de kennismaking met het werk van Davis heeft Labrujère vele tientallen kinderen in de praktijk gehad, die op school op de een of andere manier hinder hadden door hun manier van denken. “Het vreemde is dat men op de meeste scholen in deze regio nog nooit van beelddenken had gehoord, terwijl ik in elke klas van laten we zeggen dertig kinderen er toch wel vijf typische beelddenkers zijn.”
Niet onderkend ‘beelddenken’ kan veel problemen geven, weet de Zutphense orthopedagoog. “In het onderwijs wordt voornamelijk lesgegeven op de manier die aansluit bij taaldenkers, dus veel taal, luisteren, snelheid, ratio, analyse en verschillen. De beelddenker komt echter uit een andere wereld, waarin het beeld, de emotie, de fantasie, synthese en het denken in overeenkomsten belangrijk zijn. Waarin het oog het belangrijkste zintuig is. Het is een wereld waarin tijdsdruk, pijn en stress oplevert.”
“Omdat ze niet goed zijn in het onthouden van veel instructies tegelijk, dingen in de goede volgorde zetten en werken onder tijdsdruk, moet je ze steeds overzicht en een duidelijke structuur bieden. Beeldend onderwijs, schrijven combineren met tekenen en boetseren en dergelijke, dat is het beste voor hen. Ook humor is van groot belang. Van de leerkracht verwacht je speels en inventief onderwijs en geen houding van: dit is het systeem, en daarmee basta. Sfeer op school en echtheid van de leraar is ook heel belangrijk voor de beelddenker, want hij is ongelooflijk intuïtief en hooggevoelig.”
“Als je het goed doet, zul je beelddenkers zien opbloeien, en zul je zien dat hun enorme creativiteit aan de oppervlakte komt. Het zijn kunstenaars, technisch ingenieurs, toneelspelers, muzikanten, designers en uitvinders, die zomaar een revolutionair nieuwe fiets kunnen bedenken. Het zijn vernieuwers met een passie. Maar vraag ze niet het allemaal uitgebreid te verwoorden. Hun conclusies zullen kort en kernachtig zijn, want woorden zijn bij hen ondergeschikt. Eigenlijk is beelddenken een heel speciale manier van Zijn.”
Het boek van Labrujère en Jacobs, waarin behalve theses veel interviewtjes met beelddenkende kinderen zijn opgenomen, is daarom een pleidooi voor erkenning van de beelddenker én een mooie plek voor hem op school. “Ze zijn geen last, maar juist een verrijking voor de school.”
‘In het rijk der beelden ben ik koning’, door Tineke Labrujère en Magda Jacobs, is te bestellen in onze webwinkel.




