leestijd:

Benodigdheden: geen

De leerkracht klapt in een bepaald tempo, iedereen doet mee. Vervolgens wordt er van tempo of intensiteit gewisseld, de kinderen volgen. Kijk wat het effect is als u sneller wisselt. Laat ook een kind de voorklapper zijn.

Tip: I.p.v. klappen is het ook mogelijk om met de voeten stampen en van tempo wisselen.

Variatie: De leerlingen moeten, door te liplezen en daarbij op het juiste tempo te klappen, raden wat de leerkracht tegen hen zegt. Dit kan beginnen met woorden en eindigen met zinnen.

Aanvulling voor peuters en groep 1-2

De variatie is voor peuters moeilijk. Kies één woord dat past in de context van de activiteit waar u mee bezig bent zoals in de kring voor een hapje. Zorg dat alle kinderen uw mond goed kunnen zien. Na het woord duidelijk gearticuleerd te hebben ondersteunt u het gekozen woord met een gebaar bv. ‘beker’ en u maakt een drinkgebaar.

Ook bij kleuters kunt u het beste eerst beginnen met zelfstandig naamwoorden. Als de kinderen het woord niet raden, kunt u het woord ondersteunen met een gezichtsuitdrukking of een klein gebaar. Als het goed gaat, kunt u veel voorkomende zinnetjes gebruiken zoals: “Wij gaan naar buiten”.

sluiten