leestijd:

Benodigdheden: Voor elke leerling een blaadje met daarop een (ander) woord, een potlood en papier.

De leerkracht deelt de blaadjes uit aan de leerlingen waarop steeds een ander woord staat. De leerlingen laten dit aan niemand zien, slaan het woord op en doen het blaadje weg. Op het teken van de leerkracht lopen de leerlingen kris kras door elkaar in het lokaal en roepen (op normale toon) het woord wat op het blaadje stond. Na een tijdje vraagt de leerkracht de leerlingen weer te gaan zitten en om alle woordjes die zij hebben gehoord op te schrijven.

Welke leerling heeft de meeste woordjes kunnen onthouden?

sluiten