leestijd:

Er zijn vele voorbeelden van woordenboekjes die kinderen zelf maken. Een eigen woordenboek verhoogt de betrokkenheid van kinderen bij hun woordleren. Het is namelijk niet alleen de leerkracht die semantiseert, maar de kinderen doen dat zelf ook. Dat laatste is eigenlijk belangrijker dan het eerste, want woorden leer je alleen als je actief woorden leert, met elkaar.

Een vaak opgemerkt probleem bij een eigen woordenboekje van kinderen is, dat er te weinig tijd voor is en dat het in de loop van het schooljaar weer wegzakt. Dat is doodzonde; een eigen woordenboekje is onmisbaar voor goed woordenschatonderwijs en kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden als contactmiddel tussen het school- en thuis-kind.
Het werken met een eigen woordenboekje is gericht op woordkennis, maar zeker ook op woordgebruik. De belangrijkste betekenis van woorden is de zogenoemde zinsbetekenis van woorden. We luisteren, lezen, praten en schrijven immers in zinnen. De “hiërarchische betekenisrelaties tussen woorden” (parachute, woordkast, en dergelijke) is goed voor woordkennis, maar is van minder belang voor het juiste dagelijkse woordgebruik.  Uit onderzoek lijkt het thans zo te zijn, dat kinderen er niet zo veel winst in hun gebruik van woorden mee boeken.

Een woordenboekje van kinderen moet wipop een goede manier worden opgezet, om het grootste effect te bereiken. We gebruiken daarom vondsten en inzichten uit de internationale literatuur over goed woordenschatonderwijs. Hierna lichten we de opzet van Mijn Eigen Woorden toe. We bespreken het woord in plaatjes, de woordspin, woord in zinnen, gebruik het woord goed, de woordfamilie en “verzamelde woorden”.  Tot slot geven we nog enkele tips voor woordspelletjes en ook enkele woordweetjes.

Woord in plaatjes

• Google het woord. Zowel concrete woorden, zoals de monteur, en ook abstractere woorden zoals verrassen.
• De woorden verschijnen in verschillende situaties en de betekenis wordt daardoor al wat veralgemeniseerd in verschillende contexten. Zelfs abstracte woorden worden in een situatie wat duidelijker.
• Houd het op dit eerste blad alleen bij plaatjes en schrijf niet het woord erbij; kinderen kunnen daardoor begrippen en woorden even uit hun geheugen opdiepen, waardoor “geheugensporen” ontstaan. Ze gaan van het begrip naar het woord en dat is een belangrijke verbinding. Dat gaat goed met woordspelletjes met behulp van de plaatjes.

wsWoordspin

• Maak een woordspin door woorden te bedenken bij het spinwoord. De kinderen kunnen dit doen aan de hand van de vier plaatjes. Het kan alleen, in tweetallen of klassikaal in de hele groep. De kinderen moeten aan elkaar vertellen waarom hun woord bij het spinwoord hoort.
• Bij verrassen bijvoorbeeld komen de kinderen op woorden als de golven, de stier, plotseling, onverwacht, het cadeau, schrikken, verbaasd.
• Bij de monteur komen ze bijvoorbeeld op de band, het gereedschap, maken, de centrale verwarming.
• De kinderen zijn actief betrokken bij het vullen van de woordspin!
• De kinderen praten en schrijven naar aanleiding van de plaatjes en de woordspin!


Woord in zinnen

Verrassen
De stier verrast de man.
De kinderen worden door de hoge golven verrast.
De vrouw is verrast door het cadeau.

De monteur
De monteur maakt de band.
De monteur repareert de verwarmingsketel.
De monteur hangt in de mast.

• De kinderen maken met behulp van de plaatjes en de woordspinnen zinnen met de woorden. De betekenis van woorden in zinnen is het
belangrijkst voor het beter luisteren, lezen, praten en schrijven. Woordjes leer je bij wijze van spreken niet om ze te onthouden, op te
dreunen of om verkeerde woordenschattoetsen te maken.
• In de zinnen komen ook woordcombinaties naar voren. Dan gaat het om woorden die in het woordgebruik vaak bij elkaar voorkomen
zoals: verrassen-onverwacht, monteur-gereedschap-repareren, enzovoorts. wf

Gebruik het woord goed

De vrouw is verrast door het cadeau.
De kinderen worden door de hoge golven verrast.
De stier verrast de fotograaf.
Kun je een boom verrassen?
Schrik je als je wordt verrast?
Kun je in je slaap worden verrast?
Wat doet een spook?
• De kinderen bedenken een goed gebruik van de woorden in zinnen.
Ze bedenken vragen voor klasgenoten over het goed gebruik van het woord. Kinderen moeten daardoor nadenken over het goed gebruik van de spinwoorden: Is de tandarts ook een monteur? …………
Dit draagt niet alleen bij aan woordkennis, maar ook aan het juiste gebruik van de woorden. Wanneer gebruik je “sturen” en wanneer niet?

Woordfamilie
Verrassen
De verrassing
Verrast

• De kinderen bedenken de woordfamilie bij het spinwoord:
De monteur, monteren, de montage, gemonteerd.
• Dit verlaagt “de leerlast” van woorden. Je smeedt immers het “woordijzer” als het heet is.
vw• Het bedenken van de woordfamilie draagt ook bij aan het leren van woordvormen (ge-, be- ont- on- enzovoorts). Kinderen die achter zijn in woordenschat zijn meestal ook achter in de beheersing van woordvormen.

Verzamelde woorden

Verrassen
De monteur
De schotel
Opmaken
Oppassen
Waken
Snakken

• De kinderen verzamelen tussentijds 7 a 8 woorden waarmee ze de afgelopen dagen of in het thema hebben gewerkt of spelletjes hebben gedaan.
• De kinderen herhalen met hun woordenboekjes op korte, op middellange, en op lange termijn hun woorden en de woorden van hun klasgenoten.
• Bij de plaatjes of de geschreven woorden herhalen ze in woordspelletjes wat ze hebben geleerd bij de woorden: de zinnen met de woorden, de vragen over het goed gebruik van de woorden en de woordfamilie.

Woordspelletjes

Uit de bladen kunnen ook woordkaartjes worden geknipt waarmee spelletjes gedaan worden.

Woord in plaatjes
De kinderen bekijken de vier plaatjes en bedenken het juiste woord, dat bij alle vier de plaatjes past. Wie het woord het snelste zegt, wint. De kinderen gebruiken elkaars woordenboekjes.

Woordspin
De kinderen bedenken bij de lege woordspin zoveel mogelijk woorden bij het spinwoord, schrijven een kort tekstje en vertellen dit aan elkaar. De tekst (of de zin) met de meeste woorden uit de woordspin wint.

Woord in zinnen
Bedenk goede zinnen met het spinwoord. Het kind of het groepje met de meeste zinnen in een bepaalde tijd wint.

Gebruik het woord goed
De kinderen bedenken vragen over het goede gebruik van de woorden.
De leukste of gekste vraag wint. Het kind of het groepje met de meeste gekke zinnen waarom het meest wordt gelachen wint.

Woordweetjes

• Geef leerlingen suggesties om de woordspin zelf aan te vullen. Lok het uit met behulp van de plaatjes.
• Laat kinderen woorden van de woordspin aan elkaar uitleggen, door het verband tussen de bedachte woorden en het centrale spinwoord aan te geven. Waarom hoort het woord in de woordspin?
• Herhaal de woordinbreng van de kinderen in de woordspin en beloon hun bijdrage.
• Gebruik de woordspin en de vier plaatjes  bij het praten en schrijven!
• Het meeste vergeten vindt plaats onmiddellijk na het eerste leren en vlak daarna, terwijl door het onthouden over een langere tijd minder woorden worden vergeten. Verleng dus geleidelijk de tijd  waarover de woorden onthouden moeten worden. De onthoudschaal is exponentieel: 5 seconden, 25 seconden, 125 seconden, 10 minuten, enzovoorts. Een goed herhaalschema van woorden uit Mijn Eigen Woorden is: 1 week later, 1 maand later,  6 maanden later.
• Leg uit, of laat kinderen uitleggen, wat het gemeenschappelijke is aan de betekenis van woorden in de verschillende situaties op de vier plaatjes.
• Zelfstandige naamwoorden worden het snelst geleerd, terwijl bijwoorden in het algemeen de moeilijkst te leren woordklasse is. Bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden nemen een middenpositie in. Dit is belangrijk bij het kiezen van woorden via de plaatjes en in de woordspin.  Kies dus gevarieerd en niet alleen concrete zelfstandige naamwoorden!boekje
• Werk in tweetallen met elkaars woordkaartjes. Kinderen leren dus van elkaars woorden.
• Zoek het spinwoord op in een tweetalig woordenboek. (Engels, Turks, Arabisch, Fries) Schrijf de zin uit Mijn Eigen Woorden bij “Woord in zinnen”.
• Controleer de spelling en uitspraak van de woorden met de kinderen.
• Laat kinderen thuis de woorden uitleggen aan hun vader, moeder, broertje of zusje, met behulp van hun woordenboekje.

Naast het ‘eigen woorden boekje’ kun je ook met bovenstaande aan de slag met dit werkblad. Heb je vragen over het vormgeven van woordenschatonderwijs, neem dan gerust contact met ons op.

Door: Paul Filipiak

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.