leestijd:

Wat zien we liever? Een leerling die denkt aan zijn mogelijkheden, en zegt: “Hier ben ik goed in, hier wil ik meer over ontdekken?” Of, een leerling die blijft worstelen met zijn beperkingen, en zegt “Dit snap ik niet, ik zal het nooit oplossen?” Een open deur, niet? De vraag is dan ook niet, wat we liever zien, maar hoe we leerlingen kunnen helpen hun mogelijkheden te ontdekken. Kan creatief denken hierbij helpen? Ja, creatief denken helpt de leerling om zijn mogelijkheden en talenten te ontdekken en die te verbinden met de wereld om hem heen.

In dit artikel een doorkijkje op creatief denken en hoe je als leerkracht een leerklimaat kunt scheppen waar creatief denken groeit en de leerling bloeit.

– Download dit artikel als pdf. –

 

Creatief denken, hippe hype of harde noodzaak?

Creatief denken is hip, zowel buiten als binnen het onderwijs. Het heeft een prominente plek gekregen in het “onderwijs van de 21e eeuw”. We zien het terug in de publicaties van Robert J. Marzano. Stichting Kennisnet noemt het expliciet in haar visie op het onderwijs van deze eeuw. In de sociale media gonst het van de geluiden van voorvechters van creatief denken in het onderwijs.

Tussen al die geluiden door dringen zich ook vragen op: Wat betekent creatief denken precies? Gaat creatief denken over expressievakken als tekenen en drama? Of hebben we het over een wondermiddel dat onze maatschappij van de ondergang zal redden?

Is het een expressievak?

Creatief denken beperkt zich niet tot expressievakken. Het kan juist ook gekoppeld worden aan vakken als wereldoriëntatie, taal, rekenen en lichamelijke opvoeding; het is vakoverstijgend. De volgende omschrijving laat dat zien:

Creatief denken is een verzameling van samenhangende denkstrategieën, die leerlingen in staat stelt om daadkrachtig en flexibel om te gaan met problemen en uitdagingen. Maar ook, het ontdekken van nieuwe mogelijkheden en kansen zonder een van te voren gegeven probleemcontext. Het is een afwisseling van het zoeken naar mogelijkheden en het beoordelen van de bruikbaarheid daarvan, dat uiteindelijk resulteert in een waarneembaar resultaat.

Is het een wondermiddel?

Scholen leiden veelal op voor een wereld en beroepen die (in de toekomst) niet meer bestaan en klampen zich vast aan schijnzekerheden. Deze hebben hun oorsprong in de door industrialisatie en technologie bepaalde wereld van de afgelopen twee-, driehonderd jaar. De wereld waarin we nu leven is er één van snelle en complexe veranderingen. Creatief denken is de competentie die ons flexibel met die veranderingen laat omgaan. Creatief denken een wondermiddel? Nee, maar wel een vaardigheid, die kan worden geleerd.

De groeiende behoefte aan creatieve denkers vraagt van scholen om creatieve denkers groot te brengen. De optelsom van al deze creatief denkende individuen zal uiteindelijk meer zijn dan slechts de som der delen: een generatie die met vertrouwen, samen de toekomst vorm kan geven.

Hoe maak je een creatieve denker?

Op het eerste gezicht valt er niets bijzonders op aan creatieve denkers. Maar als je ze aandachtig observeert, dan zie je typerend gedrag. In Creativity in Primary Education (Wilson, 2007) staat: “De creatieve denker gebruikt verbeeldingskracht in denken en doen, zoekt doelgericht nieuwe en originele ideeën, die bijdragen aan het behalen van een gesteld doel. Voeg hier nog nieuwsgierig, vragend en experimenterend aan toe, en daar staat hij: de creatieve denker.”

Maar waarom toch die focus op de ontwikkeling van creatief denken? Kinderen zijn toch al creatief? Een bekend geluid en inderdaad, mensen zijn creatief. Maar tegenover deze creatieve capaciteiten staat onze behoefte aan zekerheid en orde. We richten onze leefomgeving erop in, en tot op zekere hoogte is dat maar goed ook; denk aan verkeersregels en omgangsvormen. De ontplooiing van creativiteit en creatief denken komt hierdoor echter in het gedrang. Het krijgt weinig of geen ruimte in wat we “het systeem” noemen. Methodisch lesgeven is een voorbeeld van het systeem in het onderwijs. Leerdoelen en de weg om die te bereiken staan uitgestippeld en lijken weinig mogelijkheden te geven voor variatie en creativiteit. Maar, uiteindelijk maakt de leerkracht, samen met de leerlingen uit of en hoe de methode wordt ingezet. Daarbij kan meer dan genoeg ruimte gemaakt worden voor een broodnodige dosis creatief denken. Let wel, het is een keuze en de randvoorwaarden daarvoor verschillen van school tot school.

Voor het optimaal ondersteunen van de ontwikkeling van creatieve denkvaardigheden is het scheppen van een gunstig klimaat daarvoor noodzakelijk. Het gedrag van de leerkracht speelt hierbij een cruciale rol.

Men neme een leerkracht

De leerkracht helpt de leerlingen zich te verbinden met de leerdoelen en is daarbij een rolmodel en referentiepunt voor de leerling. De kinderen leren met volle teugen van wat de leerkracht doet en laat. Wat betekent dat voor het gedrag van de leerkracht? In het eerder genoemde Creativity in Primary Education vinden we: “De creatieve leerkracht heeft een nieuwsgierige en vragende houding, maakt verbindingen, geeft ruimte aan de autonomie van het kind en stimuleert het krijgen van originele ideeën en koestert die.”

Een hele mond vol. We kunnen ons er wel iets bij voorstellen, maar wat betekent zo iets als “stimuleert het krijgen van originele ideeën en koestert die” in de praktijk?

Vier vragen met allemaal antwoorden

Vier basisvaardigheden helpen de leerling om snel en vloeiend veel originele ideeën, invalshoeken en mogelijkheden te bedenken; de kern van het creatieve denkproces. Deze vaardigheden zijn creatief waarnemen, flexibel associëren, analogieën gebruiken en verbeelden (o.m. De Bruyn & Vanosmael, 1990).

Een eenvoudige activiteit om deze vaardigheden te oefenen, is de zogenaamde „Divergentie-Matrix” (van der Kooij, 2010). Hierbij onderzoeken de leerlingen een alledaags voorwerp en geven zoveel mogelijk antwoorden op een viertal vragen. Iedere vraag houdt verband met een van de creatieve basisvaardigheden. Ze luiden: Wat kan dit allemaal nog meer voorstellen? Waar doet dit mij allemaal aan denken? Waar heeft dit allemaal overeenkomst mee? Waar kan dit allemaal in veranderen? De leerkracht stimuleert de kinderen om zoveel mogelijk verschillende antwoorden te geven, het woord “allemaal” komt niet voor niets terug in iedere vraag. De vondsten kunnen gebruikt worden om een opdracht uit te werken. Bijvoorbeeld: schrijf een verhaal waar minimaal vijf vondsten in gebruikt worden.

Koester kwetsbare ideeën


Hoe vaak verwerpen leerlingen – en leerkrachten – elkaars ideeën niet? Onder het uitroepen van: “Maar

dat kan toch niet!” Vooral wat oudere kinderen zijn meester in het afbranden van vreemde ideeën. Een effectieve manier om creatieve groepsgenoten terug in hun hok te jagen. De creatieve leerkracht geeft juist ruimte aan schijnbaar vreemde ideeën en ontmoedigt be- en veroordelend gedrag. Hij onderzoekt bijvoorbeeld vooronderstellingen ten aanzien van alledaagse zaken en draait ze om; verzin een tafel zonder poten! Hij bekijkt de gezamenlijk gevonden alternatieven en bouwt op deze ideeën voort. Op die manier worden de leerlingen niet alleen gestimuleerd om originele ideeën te krijgen, maar leren ook op speelse manier om hun oordeel uit te stellen en van elkaar te leren.

No guts, no glory

Creatief denken, het doet er niet toe of het een hype is of niet. Wat er toe doet, is dat het een noodzaak is. Het gaat erom dat kinderen hun talenten ontwikkelen en ontdekken hoe ze deze talenten kunnen gebruiken om met zelfvertrouwen een plek in de maatschappij te verwerven. Creatief denken is een competentie die dit helpt mogelijk te maken.

Durf is ook een houdingsaspect dat bij creatief denken hoort. Durven om met iets nieuws te beginnen. Je hoeft niet te wachten op een mandaat om met creatief denken in de klas aan de slag te mogen. Het enige dat nodig is, zijn leerkrachten die de noodzaak zien en het aandurven om samen met de leerlingen te beginnen.

David van der Kooij

Zelfstandig adviseur creatief denken in onderwijs en organisatie

davidvanderkooij@mac.com

www.denkenomeenhoekje.nl

Bronnen

Wilson, A. (2009). Creativity in Primary Education.Exeter: Learning matters.de Bruyn, R., & Vanosmail, P. (1990). Handboek voor Creatief Denken. Kalmthout: Pelckmans.

Van der Kooij, D. (2010). Vindingrijk. Creatief denken in het onderwijs. Gevonden op 29 januari 2012, op vindingrijk.wordpress.com.

Dit artikel is afkomstig uit Egoscoop themanummer Creativiteit (jaargang 16, nummer 3, 2012). Dit volledige themanummer is te bestellen op aanvraag. Voor meer informatie over het tijdschrift Egoscoop of om abonnee te worden kijk op: www.egoscoop.nl.

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent