leestijd:

De supermarkt heeft ze weer: de keukenmini’s, 50 verschillende miniverpakkingen van allerlei producten waarmee je verschillende gerechten zou kunnen maken. Vorig jaar waren de miniverpakkingen al een groot succes, nu dus in de herhaling.

Keukenmini's

In je onderwijs aan jonge kinderen liggen met deze mini’s prachtige uitdagingen voor allerlei taal- en rekenactiviteiten, die je aan kunt laten sluiten bij het spelend handelen van de kinderen zelf.
Leg maar eens een aantal mini’s op tafel en je hebt meteen de aandacht van de kinderen. 
Laat ze meedenken wat je er in de groep mee zou kunnen/willen gaan doen. 
Een winkelsituatie of keuken creëert de meeste mogelijkheden. 
Maar de mini’s kunnen ook in een boodschappenkrat bewaard worden, om er vervolgens op een mat of op tafel allerlei activiteiten en spelletjes mee te doen.
In deze nieuwe versie zit bij iedere keukenmini ook een kaartje met de naam van het product en de afbeelding erop.

Dit alles lokt interessante activiteiten uit die de ontwikkeling van de ontluikende – en beginnende geletterdheid en gecijferdheid stimuleren. 
Hieronder enkele suggesties om met jonge kinderen uit te werken.



Taalactiviteiten

  • Laat kinderen de producten raden door middel van vragen stelen, die alleen met “ja” of “nee” beantwoord mogen worden.
  • De mini’s met dezelfde beginletter mogen bij elkaar gezet worden ( of met dezelfde letter achteraan).
  • Als we de beginletter van de mini’s nemen, hebben we dan van alle letters van het alfabet een mini?
  • Zijn er mini’s die met elkaar rijmen? Of kun je zelf een nieuw rijmwoord fantaseren op een naam van een mini?
  • Wat willen we vanavond eten? Welke spullen moeten we dan kopen? Hoe onthouden we wat we nodig hebben? Er kan een boodschappenlijstje gemaakt worden van dingen die de kinderen lekker vinden.
  • Er kan een menukaart gemaakt worden: met tekeningen, woorden met letterstempels en zelf geschreven tekst.
  • Laat de kinderen een fantasie pizza bedenken en laat ze daarvoor een naam bedenken.
  • Stel kinderen vragen: Waar of Niet waar : met een kaasschaaf maak je plakjes van de rookworst; van een pompoen kun je soep maken; met een deegrol kun je een blik openmaken.
  • Welke producten kun je op een broodje doen? Welke producten moet je koken? Welk keukengerei heb je nodig als je wilt gaan bakken?
  • Productenbingo. Laat kinderen zelf een bingokaart maken (vouwblaadje in vieren) en in elk vak een product tekenen. Kaartjes van de mini’s omdraaien op een stapel leggen en om de beurt eentje afpakken of laat een product uit een zak grabbelen. Wie heeft het eerst bingo?
  • Kleine groepsactiviteit: Alle kaartjes van de mini’s liggen omgekeerd op een stapel in het midden. Om de beurt wordt een letterdobbelsteen gegooid. Het kind dat gooit noemt de letter en mag een kaartje pakken. Staat die letter in het woord op het kaartje? Dan mag het kaartje worden gehouden. Wie heeft aan het einde van het spel de meeste kaartjes?
  • Geheugenspel: afhankelijk van het niveau van de kinderen leg je enkele keukenmini’s in de kring en speel het spel volgens het principe: “Ik ga op vakantie en ik neem mee….” maar zeg nu “Ik ga boodschappen doen en neem mee …. “ of “Ik ga koken en heb nodig….”De mini’s kunnen, als ze benoemd zijn, achter de stoel neergelegd worden. Bij oudere kinderen kun je het zonder de mini’s zelf ook spelen.
  • Het creatief denken wordt gestimuleerd met vragen als : “Wat kun je allemaal met een pollepel doen? Op hoeveel manieren kun je een ijsje eten? Hoe kun je soep eten zonder lepel?”
  • Benoem een van de mini’s; welke vraag zou je kunnen bedenken met dit product als antwoord? ( een broodje: wat eet ik op zaterdagochtend?)

Rekenactiviteiten

  • Laat met een aantal twee dezelfde mini’s een memoryspel spelen. Plaats over elke miniproduct een bakje of kuipje. Dit spel kan ook gecombineerd worden; er moet dan bij ieder product het bijpassende kaartje gezocht worden. Of speel het memoryspel alleen met de kaartjes.
  • Laat de kinderen van de mini’s de echte prijzen van de producten opzoeken in een reclamefolder
  • Ook kan er een eigen prijslijst gemaakt worden met eenvoudige bedragen van € 1,- en € 2,-; hoeveel dingen kun je kopen voor € 10,-?
  • Tellen van de mini’s zul je zeker doen, maar laat ze eens de eerste mini hardop tellen en het de tweede niet, maar zachtjes in het hoofd tellen bv 1..3..5… etc. of …2…4…6
  • Luisteren en tellen: ga in een hoek staan waar de kinderen je niet kunnen zien en laat een aantal mini’s één voor één in een krat vallen; de kinderen tellen het voor zichzelf (onzichtbare hoeveelheden tellen) Wie weet het goede aantal?
  • Hoe gaan de kinderen grotere hoeveelheden mini’s tellen? Gaan ze groepjes maken of wordt er geturfd of maken ze gebruik van getalpatronen?
  • In een staafdiagram of op de kralenplank kunnen ze de hoeveelheden van de voorraad mini’s weergeven.
  • Als je met de kinderen een gerecht gaat maken ( bv. soep koken) wat is dan de goede volgorde van de handelingen? Maak er foto’s van zodat je daarna daar op terug kunt komen.
  • Hoe richt je de keuken in? Waar moet wat staan zodat het logisch geordend staat en welke mini’s horen bv. in de koelkast?
  • De plastic mini’s verschillen niet zo van gewicht, maar hoe is dat in het echt? Wat schat je? ( is een krop sla zwaarder dan een pot doperwten?)
  • Kijk eens met kinderen naar de houdbaarheid van producten. Wat kun je lang bewaren en wat is snel over datum en waarom?

Laat kinderen spelen met deze betekenisvolle materialen en daag ze uit; op deze manier zijn ze ook bezig met vele taal- en rekeninhouden.

Gerelateerde producten

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.