leestijd:

Niet de inspecteur, maar je collega’s vertellen wat er nog beter kan. Als school bepaal je vervolgens zelf waar je mee aan de slag gaat. Zelfevaluatie en audits zijn mogelijk binnen het nieuwe toezicht, zolang je maar aan de basiskwaliteit voldoet.

Steeds minder Nederlandse scholen zijn zwak. Maar achterover leunen en uitpuffen, niks ervan. Een van de uitgangspunten van het vernieuwde inspectietoezicht (augustus 2017) is om ‘continu verbetering na te streven, ook als de kwaliteit op orde is’. Besturen zijn verantwoordelijk voor de ambities en kwaliteitszorg en de inspectie stimuleert ze daarbij, als een critical friend. Zolang de basiskwaliteit op orde is, staan er geen sancties op onvoldoende inspanningen, maar er vallen wel bonuspunten te verdienen voor scholen die het goed doen. Zo kan een bestuur de inspectie bij het vierjaarlijkse bezoek vragen om onderzoek te doen bij een of meer scholen die volgens het bestuur goed zijn om zo in aanmerking te komen voor het predicaat ‘goed’. Voorwaarde is wel dat zo’n school al een zelfevaluatie heeft laten opstellen.

Pilot

Dit ‘stimulerend toezicht’ is onder andere gebaseerd op ervaringen met Zelfevaluaties, visitaties en audits, de pilot rond kwaliteitszorg die de inspectie samen met de PO-Raad organiseerde in 2014. Schoolbestuur PCBO in Amersfoort bijvoorbeeld organiseert al jaren collegiale visitaties om zijn scholen een spiegel voor te houden. De helft van de circa dertig directeuren zit in een kwaliteitsteam en loopt in duo’s elk jaar een dag mee op een school van een collega. Schoolbestuur SAAM in Oss werkt sinds 2015 met auditteams die scholen op eigen verzoek doorlichten op specifieke aspecten van kwaliteit. De teams bestaan voor zeker de helft uit leraren.

Een schoolbestuur gaat, kortom, zelf over de inrichting van de kwaliteitszorg. Anne Bergsma, inspecteur vo en onder andere lid van de expertgroep innovatief onderwijs binnen de inspectie: ‘Als inspectie heb je de neiging op een bepaalde manier naar kwaliteitszorg te kijken: meten is weten. Maar je moet ook oog hebben voor een bestuursstijl die anders is. Een bestuur moet de kwaliteit van het gerealiseerde onderwijs kennen en waar nodig bijsturen. Wij gaan er niet over hoe het dat doet. PDCA (PlanDoCheckAct, een bekende verbetercyclus in management, red.) is bijvoorbeeld geen eis van de inspectie. Er staat alleen in de wet dat er een stelsel van kwaliteitszorg moet zijn – geen systeem.’

Bolletjeslijst

Op de 29 scholen van SAAM (voorheen SKBO en OOG) zijn sinds 2015 auditteams actief van steeds wisselende samenstelling (beleidsmedewerker onderwijs, leraren, een directeur en een ib’er). Leraren Paula van den Berg en Sabine Heijdeman doen gemiddeld eens per jaar zo’n audit. In het dagelijks leven staan ze voor groep 7/8 op De Blinkerd en groep 4/5 op De Fonkeling/Tweede Stroming, allebei in de gemeente Oss. De audit doet qua opzet denken aan de vierjaarlijks schoolbezoeken die de inspectie voorheen hield, maar het onderzoek is meestal minder veelomvattend en heeft niet per se consequenties. Het levert een diagnose op, maar het medicijn moet de school zelf regelen.

Audit resulteert in diagnose,
school komt met medicijn

Het auditeren is pittig: papieren voorbereiding, overleg van het auditteam, een à twee dagen schoolbezoek, nagesprek met elkaar en papieren verslag aande school, ook weer met nagesprek. Van den Berg en Heijdeman moesten wennen aan de papierlast. ‘Schooldata moest ik leren lezen,’ zegt Van den Berg. ‘In het begin dacht ik: waar moet ik beginnen? Maar in ieder auditteam zit iemand die het al eerder gedaan heeft, dus toen heb ik bij het vooroverleg gevraagd: help, wat lezen jullie wel en niet, hoe doen jullie dat? Afhankelijk van de vraag van de school lees je dan de relevante documenten. En hoewel alles vertrouwelijk is, doe ik zo ook nog wel eens ideeën op voor mijn eigen school.’

‘Audit is bedoeld voor extra kwaliteitsstap’

De eerste keer dat Van den Berg en Heijdeman een school binnenstapten als lid van een auditteam, vulden ze nog een bolletjeslijst in, vergelijkbaar met de indicatoren die de inspectie zelf in vroeger tijden hanteerde bij een schoolbezoek: dit hebben we wel gezien en dit niet. Toch voelden ze zich geen inspecteurs. ‘De audit is alleen gericht op aspecten waar de school om heeft gevraagd,’ zegt Van den Berg. ‘Er komt wel een beoordeling uit, maar dat voelt toch minder zwaar dan een echt inspectierapport. Collega’s op zo’n school vinden het spannend, maar waarderen het ook dat wij dit doen.’ De eerste audit was desalniettemin best lastig, zegt Heijdeman. ‘Je bent daar als critical friend en je moet iets van een andere school vinden, terwijl je weet dat op je eigen school ook niet altijd alles helemaal goed zit.’

School bepaalt prioriteit

Theoretisch kan een SAAM-school aanbevelingen uit een auditrapport naast zich neer leggen. ‘Natuurlijk worden oordelen en opvattingen van collega’s hartstikke serieus genomen. Maar het is aan de school om te zeggen welke zaken ze meer of minder oppakt en wat haar prioriteiten zijn,’ zegt Edith van Montfort, een collega uit het bestuur van SAAM. ‘Het gaat ons als bestuur er vooral om dat iedere professional opvattingen heeft over de kwaliteit van zijn werk. Een school moet zelf voor ogen hebben wat ze met brede onderwijskwaliteit bedoelt en hoe ze die gaat bewerkstelligen. Ze moet erover nadenken; wij als bestuur faciliteren slechts.’ Leden van een auditteam krijgen uren voor hun werk.

Heeft een audit wel meerwaarde voor een bestuurder, als een school zoveel autonomie heeft? ‘Ik let er natuurlijk wel op dat ik de basiskengetallen in het snotje heb,’ zegt Van Montfort lachend. ‘Ieder kind moet wettelijk het best mogelijke onderwijs krijgen, en daar stuur ik op. Niks mis met benchmarkers als de eindtoets, zodat een school geen in zichzelf gekeerd instituut wordt. De onderwijsopbrengsten vaststellen is supersimpel, de cijfers rond ziekteverzuim en personeel en in het leerlingvolgsysteem zijn helder. Alle scholen hebben minstens basiskwaliteit. Het gaat bij deze audits vooral om de extra stap naar bredere kwaliteit en het op orde houden van die basiskwaliteit is op vele plekken altijd nog een uitdaging. En bij autonomie past juist grote verantwoordelijkheid, ook in expliciet zijn over je resultaten.’

‘De school bepaalt de prioriteiten’

Het strategisch beleidsplan van SAAM biedt ook genoeg handvatten om de kwaliteitsambities van scholen in goede banen te leiden. Daarbinnen is er ruimte voor scholen om hun eigen keuzes te maken. Van Montfort: ‘De ene school focust op de kwaliteit van de leerdoelen van de kinderen en de ander op onderzoekend leren. Als ze de kwaliteit ervan maar kunnen duiden. En dat geldt eigenlijk op alle niveaus. Een leraar die wil stoppen met de woordenschattoets, wordt pas gehoord door schoolleiding en bestuur als hij met een goed alternatief komt.’

Het hele artikel lezen?

Neem dan een abonnement op Didactief! Het 1e jaar slechts € 60,99 € 46,99,- (25% korting!) én een welkomstcadeau!

Dit artikel is verschenen in Didactief, februari 2018 en geschreven door Monique Marreveld & Bea Ros.

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent