leestijd:

De ‘woordenhapper’ is een veelzijdige, makkelijk te gebruiken educatieve strategie tijdens allerlei lessen. Je kunt er gemakkelijk mee differentiëren, kan gebruikt worden door zowel individuele kinderen als in groepjes, is goed in te zetten tijdens het zelfstandig werken of even tussendoor.

De kinderen krijgen een ‘woordenhapper’ met verschillende woord-opdrachten op elk van de 8 kanten. De kinderen noemen een cijfer en kiezen vervolgens één van de vier woord-opdrachten die zichtbaar zijn (cijfer is het aantal keren dat je op en neer beweegt met je vingers).

Je kunt de ‘woordenhapper’ op vele verschillende manieren inzetten. Hieronder een aantal voorbeelden ter inspiratie.

Woordenschat

Je kunt de ‘woordenhapper’ heel handig inzetten tijdens het oefenen van woorden. Bijvoorbeeld bij het woord ‘elektriciteit’. Kinderen geven dan antwoorden op vragen zoals:

  1. Gebruik in een zin
  2. Geef de betekenis
  3. Gebruik in een vragende zin
  4. Bedenk twee synoniemen
  5. Bedenk een tegenstelling
  6. Gebruik in een zin met jouw naam erbij
  7. Noem 2 associaties bij dit woord
  8. Vertel waar jij aan denkt bij dit woord

Zet daarbij bovenstaande vragen in de woordenhapper. Zie dit voorbeeld:

Tip: maak een stapeltje met kaartjes waarop de woorden staan die geoefend moeten worden.

Een alternatief is het omdraaien van het gebruik van de happer: Schrijf zes doelwoorden op de happer en laat de kinderen een vaste opdracht uitvoeren met het doelwoord waar ze op uitkomen.

Bijv. maak een zin met minimaal 5 woorden met het woord…..:

  • vloed
  • horizon
  • eb
  • golven
  • zand
  • zandkasteel
  • gieter
  • zonnescherm

Begrijpend lezen

De kinderen maken een eigen woordenhapper en verzinnen bij ieder vlak een vraag over een tekst die ze net gelezen hebben. Hun vraag moet beginnen met een van de onderstaande woorden. Dit zorgt ervoor dat ze niet alleen maar ja/nee vragen bedenken. Laat ze onderstaande woorden in een deze lege woordenhapper schrijven.

  1. Wie…
  2. Wat…
  3. Wanneer…
  4. Waar…
  5. Waarom…
  6. Hoe…
  7. Welke….
  8. Waarmee

Kinderen vertellen over de verhalende tekst/ leesboek met behulp van de ‘woordenhapper’ aan de hand van de volgende vragen:

  1. Beschrijf de hoofdpersoon.
  2. Vat het verhaal samen (begin-midden-eind).
  3. Wat was het probleem in dit verhaal?
  4. Wat was de oplossing?
  5. Waar speelde het verhaal zich af?
  6. Bedenk een andere passende titel.
  7. Welke informatie was nieuw voor je?
  8. Wat heb je zelf ook wel eens meegemaakt?

Leesmotivatie/ boekpromotie

Je kunt de ‘woordenhapper’ ook inzetten bij het bevorderen van de leesmotivatie. Kinderen die een boek hebben gelezen beantwoorden ieder de volgende vragen over hun eigen boek:

  1. Ik vind dit boek……
  2. Als ik iets mag voorlezen, kies ik….
  3. Als ik het einde verander, dan zou ik……
  4. Ik wil het volgende personage wel een dag zijn, omdat…
  5. Als ik de titel mag veranderen, dan wordt het……..
  6. Mijn tip voor de schrijver om het boek beter te maken….
  7. Dit heb ik zelf ook wel eens meegemaakt…
  8. Deze informatie wist ik al voordat ik de tekst las…

Je kunt hierbij ook denken aan de volgende variant:

  1. Je moet dit boek echt lezen omdat….
  2. Het grappigste stukje was…
  3. Het moeilijkste stukje was….
  4. Een boek dat hierop lijkt is….omdat…
  5. Ik vind het einde van dit boek…
  6. Ik vind de hoofdpersoon…
  7. Ik vind deze schrijver…omdat…
  8. Een ander leuk boek van deze schrijver is….

Tips:

– Indien het lastig is om 8 items te vullen, gebruik één of meer van de items dan dubbel.
– Laat elk groepje een happer vullen (met antwoordenblad), waarna een ander groepje er dan het happerspel mee speelt.

Vrije bewerking van:

*bron: http://www.fortheteachers.org/friday-five-cubing/

Gerelateerde artikelen

po
19/04 in actueel

Alle (lees)tips op een rij

po
12/04 in actueel

Alle (lees)tips op een rij

po
28/01 in actueel

Boekie in picto’s

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.