leestijd:

Tijdens een van de trainingen Formatief Evalueren vertelde Dagmar Ederer (docent Duits, Ostrea Lyceum, Goes) hoe zij de Nakijkcaroussel (Johan Keijzer e.a., 20161), heeft aangepast tot eigen werkvormen.

De kern ligt daarin dat leerlingen het (schrijf)werk van elkaar nakijken en dat zij daarin slechts op één aspect in de tekst hoeven te letten. Vooraf krijgen de leerlingen een kleurenschema (zie hieronder) met daarin het totaaloverzicht aan items waarop kan woorden nagekeken. Denk hierbij aan items als: soorten werkwoorden, voornaamwoorden, vervoegingen, enzovoorts. Vervolgens krijgt elke leerling een item toegewezen. De leerling kijkt vervolgens in een carrousel alle teksten na op het juiste gebruik van dat item door de fouten met de passende kleur stift te onderstrepen.

Leerlingen die nakijken op één item kunnen sneller werken en trainen zich in het herkennen van het foute en goede gebruik van dat zinsonderdeel; zij kunnen zich als expert ontwikkelen of zich vanuit hun expertise opwerpen om na te kijken. Om leerlingen expert te laten worden kun je als leraar een beknopt overzicht geven van juist en onjuist gebruik van dat zinsdeel, zo nodig voorzien van extra uitleg. Bij herhaalde inzet van de werkvorm bij een nieuwe schrijfopdracht is het verstandig leerlingen van item te laten wisselen.

Leerlingen die hun nagekeken tekst terugzien hebben als eerste reflectie het kleurenbeeld van hun werk: welke kleuren zie je veel en binnen welke items maak jij dus met name nog fouten? Waarop moet jij je aandacht richten in de volgende oefeningen? En kun jij daarin jouw leervragen formuleren?

Dagmar gebruikt de werkvorm ook om eerst te checken of leerlingen de juiste woorden kunnen herkennen in de tekst door alle woorden die vallen onder een item aan te strepen en dat achteraf met elkaar te bespreken.

Werkvorm 41, ter aanvulling op 5 minuten formatief

Download kaartje 41 van 5 minuten Formatief: Kleuren Checken.

De werkvorm ‘Kleuren Checken’ biedt houvast voor het toepassen van strategie 4 en 5 van het formatief evalueren volgens Dylan Wiliam. In strategie 4 voorzien leerlingen elkaar van feedback en feedforward. In strategie 5 benoemt de leerling zijn of haar persoonlijke feedforward: wat heb ik nog te doen om dit voldoende te beheersen?

Bijlagen:

Feedbackkaart elementaire grammatica

Nummer Thema Kleur
1 Markeer elk zelfstandig naamwoord als het niet met een hoofdletter geschreven is, met de kleur rood
2 Markeer elk werkwoord na de ik-vorm met de kleur roze
3 Markeer vormen van het werkwoord haben met de kleur oranje
4 Markeer vormen van het werkwoord sein met de kleur geel
5 Markeer vormen van het werkwoord werden met de kleur lichtgroen
6 Markeer de bijvoeglijke naamwoorden met de kleur donkergroen
7 Markeer voorzetsels met de kleur blauw
8 Markeer vormen van het werkwoord gehen met de kleur lila
9 Markeer vormen van een tijdsaanduiding met de kleur bruin
10 Markeer alle cijfers met de kleur zwart

Havo 4 – Schrijfopgave 4 – Feedbackkaart  

Nummer Thema Kleur
1 Niet alle vragen zijn ingevuld rood
2 Voor het woord vakantie is niet de vertaling ‘Ferien’ of ‘Urlaub’ gebruikt oranje
3 Bij het vermelden van de plaatsnaam is niet het woord ‘in’ gebruikt geel
4 Bij het noemen van het weer zijn de verkeerde woorden gebruikt lichtgroen
5 Zelfstandige naamwoorden zijn niet met een hoofdletter geschreven donkergroen
6 Bij het vertellen wat je gaat doen staat niet het werkwoord ‘werden’ blauw
7 Het werkwoord ‘werden’ is niet goed vervoegd lila
8 Het werkwoord ‘sein’ is niet goed vervoegd roze
9 Het werkwoord ‘haben’ is niet goed vervoegd bruin
10 Bij het vertellen wat je gaat doen zijn verkeerde woorden gebruikt zwart

Bron:

1Keijzer, Johan e.a. (2016). Differentiëren in het talenonderwijs. Bussum: Uitgeverij Coutinho

Gerelateerde artikelen

08/10 in actueel

Leren en toetsen

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.