leestijd:

Dit artikel komt uit OMJS magazine – editie 5 (december 2020)

Tekst: Winnifred Jelier

Betsy van de Grift schreef de afgelopen jaren over neurowetenschap, kinderopvang en kleuteronderwijs. Nu komt ze bij OMJS met een nieuw boek: De Kleutervriendelijke School. We interviewden auteur Betsy over haar onderzoek en resultaten en stelden haar prikkelende vragen.

Niet alle scholen zijn even kleutervriendelijk?

“Boektitels moeten een associatie oproepen, je aan het denken zetten. Het feit dat je hiernaar vraagt, laat mij zien dat ik de titel goed gekozen heb! En in antwoord op je vraag: ik denk het niet.”

Welke niet dan?

“Tijdens de research van mijn boek ontdekte ik dat er nergens wordt gestuurd op een kwalitatief hoogwaardig aanbod aan kleuters. Rond het kleuteronderwijs speelt zich een heel circus van beïnvloeding af, vanaf de overheid tot op de werkvloer. Maar heldere kwaliteitseisen en goede monitoring ontbreken. Het hangt erg van toeval af of kleuters goed onderwijs krijgen.”

Dat is nog eens kritiek.

“Ik heb uitputtend data gezocht om te zien hoe het er met de kwaliteit voor staat. Terwijl de internationale literatuur een heldere set van kenmerken van goede onderwijskwaliteit biedt, wordt er aan het Nederlandse kleuteronderwijs geen enkele specifi eke eis gesteld. We hebben alleen de eindtermen van groep 1 t/m 8.”

Welke eisen mis je bijvoorbeeld?

“Binnen het kleuteronderwijs zijn er geen eisen aan groepsgrootte, de inrichting van de ruimte, de pedagogische vaardigheden van de leerkracht enzovoort. Ik kan eindeloos doorgaan. We weten in Nederland nauwelijks hoe de vlag erbij hangt. We hebben niet de data om goed op onderwijskwaliteit te sturen. Zijn er scholen waar het kleuteronderwijs niet deugt? Vast, maar we kunnen dat nu met geen mogelijkheid weten.”

Naar kleuteronderwijs wordt toch onderzoek gedaan?

“Er zijn nagenoeg geen onderzoeken op dit terrein. Door mijn research weet ik goed waar wel en geen data van zijn. In relatie tot achterstandenbeleid en passend onderwijs vindt veel onderzoek plaats, zoals bij de Universiteit Utrecht en het Kohnstamm Instituut. Deze twee terreinen komen ook uitgebreid aan bod in mijn boek. Maar veel eenvoudige data zijn gewoon niet te vinden. Hoeveel scholen hebben beleid voor hun jongste leerlingen? Hoeveel kleuters zitten er gemiddeld in een groep? Hoeveel scholen hebben horizontale of juist verticale groepen? Al die factoren zijn mogelijk van invloed op de kwaliteit van het onderwijs, maar we weten er vrijwel niets over.”

Dacht je niet, ik ga die data zelf verzamelen?

“Dat zou ondoenlijk zijn geweest. Mijn ambitie was om antwoord te krijgen op de vraag hoe goed ons kleuteronderwijs is, gebruikmakend van beschikbare onderzoeken en data.”

Ben je teleurgesteld?

“Ik heb tijdens het schrijven van dit boek fasen doorgemaakt waarin ik onthutst en zelfs boos was. Je bent als land toch niet serieus te nemen als je geen verbetercyclus voor het kleuteronderwijs instelt en de kwaliteit van toeval aan elkaar hangt? Ondertussen roepen politici hoe belangrijk onderwijs is. De discussie rond segregatie komt bijvoorbeeld steeds terug, maar maatregelen blijven achterwege. Scholen moeten zelf maar zien hoe ze eruit komen. Dat maakt me zo … door het schrijven van dit boek is mijn verontwaardiging toegenomen. Wat wordt er veel gebekvecht, in plaats van dat we samen onder ogen zien dat er problemen zijn en dat we naar oplossingen moeten zoeken.”

Ondertussen hebben kleuterleerkrachten hun werk te doen.

“De betrokkenheid onder leerkrachten is ontzettend groot. Op hun niveau worden nu de meeste keuzes gemaakt, over regels in de klas, afspraken met ouders, meubels enzovoort. Die keuzes zien we misschien niet terug in de data, maar ze zijn bepalend voor de onderwijskwaliteit. De leerkrachten werken zich een slag in de rondte om zo goed mogelijk onderwijs te verzorgen. De sleutel ligt in hun handen.”

Zij kiezen vaak voor ‘spelend leren’. Ook daar schreef u over.

“Het nut van spelend leren is onbetwist, maar je hebt leerkrachten nodig die weten hoe ze daar rendement uit kunnen halen. Ook zijn er kinderen die meer baat hebben bij een directieve aanpak. Die help je juist niet met spelend leren. In de gepolariseerde discussie over de verschoolsing van het kleuteronderwijs zou voor die nuances meer aandacht mogen zijn. Spelend leren stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de leerkracht: je kunt een kind niet in de speelhoek zetten en dan verwachten dat het iets leert.”

Hoe nu verder?

“Het kleuteronderwijs zou binnen het basisonderwijs een eigen domein moeten zijn. Met de wetswijziging in 1985 is het kleuteronderwijs in het primair onderwijs opgenomen en daardoor onvindbaar geraakt. Geef het een eigen plek. Niet volledig afgesplitst, maar wel met specifieke kwaliteitseisen die er rekening mee houden dat kleuters andere ondersteuningsbehoeften hebben dan oudere kinderen. Ook verdienen kleuterleerkrachten weer een eigen opleiding. Niet alleen de wet veranderen dus, maar ook kennis bundelen en aanvullen. Dat zou een mooie volgende stap zijn.”

Fascinatie voor het jonge kind

Hoe werkt het brein van een kleuter? Wat is goede kinderopvang? Vragen als deze houden Betsy van de Grift al jaren bezig. Ze is auteur van onder meer Kinderkoppie (2010), De lastige kleuter (2015) en Jongensbrein/meisjesbrein (2016). Ook werkt ze onder meer als bestuurder bij een eigen kinderopvangorganisatie en als leraar/adviseur voor kinderopvang en onderwijs. In 2019 besloot Van de Grift zich te verdiepen in het kwaliteitsvraagstuk rond kleuteronderwijs. Ze ploegde vele wetenschappelijke bronnen en onderzoeksrapporten door, werkte samen met gastauteurs en sprak via Facebook met leerkrachten om antwoord te krijgen op de vraag: ‘Hoe goed is ons kleuteronderwijs nu eigenlijk?’ Deze zoektocht resulteerde in het boek De Kleutervriendelijke School, dat onlangs bij OMJS verscheen.

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.