leestijd:

Uit OMJS Magazine #8
Tekst: Vera van het Hof

Ben je docent in het voortgezet onderwijs en wil je meer maatwerk bieden aan jouw leerlingen? Probeer dan eens Veertig vragen voor verrijking. Een kaartenset met opdrachten die hoogbegaafde kinderen uitdaging biedt, zónder het contact te verliezen met de rest van de klas.  De auteur van de set – trainer, therapeut en schrijver Esther de Boer vertelt er meer over.

Hoe zit de kaartenset in elkaar?

“Deze set biedt veertig voorbeelden van leervragen die leerlingen uitdaging bieden, gebaseerd op het hogere-orde-denken volgens de taxonomie van Bloom. Het zijn alomvattende vragen waarbij je meteen aan het denken wordt gezet. ‘Waar denk je dat de volgende vulkaanuitbarsting plaats zal vinden’ is bijvoorbeeld zo’n vraag. Op basis daarvan gaan leerlingen met de stof aan de slag. Elk kaartje biedt ook hulpvragen, ideeën voor aanpassing en verdieping en er zitten kaarten bij die wat meer vertellen over de theorie erachter.”

Wat is hoge-orde-denken?

“Meestal wordt er lesgegeven vanuit een bottom-upgedachte: losse stukjes kennis aanbieden die na een tijdje leiden tot inzicht in het grotere geheel. Dus eerst: wat is een vulkaan? Hoeveel vulkanen zijn er? Waar kun je ze vinden? Dat heb je natuurlijk nodig als leerling, maar het is ook heel interessant om een stapje verder te gaan, te gaan vergelijken en bijvoorbeeld te leren wat voor effecten vulkanen hebben op de omgeving. Met hogere-orde-denkvragen wordt top-downdenken gestimuleerd. Dat betekent dat je leert en beredeneert vanuit inzicht en verbanden. Je bouwt kennis op vanuit een groter geheel en gaat dan naar de losse stukjes.”

“Hoogbegaafde leerlingen willen graag eerst weten waar de les over gaat, hoe het systeem omtrent het onderwerp in elkaar zit en wat er van hen verwacht wordt.”

Waarom werkt dat beter bij hoogbegaafde leerlingen?

“Hoogbegaafde leerlingen laten over het algemeen een voorkeur zien voor top-downdenken. Ze willen over het algemeen graag eerst weten waar de les over gaat en hoe het systeem omtrent het onderwerp in elkaar zit. Wat ga ik leren en wat wordt er van mij verwacht bij het einde van het leerproces? Het raamwerk waar je naartoe gaat inzichtelijk maken, dat werkt voor hen doorgaans goed. Waar lagere-orde-denkopdrachten vaak gaan over het consumeren en toepassen van kennis, wakkeren deze denkopdrachten het analytisch, evaluerend en creërend vermogen aan. Hierdoor kunnen leerlingen zichzelf allerlei vragen stellen en zelf op onderzoek uitgaan. Ze hebben meer keuzevrijheid om hun eigen pad te kiezen.”

En niet-hoogbegaafde leerlingen, kunnen zij er ook wat mee?

“We hebben de kaartenset zo opgezet dat de hele klas mee kan doen. Op elke kaart staan hulpvragen die meer op reproductie, begrip en toepassing zitten. Leerlingen die niet meteen met de hogere-orde-vraag aan de slag kunnen, kun je dan de hulpvragen geven. Zo kun je als docent inschatten met welke denkvragen je de les aangaat en kun je gaan spelen met de lesstof. Dat is ook het mooie van de taxonomie van Bloom. Deze is overzichtelijk, je makkelijk eigen te maken en toe te passen op jouw manier. Dit helpt om aan te sluiten bij de verschillende denkvoorkeuren van leerlingen. Iedereen doet mee. Daarnaast kun je met Veertig vragen voor verrijking een les vullen, maar je kunt er ook een heel project omheen bouwen. Hopelijk inspireert de kaartenset docenten om ook zelf vragen te gaan bedenken en om zich deze manier van vragen stellen ook echt eigen te maken.”

 

Meer informatie over dit product.

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.