leestijd:

Egoscoop TaalInterview met Sjaak van Moorsel: “Spelling is een spel dat samen met de kinderen wordt gespeeld”, geeft Sjaak van Moorsel aan. Van Moorsel is leerkracht van groep 5 en taalcoördinator op de Uilenspiegel. “Ook van een spellingactiviteit kun je samen een feestje maken. Daarbij houdt je het doel in het oog, namelijk welbevinden en betrokkenheid. Dat zelfde geldt voor de leerkracht. Gebruik waar je goed in bent. Ik gebruik vaak mijn gitaar en maak ter plekke onzinliedjes over de spellingwoorden en de regels. Die moeten de kinderen er dan uit halen. Een andere leerkracht gebruikt misschien een poppenkastspel. Breng je eigen creativiteit in. Daar word je blij van.”

Het artikel uit Egoscoop van Leerkracht Marieke Jansen (Laat taal leven) vind je hier.

Een eigen ontwerp

Basisschool ‘De Uilenspiegel’ in Boekel werkt vanuit de uitgangspunten van Stichting Kansrijke Taal. De leerkrachten van de school vonden dat het aspect spelling nog onvoldoende was uitgewerkt in het taartpuntenmodel van Stichting Kansrijke Taal. Samen met de Stichting zijn zij gaan kijken op welke manier zij dit onderdeel konden verrijken.

Er werd gestart met bekijken welke spellingcategorieën in elk leerjaar aangeboden moeten worden. Hier werden coöperatieve spellingsactiviteiten bij ontwikkeld. “Kinderen houden van spelletjes. Daarmee verhogen wij de betrokkenheid van kinderen in de spellingsles.” Deze coöperatieve werkvormen zijn omschreven op activiteitenbladen. De activiteiten zijn gericht op alle spellingcategorieën die worden aangeleerd en worden in de klas in een map bewaard. De kinderen kunnen die activiteitenbladen met de benodigde spullen dan zelf pakken. Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven van de coöperatieve spellingsactiviteiten.

Bal gooien

De kinderen staan in de kring. De leerkracht schrijft vijf spellingcategorieën op het bord. De leerkracht zegt een woord en gooit de bal naar een kind. Bijvoorbeeld: bomen. Het kind zegt: Dat is de klinkerdief. Zo oefenen de kinderen het herkennen van de woorden van de vijf geselecteerde spellingcategorieën.


Rad van fortuin

Er is een ‘rad van fortuin’ gemaakt met hierop de spellingcategorieën. De groep wordt verdeeld in groepjes. Een kind uit een groepje mag aan het rad draaien. De groep moet drie woorden schrijven van de categorie waar het rad blijft steken. Als de kinderen het goed hebben, krijgen ze een punt.

 

Dobbelen

Een groepje van vier kinderen pakt een dobbelsteen. De kinderen schrijven zes verschillende spellingcategorieën op een blaadje. Een kind gooit met de dobbelsteen. Het kind ernaast leest bij welke categorie het getal hoort. Het volgende kind zegt een woord uit de categorie en de vierde in de groep schrijft het op. Met de volgende beurt schuiven de rollen ook een plaatsje op. Zo is ieder kind betrokken en oefent verschillende vaardigheden.


Ren je rot

Er zijn vier spellingcategorieën, bijvoorbeeld in de vier hoeken op het schoolplein. De leerkracht of een kind noemt een woord. De kinderen rennen naar de categorie waar het woord in hoort en schrijven daar het woord goed op. Ze krijgen een punt als ze het goed hebben gedaan.

 


Woordbingo

Twee kinderen pakken een bingokaart. Hierop staan de categorieën die met spelling worden behandeld. Een ander kind leest de woordkaartjes voor. Welke spellingscategorie hoort bij het voorgelezen woord? Als een kind de categorie op zijn bingokaart heeft staan, legt hij hier een fiche op. Het kind met een volle kaart is de winnaar.

Planmatig werken

Elk leerjaar worden een aantal spellingcategorieën aangeboden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de vijf-fasenstructuur, die basisschool de Wizzert heeft ontwikkeld. Met deze structuur zijn de activiteiten van ‘De Uilenspiegel’ doorontwikkeld. Er werd gekeken naar de specifieke vaardigheden die kinderen moeten beheersen om goed te kunnen spellen, maar ook naar de effectiviteit van de activiteiten zelf. In de vijf-fasenstructuur wordt op vijf momenten in de week aan spelling wordt gewerkt. Fase één is de aanbieding van de spellingcategorie en de begincheck. Hierbij wordt bepaald welke kinderen de 80% score al halen. Deze kinderen gaan verdiepend aan de slag met moeilijker woorden. De kinderen die de 80% scores nog niet halen doorlopen de tweede, derde en vierde fase. Die fasen bestaan uit allerlei spellen en werkvormen om de spellingcategorie te laten beklijven. Daarbij wordt een beroep gedaan op een bepaalde deelvaardigheid. In fase twee zijn de activiteiten gericht op het horen van de woorden, zoals bij de activiteit ‘bal gooien’. In fase drie gaat het om activiteiten waarbij het schrijven van de woorden centraal staat en in fase vier gaat het om het herkennen en onderscheiden van de woorden, bijvoorbeeld met de activiteit ‘woordbingo’. Tenslotte wordt in de vijfde fase gecontroleerd of de kinderen de 80% score allemaal halen. Na drie weken spellingcategorieën aanbieden is er een herhalingsweek. Hierin worden de drie spellingcategorieën met allerlei activiteiten door elkaar geoefend.

“Onze ervaring is dat de kinderen, door op verschillende leuke manieren met spelling bezig te zijn, deze norm halen.”

Leerkrachtgestuurd en leerlinggestuurd

Je kunt leerkrachtgestuurd werken door op de contractbrief te schrijven met welk nummer ieder kind gaat werken, maar ook leerlinggestuurd. Dan kiest het kind zelf waar het aan gaat werken. Dit kan per kind verschillen. Als je een hoge betrokkenheid bij kinderen wilt creëren, moet je als leerkracht kunnen bepalen wanneer een kind baat heeft bij leerkrachtgestuurd werken en wanneer hij beter leerlinggestuurd kan werken. Dit wordt vaak in overleg met het kind gedaan. In dit gesprek wordt soms aangestuurd op bepaalde oefeningen, maar het kind krijgt ook mogelijkheden om eigen categorieën te kiezen. Doordat de verschillende spellen bij elke categorie toegepast kunnen worden, kunnen kinderen die aan verschillende categorieën werken toch samenwerken. Bovendien zijn de woordkaartjes die bij de activiteiten gebruikt worden, geordend per spellingscategorie en genummerd. De kinderen kunnen hierdoor vrijwel zelfstandig met de materialen werken en ze op de juiste plaats terugzetten. Dat maakt dat de leerkracht zich niet met de organisatie hoeft bezig te houden en zich kan richten op de begeleiding van kinderen in spoor C en D.

Wij gebruiken het vier sporenmodel. In spoor D zitten de kinderen waarvoor een handelingsplan is geschreven. Spoor C zijn de kinderen die je aan de hand mee moet nemen. Deze kinderen begeleid je na de instructie bij de verwerking. Spoor B kinderen zitten bij de instructie en kunnen daarna zelfstandig werken. Spoor A kinderen hebben maar een half woord nodig en dan kunnen ze al zelf aan de slag. Kinderen kunnen bij elk vak in een ander spoor zitten.

Zone van naaste ontwikkeling

De kinderen vinden de activiteiten en spellen een feest. Kinderen hebben een enorme drive om de norm van 80% te halen. Door haalbare eisen te stellen aan een product, wordt de betrokkenheid vergroot. Van Moorsel geeft aan:

Het cognitieve conflict, ofwel de uitdaging, zit tussen wat ik net wel of net niet kan halen. Als je dat spel speelt met de kinderen, zie je dat ze in een flow raken. Ze moeten er inspanning voor leveren. Dan kunnen ze trots zijn op zichzelf.”

Spelling is een feest

Als ik zie dat kinderen plezier hebben in het leren, merk ik bij mezelf dat het ook wat met mij doet. Ik krijg er ook meer lol in. Als zij zich goed voelen, voel ik me ook goed. Het is voor mij als leerkracht veel fijner om met een groep te werken die plezier heeft, dan te werken met een groep die er niets aan vind. Dat motiveert mij. Als de leerkracht zorgt voor de ingrediënten, maken de kinderen spelling tot een feest. Mijn advies aan leerkrachten is: Doe het niet alleen, maar doe het samen. Als je met collega’s ideeën kunt uitwisselen, kun je zelf ook in een ‘flowgevoel’ komen.” geeft van Moorsel aan.

 

Dit artikel is afkomstig uit Egoscoop themanummer Taal (jaargang 15, nummer 4, juni 2011). Dit volledige themanummer is te bestellen op aanvraag. Het artikel is ook te downloaden in het digitale archief van Egoscoop: www.egoscoop.nl.

 

Gerelateerde artikelen

po
19/04 in actueel

Alle (lees)tips op een rij

po
12/04 in actueel

Alle (lees)tips op een rij

po
28/01 in actueel

Boekie in picto’s

sluiten