leestijd:

Uit OMJS magazine #6 (april 2021)

Je kent het wel … Iedere dag samen met je team ervoor zorgen dat de leerlingen optimaal kunnen leren. Kijken en luisteren naar leerlingen en daardoor ontdekken wat ze nodig hebben. Ervaringen delen met en vragen stellen aan collega’s en daardoor de onderwijspraktijk doelgericht en systematisch versterken.

“Neem de tijd om de beginsituatie goed te onderzoeken. Eerst vertragen, om later te kunnen versnellen.”

Natuurlijk, dat is toch vanzelfsprekend? Maar minder vanzelfsprekend is het wanneer je gevraagd wordt of je daarbij bewust de kracht van je onderzoekend vermogen inzet. Onderzoekend vermogen draagt bij aan een betere uitvoering van het leraarschap, van je onderwijs. Dit blijf je ontwikkelen door te reflecteren op je eigen handelen en door gemotiveerd te zijn om te leren. Door samen met en van je collega’s te leren en op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen die je in je dagelijkse lespraktijk tegenkomt. Samen vakinhoud, vakdidactiek en leerprocessen van leerlingen analyseren, interventies uitproberen en evalueren. Je voelt je eigenaar van wat en hoe je wilt leren. Onderzoekend vermogen heeft impact op professionele groei in vakmanschap en kennis. Het onderzoekend vermogen bestaat uit:

O, ZO?! Geheugensteuntje voor elke onderwijsdag, opdat je jezelf blijft ontwikkelen.

Onderzoeken is een iteratief proces wat drie stappen kent: focussen op het probleem of de wens, het theoretische fundament leggen en – de finale – een interventie uitvoeren, evalueren en borgen.

FOCUS

Een vraag hoeft niet groot te zijn om met elkaar op onderzoek te gaan. Je bekijkt de huidige situatie kritisch, bedachtzaam en objectief vanuit verschillende perspectieven. Focus op de kern van een probleem of wens. Daardoor blijft het onderzoek behapbaar en kun je relatief snel resultaat bereiken. Droom over je gewenste situatie. Bepaal met elkaar welke koers je kiest. Het helpt als je daarbij een afgebakend, objectief en specifiek doel formuleert. Bespreek verwachtingen met elkaar zodat collega’s dezelfde beelden hebben en dezelfde taal spreken.

Maakt het doel duidelijk welke verbetering je wilt realiseren in de school?

Zijn de begrippen in je doel helder, concreet en eenduidig?

Wordt duidelijk welke nieuwe kennis en inzichten je wilt verwerven?

De leraar is geen onderzoeker, maar heeft wel baat bij onderzoekend vermogen.

Fundament

Het fundament voor je onderzoek moet zorgen voor een beter begrip van de praktijk. Het bouwen van het fundament start met inzichten vanuit de theorie. Deze inzichten geven je richting om onderbouwd de huidige situatie in kaart te brengen. Ook geven ze mogelijkheden voor de gewenste situatie in je praktijk. Hiervoor pendel je dus steeds tussen theorie en je praktijk.

Hoe worden begrippen gedefinieerd?

Welke gevonden informatie is belangrijk en relevant voor je onderzoek?

Betrek naast leraren ook leerlingen in je onderzoek, hun stem doet ertoe. Je verkrijgt informatie door te observeren, interviews te houden of een vragenlijst in te laten vullen. Gebruik hierbij zoveel mogelijk bestaande instrumenten. Zelf een valide vragenlijst of kijkwijzer ontwerpen is een tijdrovende klus. Verzamel niet alleen cijfers, maar richt je ook op beelden en opvattingen.

Bij wie ga je wat observeren of bevragen en waarom?

Hoe ziet het tijdpad eruit?

Wie heb je nodig en wie ga je informeren?

Wanneer bouw je reflectie- en evaluatiemomenten in?

Resultaten die belangrijk zijn of nadruk mogen krijgen, vallen op door gebruik te maken van visualisaties. Dat maakt het ook makkelijker om deze te analyseren en krachtig samen te vatten. Door deze visualisaties te delen met collega’s en door hen mee te laten denken en ontwerpen, ontstaan er meer eigenaarschap en betrokkenheid. Nu kan er met focus op richting een interventie of actie worden ontworpen.

Heb je het verhaal achter de data in beeld gekregen?

Heb (gedeeltelijk) oplossen van het probleem of het vervullen van de wens?

Heb je bedacht wat de interventie kan zijn?

Ja? Dan is daar de finale!

Je gaat de interventie uitvoeren die leidt tot het (gedeeltelijk) oplossen van het probleem of het vervullen van de wens. Denk aan leertaken en -opdrachten, didactische of pedagogische aanpakken, een lessenserie en leerlijnen, evaluatie-instrumenten, de inrichting van speel-leerhoeken, kwaliteitskaarten en plannings- en registratiesystemen. Tijdens reflectie- en evaluatiemomenten kijk je waar je staat en wat nog nodig is op weg naar de gewenste situatie.

Welke effecten zie je bij de leerlingen, welke bij de leraren?

Levert de interventie (bewijs)materiaal of instrumenten op die je wilt blijven gebruiken in het dagelijks handelen?

In hoeverre is je onderzoeksvraag beantwoord en draagt dit bij aan je doel?

Als kers op de taart ga je bedenken hoe je gaat borgen, waardoor opbrengsten van dit onderzoek worden verduurzaamd en verbreed. Zijn er nieuwe onderzoeksvragen ontstaan?

Hoe deel je de kennis binnen de school?

Welke nieuwe vragen zijn er ontstaan?

Bij het woord ‘finale’ kun je denken aan een einde, maar je kunt ook denken aan de leerinzichten die je hebt opgedaan en de nieuwe vragen die zijn ontstaan. Ook onverwachte veranderingen, zoals nieuwe collega’s of een crisissituatie, maken dat je met elkaar moet blijven weten waarom en hoe je de dingen doet. Er is altijd een goede aanleiding om weer te starten met focus. Stel je als team flexibel op en maak het doel klein, verander, borg en ga weer door.

Met welke vraag ga jij op onderzoek uit?

Geschreven door Sandra Broers, opleidingsdocent en auteur van Onderzoekend vermogen in een notendop.

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.