leestijd:

Natuurlijk! Dat is iets wat leerkrachten in de praktijk dagelijks meemaken. We kennen de leerlingen die teruggetrokken zijn bij taallessen, maar heel enthousiast zijn bij wiskunde. We kennen de leerlingen die niet zo goed zijn in wiskunde maar uitstekend in tekenen. We kennen ook de leerlingen die moeite hebben om in de klas mee te kunnen maar in sport het haantje de voorste zijn. En daarnaast verbazen we ons over sommige leerlingen die uitblinken in bijna alles. Inderdaad, elke leerling is verschillend. Elk kind is uniek.

Het model van de meervoudige intelligentie (MI) maakt het omgaan met verschillen hanteerbaar. De theorie is al in 1983 door de Amerikaanse hoogleraar Howard Gardner gepubliceerd, maar pas sinds het begin van de jaren negentig in onderwijsland doorgedrongen. Je kan fervent voor deze theorie zijn ofwel fervent tegen. Toch is het goed, als je met onderwijs bezig bent, om het begrip meervoudige intelligentie te kennen. Dit artikel gaat vooral over de omschrijvingen en kenmerken van deze verschillende intelligenties. Wat is een intelligentie? Wat zijn de acht intelligenties die tot nu toe ontdekt zijn in de MI research? In een volgend artikel ga ik in op de vragen of er nog meer intelligenties zijn en hoe men het concept van meervoudige intelligentie kan vertalen naar de klaspraktijk.

Meervoudige intelligentie

Het onderzoekswerk en de theorie van Prof. Dr. Howard Gardner geeft ons een denkkader waarmee we meer greep krijgen op het ontwikkelingspotentieel van kinderen. Professor Gardner is pedagoog aan de befaamde Harvard Universiteit (VS). Hij werd bekend in 1983 door zijn baanbrekend boek “Frames of Mind. The theory of Multiple Intelligences”. Daarin beschrijft hij de meervoudige intelligentie. Hij onderkent dat er grote verschillen tussen leerlingen zijn, maar je kan niet zeggen dat de ene leerling knapper of dommer, minder of meer intelligent is dan een andere leerling. Een kind is niet op één maar op verschillende manieren intelligent. Volgens de theorie van de meervoudige intelligentie vertoont elk kind acht intelligenties: de verbale, de logische, de ruimtelijke, de muzische, de fysieke, de natuurgebonden, de persoonlijke en de sociale intelligentie. Iedere persoon ontwikkelt zich in een aantal van deze intelligenties sterker dan in de andere. Verschillen van kind tot kind schuilen in de manier waarop de intelligenties zijn ontwikkeld. Omgevingsfactoren (de invloed van ouders en leerkracht) spelen bij de aard van die ontwikkeling een rol.

Gardner definieert menselijke intelligenties als vaardigheden om problemen op te lossen; om nieuwe problemen te onderkennen of te creëren; om iets bestaands aan te passen aan veranderende omstandigheden en (waar mogelijk) een product te maken dat een zekere waarde heeft binnen een om meer culturele omgevingen. Mensen blijken dat op verschillende manieren te doen. Dat komt door de wijze waar op zij gebruik maken van een reeks verschillende intelligenties. Die zijn voor iedere persoon even uniek, als een vingerafdruk. De mate waarin ze onderling in sterkte, mogelijkheden en samenwerking variëren, verschilt van mens tot mens. Anders gezegd, ieder mens heeft zijn eigen profiel van onderling op elkaar inwerkende intelligenties. Elke intelligentie kan aan sterkte winnen, zij het niet ongelimiteerd.

Intelligentie is méér dan vaardig zijn in het oplossen van problemen en het leveren van binnen de school op een bepaald moment gevraagde leerprestaties. In de echte wereld werken onze intelligenties op harmonieuze wijze samen. Ze laten ons functioneren op vele verschillende manieren. Onze intelligenties helpen ons om te overleven, vaardigheden te ontwikkelen, te communiceren, creatief te zijn, waar te nemen, problemen op te lossen, de wereld te leren kennen en wijze beslissingen te nemen. De reikwijdte van de functies van de intelligenties is breed.

Meervoudige Intelligentie

Intelligenties zijn multidimensionaal en onderling afhankelijk

Voordat we een overzicht geven bij iedere intelligentie moet ik waarschuwen voor twee misvattingen die kunnen ontstaan. Bij het beschouwen van een intelligentie op zich moeten we voorzichtig zijn niet de indruk te wekken dat de intelligenties zelfstandig en afzonderlijk werken. Dat doen ze niet! We maken de hele tijd gebruik van alle intelligenties. We moeten ook oppassen niet de indruk te wekken dat de intelligenties alleen bestaan uit de enkele vaardigheden die naar voren komen. Alle intelligenties zijn van elkaar afhankelijk en het is heel normaal dat iemand in sommige aspecten van een intelligentie sterk ontwikkeld is en in andere niet. De gegeven voorbeelden van de intelligenties zijn slechts illustratief. Ze kunnen de reeks vaardigheden die geassocieerd worden met elke intelligentie niet omvatten en ook niet de relatie tussen vaardigheden binnen intelligenties.

Laten we eens kijken naar de acht intelligenties die tot nu toe in de MI theorie benoemd zijn. In wat volgt geef ik een overzicht van elke intelligentie. Het overzicht geeft een korte omschrijving van de intelligentie, van hoe het kind denkt en waartoe het wordt aangetrokken. Het laat de verschillende vaardigheden en voorkeuren zien, die met de intelligentie geassocieerd worden. Het toont ook de eindstadia (in beroep en hobby), die verbonden zijn met elke intelligentie en het geeft kenmerkende personen als voorbeelden van een hoger niveau van een facet van de intelligentie. Tenslotte omvat het enkele “wijze woorden” over elke intelligentie. Bedenk daarbij dat het overzicht altijd uit te breiden is met uw eigen ervaringen op dit gebied.

De acht intelligenties

1. Verbale intelligentie (VL) of Verbaal – linguïstische intelligentie (NL) of Woord Knap

1.1 Omschrijving

We gebruiken onze verbale intelligentie om te denken in, met en over woorden. Gesproken en geschreven taal zijn symbolen om in te denken en deze intelligentie uit te drukken.

Intelligentie.indd

1.2 Het kind denkt…

Het kind denkt vooral in woorden en begrippen.

1.3 Het kind wordt aangetrokken tot…

grapjes; grollen; verhaaltjes; brieven; gedichten; discussies; boeken; kruiswoordpuzzels; kranten; tijdschriften; kringgesprekken; toneelstukjes; spreekbeurten; boekbespreking; …

1.4 Vaardigheden en voorkeuren

mondelinge (praten, luisteren) en geschreven communicatie (lezen, schrijven); verhalen bedenken; debatteren en discussiëren; vreemde talen leren; woordspelletjes doen; begrijpend lezen; citaten en spreekwoorden onthouden; goed zijn in spelling; grappige verhaaltjes vertellen; woordspelingen maken en rijmen; gebruik van correcte grammatica; gebruik van een rijke woordenschat; coderen en decoderen van taal; voordrachten houden; uitleg vragen; argumenteren; als het ware een “radar” hebben om nuances en niveaus in taaluitingen snel aan te voelen; …

1.5 Enkele beroepen en markante voorbeelden

komiek (Freek de Jonge), journalist (Mart Smeets), schrijver (John Irving), redenaar (Winston Churchill), toneelschrijver (William Schakespeare), tekstdichter (Bram Vermeulen), verkoper (Alfred Heineken), onderwijskundige (Jean Piaget), …

1.6 Wijze woorden

Woorden zijn, uiteraard, de meest krachtig drug die de mensheid ooit heeft gebruikt.
Rudyard Kipling (1865 – 1936)

Woorden kunnen kwetsen en harten breken en ook geesten. Er zijn geen blauwe plekken, geen gebroken botten die in het gips moeten en daarom ook geen gevangeniscel voor de overtreder.
Marlene Dietrich (1901 – 1992)

2. Logische intelligentie (VL) of Logisch – mathematische intelligentie (NL) of Reken / Redeneer Knap

2.1 Omschrijving

We gebruiken onze logische intelligentie om te denken in, met en over hoeveelheden en verhoudingen. Getallen en symbolen die verhoudingen uitbeelden drukken deze intelligentie uit.

2.2 Het kind wordt aangetrokken tot…

Het kind denkt in systemen, redeneert altijd en analyseert graag.

2.3 Aangetrokken tot…

cijfers; patronen; verbanden; symbolen; vraagstukken; geschiedenisfeiten (jaartallen); topografie; puzzels; constructiemateriaal; grafieken; schema’s; formules; vergelijkingen; berekeningen; rekenmachines; computers; spellen; tijdlijnen; logica; codes; theorieën; schaken; …

2.4 Vaardigheden en voorkeuren

analyseren; berekeningen maken; deduceren; ontdekken van functies en verbanden; schatten; voorspellen; experimenteren; dingen uitdenken; patronen ontdekken en ontwerpen; induceren; organiseren en samenvatten; strategische spelletjes spelen; vragen stellen; abstract redeneren; selecteren; volgorde bepalen; denken over en het oplossen van problemen; bepalen van relaties zoals “oorzaak – gevolg” en “als…dan”; creëren van; analyseren van de samenstelling van objecten en situaties; het gebruik van abstracte symbolen; het ontdekken en gebruiken van algoritmen en logische reeksen; ordenen; kritisch denken; begroten;

2.5 Enkele beroepen en markante voorbeelden

computerprogrammeur (Bill Gates), schrijver van detectives (Agatha Christie), ingenieur (Alexandre Gustave Eiffel), uitvinder (Thomas Edison), beoefenaar van de logica (René Descartes), wetenschapper (Albert Einstein),…

2.6 Wijze woorden

Niet alles dat geteld kan worden telt, en niet alles dat telt kan worden geteld.
Albert Einstein (1879 – 1955)

De meeste mensen zouden liever sterven dan na te denken; in feite doen ze dat ook.
Bertrand Russell (872 – 1970)

MI_43. Ruimtelijke intelligentie (VL) of Visueel – ruimtelijke intelligentie (NL) of Beeld / Ruimte Knap

3.1 Omschrijving

We gebruiken onze ruimtelijke intelligentie om te denken in, met en over visuele beelden. We denken in en drukken deze intelligentie uit door plaatjes, beeldhouwwerken, het arrangeren van objecten en het navigeren door de ruimte.

3.2. Het kind denkt…

Het kind denkt in beelden en voorstellingen.

3.3. Het kind wordt aangetrokken tot…

mozaïeken; tekeningen; schetsen; cartoons; videobanden; pictogrammen; illustraties; modellen; kaarten; diagrammen; posters; muurkranten; foto’s; schilderijen; knutselwerken; kleuren; vormen; afstanden; powerpoint; kunst; films; dia’s; musea; strips; computer; lego; …

3.4. Vaardigheden en voorkeuren

waarderen en creëren van architectuur; waarderen en creëren van pagina – lay-out; arrangeren en decoreren; bouwen van modellen; tabellen en grafieken; kleuren combineren; interieur ontwerpen; tekentjes krabbelen; iets voorstellen in detail; visualiseren; navigatie en goed richtinggevoel; spelen van visuele spelletjes; plattegronden en kaarten lezen en maken; visuele details herinneren; in het hoofd figuren roteren; perspectief van de ander zien; oplossingen voor problemen “zien”; puzzels leggen; denken in plaatjes en beelden; inrichten; maken van collages; beeldend bezig zijn; ontwerpen; schetsen; fantaseren; beeldhouwen; gips gieten; fotografisch geheugen; voordoen; creatieve verbeeldingskracht; …

3.5. Enkele beroepen en markante voorbeelden

architect (Gaudi), schaakmeester (Kasparov), ontdekkingsreiziger (Marco Polo), meetkundige (Euclides), zeevaarder (Magelhaen), schilder (Vincent van Gogh); beeldhouwer (Auguste Rodin), cartograaf (Mercator), …

3.6. Wijze woorden

Ieder kind is een kunstenaar. Het probleem is om een kunstenaar te blijven als hij opgroeit.
Pablo Picasso (1881 – 1973)

Ik kies een blok marmer en hak eraf wat ik niet nodig heb.
Francois – Auguste Rodin (1840 – 1917) toen hem naar zijn beeldhouwwerken werd gevraagd

Kunst is de enige manier om weg te lopen zonder het huis te verlaten.
Twyla Tharpe (1942 – )

4. Muzische intelligentie (VL) of Muzikaal – ritmische intelligentie (NL) of Muziek Knap

4.1 Omschrijving

We gebruiken onze muzische intelligentie om te denken in, met en over muziek. Melodieën en ritmes: het zijn welhaast symbolen waarmee we ons denken in deze intelligentie tot uitdrukking brengen.

4.2 Het kind denkt…

Het kind denkt in muziek, in ritmes, in maat en patronen.

4.3 Het kind wordt aangetrokken tot…

toonhoogte; klankkleur; liedjes; rijmpjes; versjes; muziekinstrumenten; ritmeboxen; Orff – instrumenten; zangkoortjes; schoolorkestjes; voordrachten op muziek; audiocassettes; cd’s; …

4.4 Vaardigheden en voorkeuren

componeren van melodieën en teksten schrijven; neuriën en fluiten; herkennen van instrumenten; maat houden en ritme herkennen; leren met behulp van liedjes; spelen op gehoor; herinneren van melodieën, liedjes en componisten; zingen en rappen; op zuivere toon zingen; zachtjes stampen en klappen; het begrijpen van de structuur van muziek; optreden; muziek beluisteren, op vele manieren zelf muziek maken; waarderen van muziek; bewust van geluid om zich heen; heeft zelf vaak geluid om zich heen; maat – en ritmegevoelig; ritmes trommelen met de vingers; drummen op en met alles wat los en vast zit; met ezelsbruggetjes en rijmpjes werken om iets te onthouden; boeiend vertellen; gevoel voor ritmische aspecten van rekenen zoals de tafel van drie als ritme bij het opzeggen van de getallenrij: een, twee, drie, vier, vijf, zes,…; muziek gebruiken bij het aanleren van de tafels; …

4.5 Beroepen en markante voorbeelden

componist (Amadeus Mozart), muzikant (Eric Clapton), instrumentenbouwer (Antonio Stradivarius), zanger (Bono van U2), liedjesschrijver (Bob Dylan), …

4.6 Wijze woorden

De betekenis van liedjes gaat diep. Wie kan er in logische woorden het effect omschrijven dat muziek op ons heeft? Een soort van ongearticuleerde, ondoordringbare taal, die ons naar de grens van het oneindige leidt en ons er enkele ogenblikken een glimp van laat zien!
Thomas Carlyle (1975 – 1881)

Ik zal kunnen horen in de hemel.
Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) zijn laatste woorden

5. Fysieke intelligentie (VL) of Lichamelijk – kinesthetische intelligentie (NL) of Beweging Knap

5.1 Omschrijving

We gebruiken onze fysieke intelligentie om te denken in, met en over bewegingen en gebaren. Gezichtsuitdrukkingen, handgebaren en bewegingen zijn de symbolen waarin we denken en waarmee we deze intelligentie uitdrukken.

5.2 Het kind denkt…

Het kind denkt in bewegingen, door te voelen.

5.3 Het kind wordt aangetrokken tot…

drama; rollenspelen; mimiek; beweging; dans; lichaamstaal; atletiek; pantomime; excursies; sport; spellen; gymnastiek; knutselmaterialen; expressielessen; gebaren; …

5.4 Vaardigheden en voorkeuren

acteren en mime; atletiek; choreografie; fitness; allerlei lichamelijke oefeningen; kleine motoriek; oog – hand coördinatie; grote motoriek; uithoudingsvermogen; kracht; jongleren; manipuleren van objecten; bewegen met gratie, coördinatie en  precisie; sporten in het algemeen; trefzekere bewegingen (vangen; gooien; springen,…); gemakkelijk leren door iets te doen; van het leren met hoofd, hart en handen vinden zij het leren met handen heel belangrijk; …

5.5 Enkele beroepen en markante voorbeelden

basketbal (Michael Jordan), hardlopen (Carl Lewis), voetbal (Johan Cruyff), honkbal (Babe Ruth), golfen (Tiger Woods), tennis (Kim Clijsters), zwemmen (Mark Spitz), acteurs/actrices (Tom Hanks, Audrey Tautou), ballet (Rudolf Nurejev), bokser (Mohammed Ali), danser (Fred Astaire), goochelaar (Harry Houdini), mime (Charlie Chaplin), chirurg (Christian Barnard), …

5.6 Wijze woorden

Talent is één procent inspiratie en negenennegentig procent transpiratie.
Thomas Alva Edison (1847 – 1931)

Ik hoor en ik vergeet. Ik zie en ik onthoud. Ik doe en ik begrijp.
Confucius (551 – 479 v. C.)

Het is niet hetzelfde om over stieren te praten en om in de arena te staan.
Spaans Spreekwoord

MI_5

6. Natuurlijke intelligentie (VL) of Naturalistische intelligentie (NL) of Natuur Knap

6.1 Omschrijving

We gebruiken onze natuurlijke intelligentie om te denken over planten, dieren, wolken, stenen en andere natuurverschijnselen.

6.2 Het kind denkt…

Het kind denkt in samenhangen, vooral met de omgeving.

6.3 Het kind wordt aangetrokken tot…

planten; dieren; natuurverschijnselen; landschappen; stenen; wolken; milieu; excursies naar buiten; schooltuintjes; verzamelingen; verloop van seizoenen; natuurlessen; …

6.4 Vaardigheden en voorkeuren

“groene vingers”; analyseren van overeenkomsten en verschillen; genieten van planten, bloemen en bomen; bestuderen en zorgen voor planten, tuinen, huisdieren en wilde dieren; benoemen van flora, fauna en natuurverschijnselen; verzamelen van planten, insecten, stenen; ontdekken van patronen in de natuur; genieten van de capriolen van dieren; observeren van details; het weer voorspellen; het milieu beschermen; herkennen van dieren – en plantensoorten, stenen, sterren en wolken; temmen en trainen van dieren; gevoelig voor de onderlinge afhankelijkheid tussen planten en dieren, voor ecologie en voor milieubeheer; ontdekkende observerende houding; mag graag vergelijken; kan goed zaken onthullen en de betekenis verklaren; onderscheiden; herkennen; categoriseren; analyseren; verzamelen (ook van dingen die niet direct uit de natuur voortkomen zoals postzegels); classificeren; gemakkelijk leren door waarnemingen buiten; …

6.5 Enkele beroepen en markante voorbeelden

dierentrainer (Martin Gaus), astronoom (Galileo Galilei), bioloog (Louis Pasteur); natuurkundige (Charles Darwin), oceanograaf ( Jacques Cousteau), veearts (James Herriot), …

6.6 Wijze woorden

Er is iets in de glimp van een bloem dat op bepaalde momenten zelfs de grootste opschepper van de wereld in bedwang kan houden.

John Muir (1938 – 1914)

Het meest onbegrijpelijke feit over de wereld is dat hij begrijpelijk is.

Albert Einstein (1879 – 1955)

7. Sociale intelligentie (VL) of Interpersoonlijke intelligentie (NL) of Mensen/ Samen Knap

7.1 Omschrijving

We gebruiken onze sociale intelligentie om anderen te begrijpen en succesvol met hen om te gaan.

7.2 Het kind denkt…

Het kind denkt, door na te gaan wat de ander ervan vindt, als het ware rekening houdend met de ander.

7.3 Het kind wordt aangetrokken tot…

andere mensen; sociale interactie; verlangens; motivatie; gezelligheid; feestjes; kringgesprekken; groepswerk; groepsopdrachten; discussies; dialogen; gesprekken; sport; spel; groepsverantwoordelijkheid; welbevinden en betrokkenheid; …

MI_8

7.4 Vaardigheden en voorkeuren

communiceren met anderen; interactie met anderen; meeleven met anderen; leiden en organiseren van groepen en evenementen; maken en behouden van vrienden; oplossen van conflicten en bemiddelen; respecteren van de rechten en meningen van anderen; het talent om het perspectief van een ander in te nemen; gevoelig zijn voor de stemmingen en motieven van anderen; begrijpen van gevoelens, waarden en behoeften van anderen zonder zichzelf weg te cijferen; werken als lid van een team; initiatief nemen, genieten van werken met, zorgen voor en leren met anderen; bereiken van overeenstemming; letten op non – verbaal gedrag van wat mensen uitstralen; bereidheid om anderen te helpen; samen dingen uitwisselen en ervaren; door gezamenlijke activiteiten leren; leren door feedback; …

7.5 Enkele beroepen en markante voorbeelden

antropoloog (Claude Levi – Strauss), dokter (Albert Schweitzer), opvoedkundige (Thomas Gordon), filantroop (Moeder Theresa), verpleegster (Florence Nightingale), politicus (John F. Kennedy), minister – president (Winston Churchill), socioloog (Karl Marx), talkshowpresentator (Oprah Winfrey), …

7.6 Wijze woorden

Laat ons proberen zo te leven, dat als we sterven zelfs de begrafenisondernemer het erg zal vinden.

Mark Twain (1839 – 1910)

De diensten die we anderen bewijzen vormen eigenlijk de huur die we betalen voor onze kamer op de aarde.

Wilfred Grenfell (1865 – 1940)

8. Persoonlijke intelligentie (VL) of Intrapersoonlijke intelligentie (NL) of Zelf Knap

8.1 Omschrijving

We gebruiken onze persoonlijke intelligentie om te denken in, met en over gevoelens, stemmingen en gemoedstoestanden. Droombeelden en gevoelens zijn de symbolen van dit denken. Hiermee drukken we deze intelligentie uit.

8.2 Het kind denkt…

Het kind denkt door bij zichzelf te rade te gaan.

8.3 Het kind wordt aangetrokken tot…

innerlijk ervaringen (stemmingen, herinneringen, intuïtie, waarden en normen, gevoelens, fantasieën, ingevingen, diepere gedachten); dagboeken; meditatiemomenten; reflectiemomenten; poëzie; oefeningen in het leren van zelfbevestiging; …

Meervoudige intelligentie

8.4 Vaardigheden en voorkeuren

aandacht schenken aan herinneringen, fantasieën, dromen; verhelderen van eigen waarden en overtuigingen; controle hebben over impulsen; ontwikkelen van gedifferentieerde meningen en overtuigingen; genieten van denktijd, tijd alleen, stille momenten; zelfbeschouwing en intuïtie; kennen van en omgaan met stemmingen en gevoelens; kennen van de eigen zwakke en sterke kanten; zichzelf motiveren; het stellen van realistische doelen; nadenken over het eigen denken; het begrijpen van innerlijk conflicten en motivaties; zelfsturend; vastberaden en doelgericht; neemt verantwoordelijkheid,; wat filosofisch ingesteld; leren interpreteren; leeft in eigen wereld; zichzelf op de achtergrond plaatsen; …

8.5 Enkele beroepen en markante voorbeelden

Filosoof (Jean Paul Sartre), dichter (Remco Campert), politiek leider (Nelson Mandela), psycholoog (Carl Jung), religieus figuur (Jezus Christus), theoloog (St. Thomas van Aquino), …

8.6 Wijze woorden

Een vriend is een cadeau dat je jezelf geeft.
Robert Louis Stevenson (1850 – 1894)

Leer om zo stil te zijn dat je het geluid van het echte in jezelf kan horen, zodat je het ook in anderen kan horen.
Marion Wright Edelman (1939 – )

Tot slot

“Niets nieuws,” zult u zeggen. “Dat weten wij al allemaal!” Precies! En dat is ook de kracht van het model. Het brengt geen nieuwe elementen aan. Het vraagt geen nieuwe vaardigheden van de leerkracht die hij of zij zich eerst nog weer moet leren eigen maken. Het model vervangt niet een bestaande opvatting. Nee, het voegt iets toe aan (en het herordent) datgene waar een leerkracht over beschikt. Wat het vraagt van een leerkracht is: een andere manier van kijken naar kinderen, kijken naar het leerproces en daarop het eigen handelen aanpassen.

Laat ons niet langer kijken of een leerling knap is, maar hoe een leerling knap is. De vraag is dus niet “Hoe slim ben jij?”, maar “Hoe ben je slim?”! Een leerkracht die zich met deze vraag bezig houdt, leert de leerlingen op een andere manier te benaderen. Hij of zij leert rekening te houden met de sterkere en zwakkere kanten van de leerling. Als we alle intelligenties waarderen en eer betonen, voldoen we aan het meest fundamentele principe van opvoeding in een democratie: gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen.

Bronnen

KAGAN, S. & KAGAN, M., Meervoudige Intelligentie. Het complete MI boek. Deel 1. De intelligenties en hun toepassing in het onderwijs. Middelburg, RPCZ Educatieve uitgaven, 2004.

WIELINGA, P., Meervoudige Intelligentie (I). Een werkbaar model voor het omgaan met verschillen. Praxis – bulletin I, september 1998, 25 – 29
 

WIELINGA, P., Meervoudige Intelligentie (2). Hoe krijgt u er zicht op en hoe organiseert u dat in de school? Praxis – bulletin 2, oktober 1998, 26 – 29 

WIELINGA, P., Meervoudige Intelligentie (I). Iedereen slim! Praxis – bulletin I, september 2002, 30 – 34

Henk De Reviere
Pedagogisch Begeleider
Bellemstraat 84
9880 Aalter
Verschenen in: ‘De Katholieke Schoolgids’ – Bisdom Gent (België)

Gerelateerde artikelen

sluiten