leestijd:

Dit artikel komt uit OMJS magazine – editie 4

Tekst: Floortje Dekkers

Steeds vaker kopt het nieuws over kinderen die onvoldoende geletterd zijn, te weinig lezen en niet meer voor hun plezier in een boek duiken. Behoorlijk alarmerende berichten, want leesvaardigheden zijn nodig om überhaupt tot leren te komen. Waar gaat het mis en – veel belangrijker – (hoe) is het tij te keren?

“Leesvaardigheid is meer dan alleen een tekst kunnen lezen. Het is het begrijpen van, gebruiken van, evalueren van, refl ecteren op en omgaan met teksten. Dit om je doelen te bereiken, je kennis en potentieel te verruimen en deel te nemen aan de maatschappij.” Barbara van der Linden, onderwijsadviseur voor OMJS, haalt een sheet aan uit haar presentatie over boekpromotie en leesmotivatie. Ze heeft een achtergrond als onderwijskundige en orthopedagoog en een van haar specialisaties is het thema taal. Ze verduidelijkt: “Er is in het onderwijs natuurlijk veel aandacht voor lezen. Maar veelal ligt de focus hierbij op technisch lezen en begrijpend lezen, waarbij het accent ligt op leesstrategieën. ‘Vrij’ lezen, is meestal iets dat leerlingen kunnen doen, als ze hun werk klaar hebben. Maar het creëren van tijd voor lekker lezen is voor ieder kind belangrijk binnen de beschikbare onderwijstijd. Het leert kinderen om een verhaal te beleven, te waarderen en om zich er een mening over te vormen. Door die mening en interpretatie met elkaar te delen, verruimen ze niet alleen hun eigen denkwijze; ze kunnen elkaar ook enthousiasmeren. Doordat ze aan een vriendje vertellen: ‘Oh, dat is zó’n spannend boek, niet normaal’, denkt dat vriendje: dat wil ik ook lezen!”

Leuke leesactiviteiten

Aandacht voor leesmotivatie is van groot belang, zeker aan de basis van de schoolcarrière van kinderen. Dat weet ook Margot Panhuizen, leraar van groep 3/4 op basisschool De Peelparel in het Brabantse Helenaveen. In het begin van haar loopbaan was ze vervanger op een aantal scholen en overal bemerkte ze een gebrek aan leesmotivatie bij kinderen. Ze speurde internet af, maar vond weinig inspirerende voorbeelden. Daarom bedacht ze zelf opdrachtkaarten voor leerlingen, variërend van ‘bedenk een nieuwe kaft’ tot ‘ontwerp kleding die past bij de hoofdpersoon in een bepaalde scène van het boek’. Voor oudere leerlingen verzon ze dingen als: ‘als het verhaal in een ander tijdvak zou spelen, wat verandert er dan?’ Haar aanpak gaf zoveel enthousiaste reacties, zowel bij leerlingen als bij collega’s, dat ze zelf het initiatief nam om ermee naar een uitgever te stappen. Met OMJS ontstond zo Boekie de boekenverslinder: een doos opdrachtkaarten met leesactiviteiten voor groep 3 tot en met 8, die kinderen uitdaagt om hun fantasie te gebruiken, hun kijk op het boek te presenteren, hun mening te geven en voort te borduren op het verhaal.

Als leraar moet je lezen aantrekkelijk maken, anders verdwijnt het plezier.

De ‘cirkel van Chambers’ laat zien dat er drie pijlers zijn waarop leesmotivatie en boekpromotie kunnen bogen, namelijk: kiezen, lezen en reageren. Barbara: “Allereerst helpt het om als leraar boeken op een aantrekkelijke manier te presenteren, zodat kinderen graag gaan uitkiezen. Dat kan rechtopstaand met de cover goed zichtbaar, in versierde kratjes of met steeds een ‘boek van de week’ in de schijnwerpers. Dan het lezen zelf: maak dat ook zo aantrekkelijk mogelijk en gebruik daarbij alle creativiteit. Houd een boekenproeverij of lees als leraar uit allerlei boeken een fragment voor en laat een aantal leerlingen ze – net als in het populaire televisieprogramma The voice of Holland – als een jury beoordelen. Daarmee zorg je dat ze op een leuke manier met zoveel mogelijk verschillende boeken in aanraking komen. Je speelt als leraar dus een belangrijke ondersteunende rol voor leerlingen bij het kiezen van boeken. Zorg dat er tijdens het vrij lezen wat meer mag dan alleen rechtop aan een tafeltje zitten; laat kinderen eens op kussens in een gezellige hoek zitten of met hun schoenen uit op een bank ‘hangen’. Wie thuis een boek leest, doet dat immers ook graag met opgekrulde benen in een luie stoel onder de leeslamp. En tot slot: laat kinderen op een creatieve manier reageren op wat ze gelezen hebben, in interactie met hun klasgenoten. Via een presentatie of een rollenspel bijvoorbeeld. Daarmee werken ze tegelijkertijd ook nog aan hun woordenschat en hun mondelinge taalvaardigheden!”


Lezen creatief integreren

“De woordenschat ontwikkelt zich vanaf ongeveer groep 5 steeds meer tijdens het (begrijpend) lezen van teksten en verhalen”, legt Barbara uit. “We hebben het dan over impliciete uitbreiding van de woordenschat. Het expliciet woordenschatonderwijs kost veel tijd. Juist het belangrijke stillezen is vaak een ondergeschoven kindje. Tel daarbij op dat vanaf deze leeftijd lezen als hobby aan populariteit inboet; er is zóveel concurrentie van televisie, games en apps op mobieltjes. Om kinderen uit zichzelf naar een boek te laten grijpen, is meer leesaandacht nodig in het onderwijs dan bij wijze van spreken twee keer per week een half uur stil lezen. Niet als extra hooi op de vork van leraren: leesaandacht kun je integreren in andere lessen, bijvoorbeeld binnen thematisch onderwijs. Door het langere tijd over vulkanen of het heelal te hebben, stimuleer je nieuwsgierigheid bij leerlingen en gaan ze mogelijk uit zichzelf op zoek naar informatie. Om meer te weten te komen, om input te vinden voor de opname van een fi lmpje, voor een presentatie of een werkstuk en om die informatie dan weer met de klas te delen. Als je als leraar zorgt dat er ruimte is om kennis te verdiepen met behulp van teksten en verhalen, creëer je als vanzelf leesmotivatie. Binnen de lessen in methodes is er vaak onvoldoende ruimte om een onderwerp te verdiepen en hiermee je woordenschat en je kennis van de wereld echt uit te breiden. Maar het lezen meer integreren in andere vakken is realiseerbaar. Het is hierbij wel van belang dat je als leraar de samenwerking opzoekt met collega’s.”

Leraar Margot vult aan: “Als leraar moet je lezen aantrekkelijk maken, anders verdwijnt het plezier. Doe bij begrijpend lezen of kinderen speurders zijn die met een loep antwoorden in een tekst kunnen vinden. Laat kinderen bij vrij lezen zelf meedenken over een vervolgopdracht. Laat hen rappen of fi lmen. Ik kan heel veel voorbeelden noemen, maar deze vind ik erg mooi: ik had een leerling die niks met lezen had en altijd naar de wc moest, als het leestijd was. Tot hij wist dat er een opdracht bestond om een rap over het verhaal te maken. Dat opdrachtkaartje verstopte hij in zijn laatje, zodat hij het steeds weer kon gebruiken. Hij las vervolgens gretig, lachte hardop tijdens het lezen (weer een nieuw idee voor een rap) en kreeg er zo écht lol in.”

Gerelateerde artikelen

po/vo
13/10 in actueel

Je woorden doen ertoe

po
08/10 in actueel

Stellingenwandeling

po
06/07 in actueel

Met Boekie de vakantie in!

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.