leestijd:

“Een voorbeeld van scenario’s in de onderwijscontext”

In het artikel Van schoolplan naar scenarioplan van 6 mei gaven we een inkijkje in scenarioplanning; een techniek die kan helpen bij het maken van lange termijnkeuzes, in een tijd waarin de toekomst wat minder voorspelbaar is. Maar ook een techniek die je als school en team kan helpen om te bepalen hoe je wilt omgaan met de ontwikkelingen waar je geen invloed op hebt.

Let op: Scenario’s geven een beeld van hoe het er uit zou kunnen zien als bepaalde ontwikkelingen zich voordoen of worden versterkt. Bij het ontwikkelen van scenario’s gaat het er dus niet om de toekomst te voorspellen en scenario’s zijn ook geen organisatievisie op de toekomst, maar de analyse helpt een organisatie en haar medewerkers om zich voor te bereiden op wat er kan gebeuren en inzicht te krijgen in wat dit van medewerkers vraagt. Juist de onzekerheden van de toekomst worden hierin als uitgangspunt genomen en implicaties zichtbaar gemaakt.

Dit artikel verbindt scenarioplanning aan de onderwijspraktijk. Aan de hand van het stappenplan werken we toe naar vier scenario’s voor onderwijs. We proberen het zo concreet mogelijk te omschrijven, zodat je de stappen zelf ook kunt doorlopen. Gebruik de scenario’s gerust als input voor je eigen analyses of plannen voor komend schooljaar, of put hieruit om je eigen scenario’s op te stellen.

Stap 1: Identificeer relevante externe ontwikkelingen

Eerst hebben we een grote hoeveelheid externe ontwikkelingen verzameld, die ons de afgelopen tijd zijn opgevallen. Als kapstok hebben we de DESTEP(E) factoren gebruikt (zie vorig artikel). Zo kom je tot ontwikkelingen in de categorieën Demografisch, Economisch, Sociaal cultureel, Technologisch, Ecologisch, Politiek juridisch én Educatief.

Stap 2: Clusteren ontwikkelingen

Vervolgens hebben we de ontwikkelingen gegroepeerd, waarbij de ontwikkelingen die overlap hebben of bij elkaar passen samen een cluster vormen. We kwamen tot de volgende clusters met daarbij een korte toelichting op onze interpretatie:

  1. Veranderende vraag van consumenten
    Minder verkoop in winkels maar meer online shoppen, van evenementen naar thuisvermaak.
  2. Verbondenheid
    Gevoel dat we samen sterker zijn en elkaar kunnen helpen
  3. Zorg en gezondheid
    Zorg en gezondheid krijgen meer (media)aandacht dan ooit en het gevoel dat dit structureel meer aandacht zou moeten krijgen.
  4. Nieuwe omgangsnormen
    Het idee dat we anders met elkaar zouden moeten omgaan.
  5. Digitalisering
    Sterke toename gebruik van digitale middelen om te werken, leren en communiceren.
  6. Individualisatie
    Het idee dat het individu belangrijker is dan het collectief.
  7. Herwaardering
    Het idee dat er sommige zaken van grotere (niet geldelijke) waarde zijn dan andere (onderwijs, zorg).
  8. Machtsverschuivingen
    Overheid en grote tech bedrijven krijgen (versneld) grotere invloed op ons leven.
  9. Lokale oriëntatie
    We zijn meer gericht op dichtbij, lokale aanbieders, vakantie in eigen land, ontspannen dichter bij huis.
  10. Risico-aversie
    Door onzekerheid ontstaat grotere behoefte aan zekerheid, waardoor men veiligere keuzes maakt (in baan, aankopen, gedrag).
  11. Grotere verschillen
    Ontwikkeling van kinderen is verder uit elkaar komen te liggen door (on)mogelijkheden in thuissituatie.
  12. Economische onrust (recessie)
    Economische gevolgen van de crisis kunnen grote gevolgen hebben voor bestaanszekerheid van gezinnen.
  13. Nieuwe businessmodellen
    Veranderende verdienmodellen van bedrijven en leveranciers. Minder verkoop, meer abonnement of licentie.

Stap 3: Prioriteren van clusters

In deze stap beoordelen we welke clusters met ontwikkelingen de grootste impact hebben op onderwijs (de veranderprikkels) en de clusters met de grootste onzekerheid (de kernonzekerheden).

Dit hebben we gedaan door voor elk cluster op een schaal van 1 tot 10 te scoren hoe groot de impact is (10 is grote impact). We noemen dit een veranderprikkel. En hoe groot de onzekerheid is (10 is grote onzekerheid). Dit noemen we de kernonzekerheid.

Vraag je meerdere personen om dit te scoren, dan bereken je de gemiddelden per cluster voor zowel impact als onzekerheid.

De personen die je vraagt dit te scoren, bepalen uiteraard ook de uitkomst. Realiseer je dit dus bij het kiezen van de personen die dit beoordelen. De uitkomsten zijn dus een weergave van het perspectief van deze personen. Dus vraag je je teamleden, dan krijg je een ander perspectief dan wanneer je bijvoorbeeld ouders vraagt om dit te beoordelen.

Wij hebben de clusters Digitalisering en Grotere verschillen de hoogste scores voor impact op onderwijs gegeven (veranderprikkels). Het cluster met de hoogste score voor onzekerheid is: Verbondenheid (kernonzekerheid).

Stap 4: Bepaal assen en scenario’s

De X-as wordt gevormd door een veranderprikkel met de hoogste impactscore en de Y-as door een kernonzekerheid met de hoogste score voor onzekerheid. We zouden dus meerdere combinaties kunnen maken, omdat in ons geval Digitalisering en Grotere verschillen eenzelfde score hebben gekregen. We kiezen ervoor om Digitalisering als veranderprikkel te gebruiken, omdat het verkleinen van Grotere verschillen in alle scenario’s vanuit de opdracht van het onderwijs een belangrijk streven zal zijn. Verbondenheid vormt de kernonzekerheid.

Voor de X-as betekent dit dat meer of minder digitalisering in het onderwijs en voor de Y-as (verbondenheid) meer verbondenheid (meer samen) of minder verbondenheid (individualistisch)

Hiermee komt ons raamwerk er als volgt uit te zien:

 

Stap 5: Scenario’s opstellen

Voor elk kwadrant in het raamwerk stellen we een scenario op. We hebben elk kwadrant een naam gegeven die beknopt verwoordt, wat het scenario inhoudt. Bij het opstellen van de scenario’s maken we ook gebruik van de ontwikkelingen uit de andere clusters, zo ontstaat een scenario dat tot de verbeelding spreekt.

Scenario 1: We-school

In dit scenario is er een sterke behoefte om minder digitaal te doen en vooral samen. Er is een grote behoefte aan solidariteit en live contact. Er is een sterk besef dat digitale mogelijkheden toch hun beperkingen hebben als het gaat om communicatie.

Omdat iedereen de afgelopen tijd veel tijd achter schermen heeft doorgebracht, is iedereen blij weer meer tijd samen ‘offline’ te kunnen doorbrengen.

Leerlingen, leraren en ouders realiseren zich meer dan ooit dat zij het samenzijn hebben gemist. Samenwerken, samen spelen en samen en samen leren heeft voor veel leerlingen en leraren de voorkeur boven individueel spelen, leren en werken met digitale middelen.

Waar de ouders de afgelopen tijd via extra digitale infobrieven werden geïnformeerd over de ontwikkelingen op school, is er in dit scenario een grote behoefte om weer ouderavonden te organiseren om school, waar er ruimte moet zijn om ouders en leraren maar ook ouders onderling met elkaar in gesprek te laten gaan.

Scenario 2: E-school

In dit scenario worden veel tijdelijke ontwikkelingen op digitaal gebied geborgd en verder uitgebreid. De digitale afspraken met collega’s en externen waren een stuk effectiever en scheelde reistijd en we konden elkaar gemakkelijker digitaal opzoeken of helpen.

De belangrijkste vragen zijn: hoe behouden we deze effectieve inzet van ICT en geven we dit een vaste plek in ons werk?

Leerlingen kunnen nu gemakkelijker, door de inzet van ICT, groepsoverstijgend samenwerken, omdat zij niet per sé fysiek in dezelfde ruimte hoeven te zitten. De instructies van leraren worden vaker opgenomen, zodat leerlingen deze nog eens kunnen terugkijken of worden hergebruikt door collega’s.

Scenario 3: Old-school

In dit scenario gaan we zo snel mogelijk terug naar normaal. Als de corona-regels verder zijn afgebouwd kunnen we weer verder op de manier waarop we dat voor de crisis deden. De digitale manieren van communiceren zijn niet meer nodig en dat scheelt veel gedoe, we hebben immers de kinderen weer allemaal op school.

Omdat kinderen in verschillende thuissituaties hebben moeten leren, zijn de verschillen groot. Kinderen die thuis extra moeite hadden om mee te komen, hebben extra aandacht nodig en vragen meer begeleiding van leraren. Ouders hebben van dichtbij meegemaakt hoe hun kinderen leren en ouders waarvan de kinderen juist flink vooruit zijn gegaan, vragen om extra aandacht om deze ontwikkeling door te zetten en stellen kritische vragen over de aanpak.

Leraren hebben er een flinke kluif aan om zicht te krijgen op de ontwikkeling van hun leerlingen. Om ieder kind te geven wat hij of zij nodig heeft en focus aan te brengen in de lesdagen die nog resten tot de zomer, om komend schooljaar weer normaal te kunnen starten. Hierdoor blijft er weinig tijd over om elkaar te helpen.

Omdat ook veel ouders weer fysiek naar hun werk mogen, hebben ze volle agenda’s en zijn zij vanwege de onzekere tijden gespannen over het behoud van hun baan. Dat maakt het lastig hen te vragen om te assisteren bij de activiteiten voor komend schooljaar.

Scenario 4: I-school

In dit scenario wordt de inzet van ICT verder uitgebreid om individuele leertrajecten in te richten om tegemoet te komen aan de individuele leerbehoeften.

Kinderen kunnen alle vakken volgen op hun eigen tempo, zonder dat zij daarbij afhankelijk zijn van het programma van de groep. Kinderen die zelf al verder zouden willen met een onderwerp, kunnen alvast vooruit werken en als zij vragen hebben kunnen ze hun vragen via een berichtje achterlaten bij hun leraar.

Leraren volgen cursussen bij voorkeur via webinars, dat scheelt in de reistijd en zo kunnen ook zij precies die cursus volgen, die op dat moment voor hen relevant is. Ook de teamvergaderingen gaan bij voorkeur digitaal, zodat ook de collega’s die niet aanwezig zijn op locatie kunnen aansluiten, of de opgenomen vergadering kunnen terugzien.

Stap 6: Implicaties van scenario’s

Deze vier scenario’s geven een beeld van hoe het er uit zou kunnen zien als bepaalde ontwikkelingen zich voortzetten. Of één van deze vier scenario’s werkelijkheid wordt? Waarschijnlijk niet, de kans is wel groot dat het een combinatie zal worden met aspecten van alle vier. Met deze scenario’s weet je wel wat de ontwikkelingen kunnen betekenen voor jouw onderwijsorganisatie en misschien zelfs wel wat je kunt doen om iets realiteit te laten worden, of juist niet.

Houd daarom je keuzes en eventuele plannen eens tegen het licht aan de hand van de scenario’s. Wat betekent het scenario voor de toekomst van jullie onderwijs?

Gerelateerde artikelen

po/vo
po/vo
27/09 in actueel

Plannenmakerij

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.