leestijd:

Hoofdstuk 3A: Theorie

Stimulerend signaleren

Slim KleuterenHet is de taak van de school en de leraar om de, in potentie aanwezige mogelijkheden of talenten van alle kinderen in de groep, te stimuleren en tot ontwikkeling te laten komen. Dit geldt ook voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong. Het feit dat zij over het algemeen eerder kunnen en weten wat het onderwijs op de lange termijn voor de andere leerlingen hoopt te bereiken, betekent niet dat zij niet verder gestimuleerd hoeven te worden. Ook het feit dat zij over het algemeen goed in staat zijn om zichzelf bezig te houden, zou de suggestie kunnen wekken dat deze kinderen geen begeleiding nodig hebben. Dat is echter niet het geval. Ook als je aanbod aansluit bij hun ontwikkelbehoeften, dan geldt net als bij de andere kinderen:

“Ik kan veel zelf, maar niet altijd alleen.”

Het werken met jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong vraagt om stimulerend signaleren, breed en doelgericht plannen, uitdagend differentiëren, coachend begeleiden en procesgericht evalueren. De onderstreepte aspecten worden in verschillende hoofdstukken verder uitgewerkt.

Stimulerend signaleren

Het is van belang om gebruik te maken van alle beschikbare informatie om het aanbod zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de ontwikkelingsbehoefte van het kind. Zorg voor een mondelinge intake met de ouders en het kind. Dat voorkomt dat de leerling zich meteen al ten onrechte gaat aanpassen aan wat op school blijkbaar ‘gewoon’ is. Vertaal deze informatie naar daarbij passende opdrachten en activiteiten en observeer het effect. Maak daarnaast gebruik van ‘Als kleuters leren tellen’ met peilingspelletjes voor tellen en getalbegrip en ‘Praatjes peilen’ voor mondelinge taalontwikkeling (zie site SLO). Om achter de gedachten van deze leerlingen te komen kun je korte (diagnostische) gesprekken voeren. Zet tijdens de werkles de ontwikkelingsmaterialen op creatieve wijze in. Zo kun je de zone van naaste ontwikkeling prikkelen en kun je een volledig beeld van de leerling krijgen.

Hoofdstuk 3B: Praktijk

Niveaus van vragen stellen

In ons onderwijs stellen we veel vragen aan kinderen. Vaak worden er (didactische) vragen gesteld om te weten te komen of kinderen iets beheersen; het zijn gesloten vragen waarop een goed of fout antwoord gegeven kan worden. Deze manier van vragen stellen, kan voor kinderen belemmerend zijn en voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong zijn dit soort vragen vaak eenvoudig en weinig uitdagend. Door open vragen te stellen krijgen alle kinderen de kans om na te denken en worden hierdoor uitgedaagd om actief te worden. Geweldig om de diverse antwoorden te horen! Het stimulerend signaleren krijgt hierbinnen dan een plaats. Bedenk vooraf waar je de kinderen op wil richten en wat past binnen de activiteit. Er zijn verschillende type vragen. Het onderstaande schema biedt hierbij een houvast: Vragen stellen-alsdegeitleertzwemmen-1

Interactief voorlezen van een prentenboek

In de dagelijkse praktijk is het voorlezen van een boek een gezellig gezamenlijk moment. Vaak zie je dan dat het taalgebruik van de leerkracht aangepast wordt aan de taalzwakke kinderen, zodat ook zij de verhaallijn kunnen volgen. Dit is niet erg uitdagend voor de taalvaardige kinderen. Tijdens het interactief voorlezen in de grote kring kun je ook de kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong activeren. Gebruik doelbewust de moeilijkere woorden en stel vragen, waarbij deze kinderen aangezet worden tot denken. Om alle kinderen goed aan bod te laten komen, is dus een gedegen voorbereiding wenselijk. Bedenk vooraf welke moeilijkere woorden en zinsconstructies je uit het prentenboek aan bod wil laten komen. Welke mogelijkheden biedt het verhaal om ook moeilijkere vragen te stellen. Een hulpmiddel kunnen plakbriefjes zijn, die je op diverse bladzijdes plakt en waarop je vooraf een passende vraag noteert. Hieronder zie je een ingevuld vragenformulier bij het prentenboek ‘Als de geit leert zwemmen’ van Nele Moost en Pieter Kunstreich. Vragen stellen-alsdegeitleertzwemmen p2

Deze formulieren zijn ingevuld en ook leeg te downloaden. Vragen stellen doe je de hele dag door bij allerlei verschillende activiteiten. De type vragen in onderstaande tabel zijn ondergebracht bij de bedoeling van je vraag. Het kan zijn dat je met je vraag de aandacht ergens op wil richten, wil aanzetten tot ontdekkingen, wil aanzetten tot redeneren of wil aanzetten tot reflectie:

Schema praktijk - Niveaus van vragen stellen

Hoofdstuk 3C: Verrijking

Bestaand ontwikkelingsmateriaal verrijken-puzzel

Van deze publicatie verschenen ook al:

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.