leestijd:

Hoofdstuk 5A: Theorie

Avatar-slimkleuterenCoachend begeleiden

Het belangrijkste is dat een jong slim kind goed in z’n vel zit. Het contact en de relatie met de leraar zijn hierin voor deze kleuter van groot belang. Mensen willen ergens bij horen en de leraar wordt door de kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong als belangrijk referentiepunt gezien om te achterhalen wat een kind op school hoort te doen.

De kleuter probeert hierbij telkens af te stemmen met de leraar, door vragen te stellen, te observeren wat hij/zij doet en de feedback van de leraar te analyseren. In een situatie waarin de leraar onduidelijke feedback geeft, beïnvloedt dit het vertrouwen in en de relatie met de leraar.

Stel je de situatie maar eens voor waarin je een vraag stelt aan twee kinderen: “Welke kleur is dit?” Hoewel het antwoord een feit is, kunnen de gegeven antwoorden van de kleuters verschillend zijn. De feedback van de leraar is vaak gericht op het ‘gladstrijken’ van het foute antwoord. We willen namelijk niet dat een kind een slechte ervaring opdoet met een fout antwoord. Er wordt dan een feedback gegeven zoals: “bijna goed”, “dat is ongeveer hetzelfde” of “jij hebt het ook goed gedaan”. Voor een kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong, die goed weet wat het juiste en wat het verkeerde antwoord is, kan dit heel verwarrend zijn. Hoezo ‘ongeveer hetzelfde’ en ‘ook goed’? De kleuter vraagt een eerlijk antwoord en probeert door middel van de leraar grip te krijgen op het systeem. Wat verwacht de school/leraar van mij en wat mag ik van de school/leraar verwachten?

Ga dus bewust om met het geven van feedback en voorzie de kracht van de feedback. Ben daarin ook altijd eerlijk naar de prestaties van een kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong. Geef aan wanneer het goed is, maar benoem ook wat er nog beter kan. Vaak zijn dit de vaardigheden zoals doorzetten, samenwerken, werk afmaken. Concrete feedback op het proces en het volbrengen van de taak (“na een paar keer proberen, is het je toch gelukt”) heeft vaak meer effect op het leren leren, dan feedback op het resultaat (“goed gedaan, ziet er mooi uit”). Zie hiervoor ook de doelen uit de doelen-vaardigheden-lijst (SLO).

Juist om de kleuters met een voorsprong te prikkelen, is het belangrijk te denken vanuit doelen voor de leerlingen: wat hebben zij nodig om te herkennen waarin zij kunnen groeien en welke feedback hebben zij nodig om zichzelf te kunnen sturen. Feedback (op het leergedrag/leerproces) is in reviews van onderwijsonderzoek, het meest effectieve aspect van de leraar rol gebleken (Hattie, 2009).

Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen uitgedaagd worden met verrijkend werk. Maar let op; dit is geen zelfstandig werk! Als kinderen op niveau werken en betrokken zijn, stellen ze vragen. Geef niet te snel antwoord op deze vragen, maar help ze zoveel mogelijk zelf tot het antwoord te komen.

Blijf niet hameren op het feit dat een kind ‘moet spelen’. Sommige slimmeriken vinden het heerlijk om te ‘werken’, met letters en cijfers bezig te gaan. Rem ze niet af. En bekijk de materialen eens in je groep. Heb je materialen waarmee een kind kan experimenteren? Dit hoeft niet alleen op cognitief gebied. Vergrootglazen, insectenpotjes, magneten, instrumenten, veel kleuren verf, etc. kunnen ook heel interessant zijn!

Een andere valkuil waar we ons bewust van moeten zijn, is onze aanspreektoon. Die mag bij dit soort kinderen veel minder kinderachtig zijn. Spreek tegen de kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong alsof hij/zij 10 jaar is. Je zult merken dat het kind je veel toegankelijker vindt en meer contact met je zal willen maken.

Tips voor de begeleiding van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong: Tips voor begeleiding van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong

Download de tips hier.

Hoofdstuk 5B: Praktijk

De taxonomie van Bloom

Eén van de criteria om aan een rijke leeractiviteit te voldoen, is om kinderen vragen te stellen, die een beroep doen op de hogere denkordes. In de taxonomie van Bloom wordt er een onderscheid gemaakt tussen de verschillende niveaus van denken. De denkvaardigheden zijn opgedeeld in zes fasen waarbij het in iedere fase moeilijker wordt.

Het meest basale is het onthouden: je vraagt hierbij aan een kind of het kan herhalen van iets wat het al eens eerder heeft gedaan. Kan het benoemen wat het toen had gedaan en dit herhalen? Vervolgens komen we in de fase van het begrijpen: weet een kind waar het bij een opdracht over gaat en kan het dat uitleggen in eigen woorden en eventueel zelf aanvullen? Bij het toepassen vraag je aan een kind om hetgeen wat eerder geleerd is in een andere situatie toe te passen, waarbij het zelf oplossingen zal moeten bedenken en in een alsof situatie moeten kunnen denken. We spreken bij deze drie genoemde denkordes over de lagere denkordes. Een niveau hoger is het analyseren waarbij een kind zelf gaat experimenteren door zelf ordeningen aan te brengen, zaken te groeperen, of te herkennen. Ze kunnen hierover dan logisch redeneren en hun conclusies hieruit trekken. De denkorde die gaat over het evalueren vraagt een kritische denkhouding van kinderen, waarbij ze ook zelf dingen beoordelen. Deze mening kunnen ze ook verdedigen naar anderen toe met argumenten. De hoogste denkorde is het creëren: kinderen kunnen dan zelf iets nieuws bedenken door bijvoorbeeld de dingen die ze al wel kennen te combineren, of aspecten hieruit, samen te voegen. Ze kunnen dan vooruit denken, voorspellen hoe het zou kunnen gaan. Ze maken een eigen ontwerp. Bij de laatste drie denkordes spreken we van hogere denkordes.

Voor slimme kleuters is het belangrijk dat deze hogere denkordes worden aangesproken. Er kunnen dus, met de gebruikelijke materialen die er in de groep zijn, ook vragen en opdrachten gegeven worden die deze hoger denkorde aanspreken. Hieronder zijn de aspecten van de zes denkordes schematisch weergegeven. Lagere orde denken en hogere orde denken volgens bloom Vervolgens kun je zien hoe de onderdelen van de verschillende denkordes praktisch zijn uitgewerkt bij het ontwikkelingsmateriaal de kralenplank. Lagere orde denken en hogere orde denken volgens bloom2

Hoofdstuk 5C: Verrijking

Bestaand ontwikkelingsmateriaal verrijken-Kralenplank

Download dit format om je bestaand ontwikkelingsmateriaal te verrijken.

Van deze publicatie verschenen ook al:

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.