leestijd:

De overgang van groep 2 naar groep 3 is voor jonge kinderen een spannende en uitdagende fase. De nadruk komt meer te liggen op het werken dan op het spelen. Leraren merken dit ook aan kinderen. Het valt niet mee om meer stil te zitten, naar de leraar te luisteren en in de werkboekjes te werken. Om de betrokkenheid, actieve houding en nieuwsgierigheid van deze jonge kinderen te behouden/verhogen is vooral een betekenisvol, spelenderwijs en gedifferentieerd taal-, lees-, en rekenaanbod nodig.

In de cursus ‘Groep 3 onder de knie’ gaan we dieper in op onder andere de werkwijze van een circuit om zodoende spelenderwijs kinderen te laten leren. Wat is een circuit? Hoe organiseer ik het? En welke spelvormen bied ik aan?

In dit artikel lichten we één spelvorm uit: Hilarische zinnen. Dit spel kun je halverwege groep 3 inzetten tijdens een circuit of een ander geschikt moment. Er zijn meerdere mogelijkheden om aan de slag te gaan met deze spelvorm.

Doel van het spel:

  • Leerlingen leren hoe een zin is opgebouwd
  • Leerlingen lezen woorden uit o.a. kern 4, 5, 6 en 7 (VLL): a, o, u, eu, ie, ou, ui, ei, sch
  • Leerlingen passen hun creativiteit toe

Let op: er zijn een aantal kaartjes die leeg zijn. Bij deze kaartjes mogen de leerlingen een eigen invulling bedenken.

Variant 1: Hilarische zinnen

  1. Knip de kaartjes los en verspreid ze per kleur op tafel met de woorden naar beneden
  2. Maak een groepje van drie
  3. Leerling 1 kiest een blauw kaartje
  4. Leerling 2 kiest een groen kaartje
  5. Leerling 3 kiest een rood kaartje
  6. Welke hilarische zin heeft het groepje gemaakt?
  7. Een leerling noteert de zin op het werkblad

Variant 2: Rijmen

  1. Verspreid de blauwe en groene kaartjes op tafel met de woorden naar beneden
  2. Maak een groepje van drie
  3. Leerling 1 kiest een blauw kaartje
  4. Leerling 2 een groen kaartje
  5. Leerling 3 maakt de zin af met een rijmwoord.

Voorbeeld: De uil kijkt naar de kuil.

Variant 3: Teken de zin

  1. Verspreid de kaartjes op tafel met de woorden naar beneden
  2. Elke leerling kiest een blauw, groen en rood kaartje uit en vormt een zin
  3. Nodig de leerling uit om een passende (hilarische) tekening te maken bij de zin
  4. Eventueel kun je de zin op de tekening schrijven/stempelen
  5. Hang de hilarische zinnen op. Welke is het grappigst?

Variant 4: Mix en koppel

  1. Geef een derde van de groep een blauw kaartje, een derde een groen kaartje en een derde een rood kaartje
  2. De muziek gaat aan en de kinderen lopen met hun kaartje in de hand door de klas
  3. Zodra de muziek stopt maken de kinderen groepjes van 3. Welke hilarische zin wordt er gevormd?
  4. Kies een aantal groepjes uit om de hilarische zin voor te lezen

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent