leestijd:

Een school heeft de volgende plannen:

  • In groep 1 en 2 gaan we werken aan een voorschotaanpak met betrekking tot beginnende geletterdheid.
  • Voor groep 3 hebben we een nieuwe methode voor aanvankelijk lezen ingevoerd en het gebruik gaan we optimaliseren.
  • We krijgen een teamtraining voor Voortgezet technisch lezen in groep 6 t/m 8.
  • Voor leesbevordering schaffen we meer AVI -boeken aan.
  • In groep 4 gaan we een nieuwe methode voor technisch lezen invoeren.

Deze verbeteringsonderwerpen van een denkbeeldige school, zijn terug te vinden in veel leesplannen van basisscholen. Die blijven vaak gevangen in de historisch gegroeide situatie van versnipperd leesonderwijs, mede veroorzaakt door niet op elkaar afgestemde leesmethoden. Hoe kun je in het kader van Beginnend lezen de leertijd, leerstof, toetsing, differentiatie en de didactiek op elkaar afstemmen?

Leesdeskundige Morow vat het evenwichtig beginnend lezen, als volgt samen: ‘Op basis van onderzoek naar beginnend lezen (emergent literacy) zijn de volgende zaken belangrijk. Het moet gaan om de ontwikkeling van vaardigheden van beginnend lezen, in de context van authentieke en betekenisvolle activiteiten in een door de leerkracht geleide setting. Onderzoek geeft ook aan, dat het gelijktijdig leren van luisteren, lezen, praten en schrijven op een betekenisvolle manier van groot belang is, door de integratie van taalgebruik bij spel en bij andere vakgebieden. Deze integratie kan plaats vinden door thematisch te werken, waardoor de betekenis en het doel van het leren lezen duidelijk zijn en er daardoor voor de kinderen een reden is om te leren luisteren, lezen, praten en schrijven. Goede jeugdliteratuur en het principe van Samen Lezen, behoren hierbij belangrijke bronnen te zijn’.


1 Eerst stroomlijnen

Maak eerst een indeling in Beginnend lezen in groep 1 t/m 4 en Voortgezet lezen in groep 5 t/m 8. Dat leidt tot overzichtelijkheid en vormt de start voor de afstemming van het leesonderwijs in de school. Duidelijk mag zijn, dat we geen van beide fasen voorzien van het adjectief “begrijpend” of “technisch”. Er spelen immers voortdurend factoren mee op het gebied van begrijpend luisteren, leesbevordering, woordenschat, strategieën en leestechniek.
Beginnend lezen is uiteindelijk gericht op het nauwkeurig, vlot, vloeiend en met letterlijk begrip lezen van verschillende tekstsoorten. Het loopt van groep 1 tot en met groep 4, wanneer 95% van de kinderen de beheersing van AVI 5/6 bereikt hebben.


2 Gezamenlijke verantwoordelijkheid en communicatie

De bedoelde samenhang dient te worden bewerkstelligd in een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leerkrachten van groep 1 t/m 4. Daartoe dient ons inziens de directie de communicatie tussen de leerkrachten te organiseren en te faciliteren met tijd en informatie, passend bij de methoden van de school.

Het gaat dus zeker niet alleen om een doorgaande lijn op papier, want papier is geduldig. Het komt vaak voor dat leerkrachten te weinig weet hebben van elkaars onderwijs. Weet de leerkracht van groep 4 bijvoorbeeld wat er aan Beginnend lezen in groep 1 en 2 gebeurt?
Is in groep 4 bekend hoe de differentiatie van het lezen in groep 3 plaatsvindt?


3 Afstemming van effectieve leertijd

Meer tijd om iets te leren is voor veel kinderen van grote invloed op de leerresultaten. Förrer en Leenders geven in een kwaliteitskaart voor de Taalpilots bijvoorbeeld aan, hoeveel tijd aan diverse taalonderdelen besteed zou moeten worden. Zoals bijvoorbeeld in een basismodel van 8 uur per week taalleesonderwijs in groep 3: 360 minuten voor aanvankelijk technisch lezen, 60 minuten voor andere taalonderdelen, 60 minuten voorlezen in samenhang met woordenschat en 60 minuten extra instructie en begeleide oefening voor risicoleerlingen. Er worden ook roosterindicaties voor taal- en leestijd gegeven, voor groep 1 en 2 en voor groep 4 t/m 8 (http://www.taalpilots.nl/).

Er moet daarbij trouwens worden ingezet op effectieve leertijd. Regelmatig gaat bij leren lezen groep 3 en 4 veel tijd op aan het “hengelen” naar antwoorden op vragen en het afmaken van werkbladen, in plaats van het daadwerkelijk lezen. Om nog maar te zwijgen van veel tijd vragende gedragsproblemen van veel leerlingen tijdens de les op veel basisscholen.

Richard Allington vond in Amerika dat in de minder effectieve leesles, de kinderen slechts vijftien tot twintig minuten echt lezen, van elk uur dat voor lezen op het rooster stond. Mede hierdoor kan het volgens hem voorkomen, dat bij goede leerkrachten de laagst presenterende leerlingen lezen op het niveau van de gemiddelde presteerders bij minder goede leerkrachten. Hij vond ook dat vanaf groep 3 een minimum van 90 minuten lezen per dag noodzakelijk is en dan gaat het om het daadwerkelijk lezen van kinderen; het maken van echte leestijd. Klassen waar dit in hoge mate gebeurde, bleken tot de succesvolle klassen te behoren.

Bespreek met elkaar hoe de leertijd van Beginnend lezen bewerkstelligd kan worden voor de vroegtijdige herkenning van leesproblemen. Hierdoor ontstaat er een langere periode om risicolezers aan het eind van groep 4 op AVI 4/5 te brengen. Dan kunnen ze lezen in de taalmethode, de methode voor begrijpend lezen en de zaakvakmethoden.


4 Afstemmen van leerstof

Bij Beginnend lezen kan gebruik gemaakt worden van de 10 “Tussendoelen beginnende geletterdheid”, maar daar zijn wel enkele kanttekeningen bij te plaatsen. Ze lopen slechts door tot en met groep 3, waarin het beginnend lezen nog niet is afgerond. Ze sluiten verder niet concentrisch aan op de “Tussendoelen gevorderde geletterdheid”. We missen een aantal tussendoelen met betrekking tot klankonderscheiding, woordenschat en de visuele herkenning van letters. Ze leggen te weinig accent op het klank- en letterbewustzijn.
Verder is het zo, dat de ontwikkeling van kinderen meer lijkt op het klauteren in een boom dan op het beklimmen van een ladder. Tussendoelen lijken te veel op een ladder. Het is niet voor niets dat het onderwijsdepartement van West-Australië in 1997 sprak van “Indicatoren van leesontwikkeling” en van “Sleutelindicatoren”. Deze zijn niet strikt lineair van aard.
Ook is nog de volgende complicatie aan de orde. In de programma’s en methoden van de scholen zijn leerlijnen te vinden die vaak niet passen bij externe tussendoelen, referentie – niveaus en dergelijke. Dat schiet dus niet op. Wel zouden “Indicatoren van Beginnend lezen” gebruikt kunnen worden. (in dit artikel niet opgenomen)
We illustreren de afstemming van de leerstof hierna, aan de hand van willekeurige methoden in een school, namelijk Schatkist, Veilig leren lezen en Tekstverwerken. De voorbeelden kunnen overgezet worden naar de eigen leermiddelen; het is ondoenlijk om met de talloze combinaties van methoden in scholen in dit artikel aanwijzingen te geven.

Meer accent op klankletteractiviteiten
In Schatkist bijvoorbeeld wordt gewerkt met de tien tussendoelen voor Beginnende geletterdheid, waaronder Taalbewustzijn en het Alfabetisch principe. In het kader van het Beginnend lezen zijn de laatste onderdelen zeer belangrijk. In Schatkist wordt te weinig aandacht besteed aan dit Taalbewustzijn en Alfabetisch principe; het is daarom belangrijk om binnen de brede Beginnende geletterdheid juist hierop een accent te leggen; het gaat immers om de belangrijkste voorspellers van succes in technisch lezen van kinderen in groep 3 en 4 en het werkt ook langer positief door.
De map “Fonemisch bewustzijn” (CPS) is uitgebreider en meer gestructureerd wat betreft speelse kleuteractiviteiten op bedoeld gebied, die ingepast kunnen worden in het thematische kleuterprogramma. Het begint al op eenvoudig niveau met klank- en letterbewustzijn in groep 1 en heeft ook een mogelijk lijstje om het niveau van klank- en letterbewustzijn van kinderen in groep 1 en 2 te volgen en door te geven aan de collega’s van groep 3.

Zet je de algemene doelen of onderdelen van Schatkist en de map Fonemisch bewustzijn naast elkaar, dan ontstaat het volgende beeld, ten behoeve van de afstemming van deze programma’s:

Taalbewustzijn en alfabetischprincipe in Schatkist De map Fonemisch bewustzijn
? Luisteren
Kinderen kunnen woorden en zinnen onderscheiden. Bewustzijn van zinnen en woorden
Ze kunnen onderscheid maken tussen vorm en betekenis van woorden. ?
Ze kunnen woorden in klankgroepen verdelen (kin-der-wa-gen). Bewustzijn van lettergrepen
Ze zijn in staat tot rijm: beginrijm en eindrijm. Rijmen
Ze kunnen fonemen als kleinste klankeenheden in woorden onderscheiden (p-e-n). Kinderen ontdekken dat woorden uit klanken zijn opgebouwd en dat letters met die klanken corresponderen. Sorteren van woorden op beginklank.
Synthetiseren van klanken in een woord.
Isoleren van klanken in een woord.
Een klank in een woord toevoegen, weglaten, vervangen.
Analyseren van klanken in een woord.
Ze kunnen door de foneem-grafeem-koppeling woorden die ze nog niet gezien hebben lezen en schrijven. Letters kunnen benoemen


De methode voor aanvankelijk lezen

Veel methoden voor aanvankelijk lezen veronderstellen een goed ontwikkeld fonemisch en alfabetisch bewustzijn in groep 3. Opvallend is daarbij, dat het leren lezen in bijvoorbeeld de nieuwste versie van Veilig leren, maar ook in andere methoden voor aanvankelijk lezen, in een hoog tempo verloopt. Hierdoor kunnen kinderen met een onvoldoende fonemisch en alfabetisch bewustzijn snel achterlopen. Aandacht hiervoor in groep 1 en 2 is daarom onmisbaar.

Daarom is het ook goed om aan het begin van groep 3 de eerste twee weken veel aandacht te besteden aan dit fonemisch en alfabetisch bewustzijn, bijvoorbeeld met activiteiten uit de map Fonemisch bewustzijn. De kleuterleidsters geven hierover informatie aan de leerkrachten van groep 3, zodat vanaf het begin van het schooljaar extra tijd wordt uitgetrokken voor de zwakkere lezers (dus niet pas ná de herfstsignalering). Onderwijsassistentie in de eerste helft van groep 3 is daarbij vaak onmisbaar. Ook is het goed om bij het gebruik van de methode voor aanvankelijk lezen bewust te zijn van de materialen die ook een beroep doen op het Fonemisch en alfabetisch bewustzijn, zoals bijvoorbeeld de structureerstroken.

De methode voor voortgezet technisch lezen
Tekstverwerken bijvoorbeeld, begint in groep 4 met de volgende leesproblemen:

Decoderen van letterclusters en spellingpatronen aai – ooi – oei – eeuw – ieuw – uw – ui
Decoderen van letterclusters en spellingpatronen bl – br – dr – fl -fr – gr – gl – kl
Voordracht leestekens: punt
Voordracht relatie voorlezen en inhoud: emotie
Decoderen van letterclusters en spellingpatronen kn – kw – kr – pl – pr – sn – sp – si
Decoderen van afleidingen en samenstellingen (taalbeschouwing) verkleinwoorden

Hoe sluit deze aandacht voor letters en letterclusters aan, bij de leerlijn van de methode voor aanvankelijk lezen? Welke kinderen hebben op basis van de gegevens van de leerlijn in groep 3 moeite met deze letters en letterclusters? Het blijkt bijvoorbeeld dat Veilig leren lezen en Tekstverwerken qua leerstof niet goed op elkaar aansluiten. Zou het remediërend materiaal Woordzetter van Veilig leren lezen in groep 4 voor zwakke lezers nog te gebruiken zijn? Hoe is dat met betrekking tot het remediërend materiaal van de eigen methode?

Vertel aan elkaar welke leerstof van Beginnend lezen in de eigen groep wordt aangeboden. Laat dat aan elkaar zien en bespreek hoe de afstemming tussen de methoden op dit gebied gerealiseerd kan worden. Waar zitten hiaten en hoe verbeteren we dat?


5 Toetsing

Indien je in groep 1-2 gestructureerd werkt met de kleuteractiviteiten van het fonemisch en alfabetisch bewustzijn, dan krijg je al snel een beeld welke kinderen daarvoor gevoelig zijn.
Dat begint al heel jong met een gevoeligheid voor rijmpjes en versjes. Je verzamelt dan ook gedurende de gehele kleuterperiode hierover “beelden van kinderen”, die in mei van het schooljaar kunnen worden overgedragen aan de leerkracht van groep 3. Daarbij zijn geen complexe en tijdrovende toetsen nodig. Het kan bijvoorbeeld ook met een “Inschatting van het niveau van beginnen lezen”, zoals dat is te vinden in “Klankletteractiviteiten met kleuters”. (bladzijde 31)

De recente versies van methode voor beginnend lezen in groep 3 en 4, bevatten vervolgens de juiste methodegebonden toetsen, op grond waarvan een gerichte herhaling of verrijking kan worden bepaald. Indien al vanaf groep 1 informatie over het beginnend lezen van kinderen is verzameld, dan kunnen de resultaten van deze toetsen beter geïnterpreteerd worden. Sally Shaywitz, een dyslexie-deskundige, merkte op dat al voordat kinderen met het echte lezen beginnen duidelijk moet zijn, dat ze problemen hebben met beginnend lezen. Vanaf het begin van groep 3 kunnen ze dan al extra aandacht krijgen en niet pas vanaf de herfstsignalering.

Vertel aan elkaar welke informatie over beginnend lezen wordt verzameld (niet alles) en hoe die op een haalbare wijze aan elkaar kan worden overgedragen. Hoe draagt dit bij aan vroegtijdige opsporing van en hulp voor risicolezers? Komt de herfstsignalering eigenlijk niet te laat?


6 Differentiatie

De methode voor aanvankelijk lezen
Bijvoorbeeld Veilig leren lezen, tweede maanversie, werkt met een differentiatie van “Maan-raket, Ster en Zon”, waarop de les- en kerndifferentiatie is gebaseerd. De methode veronderstelt een goed klankletterbewustzijn en heeft een hoog tempo. Tevens wil de laatste versie de kinderen, eerder dan bij vorige versies, echt laten lezen met gekende letters en dit meer en eerder automatiseren, zodat alle kinderen eind groep 3 minimaal AVI -2 beheersen.
Aandacht voor beginnend lezen in groep 1 en 2 en het hogere leertempo leiden tot een grotere behoefte aan differentiatie in groep 3 en 4. Daarvoor zijn onder andere differentiatie-materialen in methoden voor aanvankelijk lezen beschikbaar, zoals bijvoorbeeld de Ringboekjes en de boekjes Veilig & Vlot bij Veilig leren lezen. Maar hoe gaat de differentiatie verder in groep 4 en hoe spelen de collega’s van groep 1 en 2 erop in?

De methode voor voortgezet technisch lezen
Voor kinderen die veel leeshulp nodig hebben, bevat bijvoorbeeld de methode Tekst-verwerken materialen en aanwijzingen om de instructie- en leertijd te verlengen. Verder bevat iedere les ook een aanbod voor kinderen die meer aankunnen. Er is een programma voor goede, gemiddelde, én zwakke lezers. De vraagt komt dan op, hoe dat past bij het differentiatiesysteem van de leesmethode in groep 3, bijvoorbeeld bij de zon, maan-raket en ster – differentiatie in Veilig leren lezen?
Iedere week biedt Tekstverwerken twee lessen technisch lezen. De ene les is een instructieles, die volledig met materiaal in de methode is uitgewerkt. De tweede les is een les zelfstandig lezen. In een instructieles komen één of meer leesvaardigheden (zie uitklapper van de methodehandleiding) aan bod. De groepsinstructie staat centraal. Voor de zwakke leerlingen wordt deze groepsinstructie voorbereid tijdens een korte “voorinstructie” en uitgebreid met een “verlengde instructie”. Kinderen met lees¬problemen hebben namelijk geen andere instructie nodig, maar extra instructie. Kan de leerkracht in groep 3 de kinderen aan het eind van het schooljaar al voorbereiden op deze lesorganisatie?

Als je gebruik wilt maken van de leerlijn leesbevordering in Tekstverwerken, moet je daarvoor per week circa 30 minuten in het rooster inplannen. Ten slotte krijg je het advies om wekelijks enige tijd te reserveren voor voorlezen en/of vertellen. Met andere woorden past de aandacht voor leesbevordering in de methode voor voortgezet technisch lezen bij de leesbevordering in groep 1 t/m 3?

Bespreek met elkaar hoe het differentiatiesysteem van zwakke, gemiddelde en goede lezers van groep 3, zou kunnen aansluiten bij de differentiatie bij het voortgezet technisch lezen in groep 4 en bij de gedifferentieerde aandacht voor het fonemisch en alfabetisch bewustzijn in groep 1 en 2. Stem de differentiatie in de groepen 1 – 4 , met andere woorden, geleidelijk op elkaar af.

7 Didactiek

Bosman noemt, naast het belang van voldoende effectieve onderwijs- en leertijd, het belang van kwalitatief goed leesonderwijs. Ze noemt uitgangspunten voor goede leerkracht-vaardigheden voor bijvoorbeeld het aanvankelijk leesonderwijs in groep 3, die vooral hebben te maken met het toepassen van Directe Instructie: het laten zien van het concrete doel van de les. De herhaling van het reeds geleerde, waarna de nieuw te leren stof aan de orde komt. Dus elk nieuw onderwerp wordt eerst geïsoleerd geoefend en daarna wordt de nieuwe aan de oude kennis gekoppeld.

Daarbij dien je veel te laten zien, voor te doen, te verwoorden, begeleide oefening in de verlengde instructie te organiseren en gerichte feedback te geven op basis van de observaties of toetsen uit de methode.

Ze stelt verder dat het leren lezen en spellen op elkaar moeten worden afgestemd. In de klankzuivere periode dienen verder de klanken meteen geordend te worden in lange klanken, korte klanken, tweetekenklanken en medeklinkers, zodat kinderen hieraan een geheugensteun hebben; zoals dat bijvoorbeeld in de methode Leeshuis groep 3 al gebeurt. Bepaalde vaste oefeningen moeten in elke instructieles terugkomen, met elke dag een auditief dictee, waarbij kinderen uit hun hoofd woorden en zinnen opschrijven. Vanaf het begin in groep 3 oefenen de kinderen de schrijfwijze van elke letter, wordt gewerkt met een gebarenalfabet, hetgeen bijdraagt aan een multi – sensoriele aanpak van het aanvankelijk lezen.

Leg aan elkaar uit hoe je activiteiten van fonemisch en alfabetisch bewustzijn uitvoert in groep 1-2, hoe je een les aanvankelijk lezen in het eerste helft van groep 3 uitvoert en hoe een les voortgezet technisch lezen in groep 4 er uit ziet. Past dit bij elkaar? Bespreek hoe je dat op elkaar kunt afstemmen. Speels en thematisch leren lezen in alle groepen? Directe Instructie in alle groepen? Ontdekkend leren in alle groepen? Verlengde instructie? Een afwisseling van leerkrachtgebonden en leerkrachtvrije activiteiten? Verbeteren en belonen, hoe? Het zelfstandig werken?


Tot slot

Veel leesonderwijs in de basisschool staat los van elkaar. Voer daarom eerst een fasering in van Beginnend en aansluitend Voortgezet leesonderwijs. Stem vervolgens de effectieve leertijd, leerstof, toetsing, differentiatie en didactiek, zo veel als mogelijk op elkaar af; rekening houdend met de methoden van de eigen school. Dit dient onder verantwoordelijk-heid en onderlinge communicatie van de betreffende leerkrachten plaats te vinden, gefaciliteerd in tijd en met informatie op maat.

Paul Filipiak

Bronnen

  • Effectief leesonderwijs nader bekeken; PO- raad, projectbureau Kwaliteit; K.Vernooy, Förrer, Leenders; 2008-10-06
  • Special basisvaardigheden; Didactief, oktober 2008.
  • Zo leer je kinderen lezen en spellen; Tijdschrift voor orthopedagogiek, 46 (2007) 451-465. Bosman, A.M.T.
  • Snel en traag leren lezen; JSW, maart 2007. P.Filipiak.
  • De methoden Schatkist (Zwijsen); Veilig leren lezen (Zwijsen) , Beginnend lezen groep 1-2; Leeshuis (Noordhoff), Tekstverwerken (Noordhoff), de Map Fonemisch bewustzijn (CPS) en Klankletteractiviteiten met kleuters (Onderwijs maak je samen)

Gerelateerde artikelen

po
19/04 in actueel

Alle (lees)tips op een rij

po
12/04 in actueel

Alle (lees)tips op een rij

po
28/01 in actueel

Boekie in picto’s

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.