leestijd:

Hoeveel ontwikkelingsmaterialen staan er in jouw kleutergroep in de kast? Worden ze vaak door de kinderen gekozen of worden ze alleen gebruikt als ‘moetwerkje’? In dit artikel besteden we aandacht aan ontwikkelingsmaterialen waarbij de telmaterialen op veel manieren in te zetten zijn. Binnen deze materialen staan vaak de onderdelen: resultatief tellen en symboolherkenning centraal. Jammer, zeker als je weet dat er zoveel meer rekeninhouden zijn die bij het domein Getalbegrip horen zoals :omgaan met de telrij, omgaan met hoeveelheden, omgaan met getallen) zie ook: ‘Jonge kind: doelen rekenontwikkeling’ Om een goed rekenaanbod te kunnen geven, moet je bij deze ontwikkelingsmaterialen vaak zelf nog materialen toevoegen. Daarbij kun je denken aan wereldspelmateriaal, fiches, dobbelstenen, vingerbeelden, papier en schrijfgerei. Door het gebruik van deze materialen zorg je ervoor dat je de mogelijkheden voor de verschillende niveaus kunt benutten. Als kinderen vanuit zichzelf niet zo vlug de telmaterialen pakken, kijk dan of je ze in kunt zetten bij betekenisvolle activiteiten voor het kind. Je kunt dan denken aan de bouw- of speel/ themahoek of gebruik de materialen tijdens coöperatieve werkvormen. Voorbeelden:

  • Kijk wat kinderen zelf met de telmaterialen doen. In welke fase van de telontwikkeling bevinden ze zich? Kun je de activiteit koppelen aan hun belangstelling en interessegebied?
  • Bouwtafel/hoek: vraag de kinderen hoeveel blokken ze hebben gebruikt bij het bouwen van de onderste laag. Zo weet een ander hoe het moet om hetzelfde bouwwerk te kunnen maken. Hoe kun je dat noteren? (blokjes tekenen, aanduiden met fiches, aantallen turven of weergeven met stippenstructuren of met het getal)
  • Als je met kinderen wilt werken aan het herkennen van cijfersymbolen, dan kun je getalkaartjes ondersteboven op een stapel neerleggen. Speel een gezelschapsspel door om de beurt een getalkaartje om te draaien. Het aantal wat op het kaartje staat, is het aantal plaatsen wat je vooruit mag. De stapel kaartjes vervangt hiermee de dobbelsteen.
  • Laat grotere hoeveelheden van blokjes, knikkers fiches etc. schatten, tellen, in groepjes verdelen etc. Hoe pakken ze dit aan? Vraag waarom ze het zo doen?
  • Kijk eens of je naar aanleiding van je prentenboek de telmaterialen een functie kunt geven bij de verteltafel.
  • Koppel aantallen aan het buitenspelmateriaal. Hoever kun je in de zandbak springen ? Hoe hoog is het klimrek, de rand van de zandbak en het hek? Hoeveel keer kun je touwtje springen? Hoe noteren we het aantal sprongen? Wie schrijft het op?
  • Tweetal: Leg een stapel (stippen / getal)kaartjes op elkaar. De afspraak is: degene die het hoogste aantal op zijn kaartje heeft, krijgt de twee kaartjes. Zijn de kaartjes op? Wie heeft de meeste kaartjes? Hoe kun je dat te weten komen? Hoe onthoud je dat, wanneer je nog meer spelletjes speelt?
  • Ieder heeft een torentje van 10 onderdelen. Laat om de beurt de dobbelsteen of een van de stapel afgenomen kaartje (stippen, cijfers, vingerbeelden, getallen of gecombineerd) het aantal bepalen hoeveel onderdelen er van de toren afgenomen mogen worden. De kinderen tellen dan terug vanaf 10.
  • Rekenverhaaltjes maken: Dit werkt goed met de onderdelen van wereldspelmateriaal. Speel samen met de kinderen een klein verhaaltje na. Daarna mogen ze het verhaal zelf gaan naspelen en noteren. Kunnen ze ook zelf een klein rekenverhaaltje maken en naspelen?
  • De kinderen kunnen van een ongeordende stippenkaartje zelf een geordend stippenkaartje tekenen . Hoeveel verschillende kaartjes kun je van één hoeveelheid maken?
  • Kinderen die al verder zijn, kunnen in een groepje uitgedaagd worden door een voorspelling te doen zoals: pak een stapeltje van 3 kaartjes ( stippen, cijfers, vingerbeelden, getallen of gecombineerd) Wat schat je? Wat is het totale aantal dat op deze drie kaartjes samen staat? Hoe tel je die? Wie is het dichtste bij de schatting?
  • Tweetal: neem twee dezelfde setjes kaarten ( stippen, cijfers, vingerbeelden, getallen of gecombineerd). De kinderen zitten achter elkaar, het voorste kind heeft de kaartjes voor zich liggen, het achterste kind pakt een kaartje van het stapeltje. Het aantal wat op het kaartje staat wordt weergegeven door hetzelfde aantal zachtjes op de rug of arm te tikken. Het voorste kind pakt het kaartje van bijbehorend aantal en laat dat zien. Zijn ze hetzelfde, dan komen die op een nieuw stapeltje. Is het niet goed dan wordt het kaartje weer teruggelegd. Variatie: Het getal kan ook op de rug getekend worden.
  • Mix & koppel. Deel de kaartjes (stippen geordend, stippen ongeordend, getallen, vingerbeelden of alle kaartjes door elkaar) uit aan de kinderen; laat ze door elkaar lopen, op jouw teken zoeken de kinderen met dezelfde hoeveelheid op het kaartje elkaar op.
  • Verdeel de kaartjes onder de kinderen trek een streep op de grond. Waar moet je ongeveer gaan staan op de getallenlijn als je naar je kaartje kijkt. Laat zien waar je begint met 0. Laat kinderen uitleggen waarom ze met hun getalkaartje daar gaan staan.

Ontelbare mogelijkheden met je telmaterialen…! Geef ze dus meer inhoud en laat ze niet alleen gebruiken als herhaling van wat kinderen al kennen en kunnen. Er liggen nog meer mogelijkheden om deze telmaterialen ook in te zetten bij de rekeninhouden van meten en meetkunde. Kunnen de kinderen op je rekenen?

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent