leestijd:

Wereld in getallen; en nu?Veel scholen gebruiken de nieuwe uitgave van de rekenmethode Wereld in Getallen. Wanneer wij leerkrachten die met deze methode werken spreken, krijgen wij regelmatig dezelfde vragen en horen we vergelijkbare knelpunten. Deze hebben we verzameld en omgezet in tien tips, zodat iedereen die met Wereld in Getallen werkt er hun voordeel mee mag doen. Wanneer je werkt met een andere rekenmethode kun je ook vast een aantal tips gebruiken.

Tip 1: Opgave 1 aanpassen op het juiste niveau

Opgave 1 is bedoeld als start voor je rekenles en een moment van zelfstandig oefenen voor de kinderen. We merken dat er problemen zijn met de juiste afstemming op het niveau van de groep. Hierdoor kost deze opgave meer instructie en verwerkingstijd dan bedoeld.

Tip: kijk of de opgave inhoudelijk een activatie van voorkennis is voor opgave 2 of echt een inoefening is die de kinderen in de groep nodig hebben. Gebruik, als dit niet zo is, andere inhouden, Gebruik een werkvorm (bijvoorbeeld uit coöperatief leren) om de interactie te vergroten, de tijd effectiever te gebruiken en eventuele niveauverschillen te overbruggen. Incidenteel een sommendictee voor automatiseren is ook een mogelijkheid. Ga niet alles weer opnieuw bespreken met de kinderen, maar neem wel waar welke kinderen nog veel moeite hebben met deze opgaven en bedenk wanneer je hierop een (her)instructie gaat geven. Deze instructie en inoefening is op vrijdag (de zelf invulbare les) mogelijk.

Tip 2: het Bijwerkboek

Wereld in Getallen differentieert in het oefenen op niveau na de klassikale les (opgave 2). Voor de zwakkere rekenaars is hiervoor het Bijwerkboek gecreëerd. Dat werkt prima, maar we horen dat leerkrachten vinden dat het Bijwerkboek soms een grote stap terugzet en dat er een groot verschil is tussen het niveau van de klassikale opgave 2 en het niveau van het Bijwerkboek. Halverwege groep 5 koerst het Bijwerkboek af op F1 niveau.

Tip: bekijk vooraf wat de inhoud is van het Bijwerkboek en bepaal of je de verlengde instructie (die je toch wilde geven) met de inhoud van het Bijwerkboek of met opgave 3 uit het rekenboek. Denk hierbij ook aan het effectief inzetten van concrete materialen. De zelfstandig te maken opgaven zouden de kinderen dan wel uit het Bijwerkboek kunnen maken (wanneer je bepaald hebt dat hier behoefte aan is).

Tip 3: kinderen op 1 Ster

We merken dat veel leerkrachten direct in drie instructieniveaus werken en een deel van de groep vrij snel 1-ster-opdrachten laat maken.

Tip: het blijft ook hier heel belangrijk hoge verwachtingen te hebben van leerlingen. Zet kinderen niet te snel op alleen het maken van 1 ster-opdrachten; uiteindelijk werken deze toe naar 1F-niveau en niet naar 1S-niveau. Kijk steeds goed of kinderen bij bepaalde doelen gewoon de 2 ster-lijn kunnen volgen (werkt wel toe naar 1S).

Tip 4: Doelgerichte instructie

Overal kom je doelgerichtheid tegen; in het DI-model, het Zes Fasen model, in de groepsplannen. Ook Wereld in Getallen werkt met doelen, maar deze hebben veelal een link met de activiteiten en zijn soms onvoldoende herkenbaar voor de leerlingen. Wereld in Getallen geeft het instructiedoel aan (opgave 2). De weektaak werkt aan de oefendoelen.

Tip: zoek een goed moment in de les waarop je stevig het doel behandelt. Wat gaan we vandaag leren? Waarom leren we dit? Waar heeft dit mee te maken en wat kunnen we hierdoor beter? We weten inmiddels dat het effect van feedback enorm groot is en eigenlijk niet gemist kan worden; ruim aan het eind van de les echt tijd in om met de kinderen terug te blikken op het behalen van de instructiedoelen. Ga niet de opgaven gezamenlijk nakijken; ‘alle opgaven afhebben’ is nooit een doel en nakijken moeten de kinderen echt zelf doen. Blik ook een keer per week terug op de oefendoelen van de weektaak.

Tip 5: Blokvoorbereiding

Vrijwel alle scholen werken met groepsplannen voor rekenen. Veel leerkrachten hebben heel scherp wat de onderwijsbehoeftes zijn van de leerlingen, wat de resultaten waren (en moeten zijn) en aan welke doelen ze gaan werken. Vervolgens blijkt het soms toch een hele stap te zijn om met de ingrediënten van je groepsplan op een eenvoudige wijze een goede rekenles te geven.

Tip: bereid met elkaar een blok voor. Gebruik je groepsplan, de doelen van het blok, de toets en de tips voor observatie om met elkaar te kijken naar het blok. Aan welke doelen werken we? Van welke leerlijnen maken deze deel uit? Hoe plan ik mijn instructies ?(in combinatiegroepen nog belangrijker). Hoe ziet mijn verlengde instructie eruit? Wat gaan de sterkere rekenaars doen? Hoe plan ik dat allemaal in de week? Welke extra groepsinstructie gaan we geven op de “vrije vrijdag” en wat doen we op deze dag met de rest van de groep?
Wanneer je dit met elkaar doet, in je bouw, met je duopartner of in een parallel, zul je zien dat je veel van elkaar kunt leren, maar ook dat je spreekt met elkaar over het versterken van de kwaliteit van het rekenonderwijs.

Tip 6: de betere rekenaar

Wereld in Getallen laat de kinderen op verschillende niveaus oefenen. Voor de betere rekenaars zijn er de drie-sterren-opgaven en is er het Plus-werkboek. Daarnaast heeft de methode een compactingsoverzicht gemaakt. We horen echter op verschillende scholen dat dit voor de echt goede rekenaar te weinig wel-uitdagend en te veel niet-uitdagend is.

Tip: Gebruik de compactingslijn voor Wereld in Getallen van Onderwijs Maak Je Samen en voeg systematisch andere materialen toe of bekijk of je de opgaven die in de methode staan voor de betere rekenaars moeilijker kunt maken. Met name de startopgave is voor deze leerlingen snel aan te passen door een open vraag te stellen. Automatiseren en memoriseren hebben ook deze leerlingen nodig, maar wel op een voor hen uitdagende manier. (zie tip 1) Denk ook na op een moment van feedback voor de verrijkingsopdrachten, de “vrije vrijdag” is daarvoor een geschikte dag.

Tip 7: Na de toets

De toets wordt door veel leerkrachten gebruikt als belangrijk ingrediënt voor het rapportpunt van de kinderen. Op zich is dat prima; Wereld in Getallen helpt zelfs de normering om te zetten naar een waardering. De toets heeft echter een belangrijke waarde in je diagnostische cyclus; je hebt doelen gesteld aan het begin van het blok en aan het eind meet je de voortgang van de kinderen op die doelen.

Tip: gebruik de toets vooral om te bepalen of kinderen voldoende voortgang maken op de doelen uit het voorgaande blok. Gebruik wanneer dat niet zo is de laatste week om de kinderen (alsnog) op het niveau van de doelen te krijgen. Dat kan soms doordat de kinderen nog wat opgaven (samen) oefenen, maar regelmatig is hiervoor een goede analyse en effectieve (soms individuele) instructie nodig. Neem hiervoor ruim de tijd en plan die tijd ook in je agenda. Richt je in eerste instantie op de minimumtoets, deze leerstof komt niet meer terug. Bekijk daarna de basistoets, deze leerstof komt terug in de weektaak. Welke leerlingen hebben nog instructie nodig bij de weektaak?

Tip 8: Meten tijd en geld

Elke week is er een les gepland rondom de leerlijnen meten, tijd en geld. Leerkrachten geven aan dat deze les toch wel erg anders verloopt dan de overige lessen en ook meer tijd kost (houd in combinatiegroepen hier ook vooral rekening mee). Wat we ook terug horen is dat sommige onderdelen even aan de orde komen in deze les en verder niet meer geoefend worden (met lage resultaten tot gevolg op de toets).

Tip: het oefenen van deze leerlijnen gebeurt in de weektaak. Bepaal dus van tevoren goed waar de oefenopgaven staan en welke in ieder geval in de groep aan de orde moeten komen. Grote voordeel is dan ook dat je bij de kinderen die moeite hebben met opgaven met betrekking tot deze leerlijnen (denk bijvoorbeeld aan de klok) ook extra instructies kunt inplannen tijdens het werken aan de weektaak of de “vrije vrijdag”.

Tip 9: Duo partner

Veel leerkrachten hebben een duopartner. Omdat elke leerlijn op een bepaalde dag in de week geprogrammeerd staat, kan dat opleveren dat je over een aantal van de inhouden onvoldoende zicht hebt op de ontwikkeling van de leerlingen. Het oefenen van de verschillende inhouden loopt echter over de hele week door.

Tip: overleg met je duopartner goed wat de verschillende onderwijsbehoeftes zijn van de leerlingen (wat hebben de leerlingen van jullie nodig om de doelen te behalen) en bekijk welke activiteiten, opgaven en instructies hiervoor nodig zijn. Het is nog fijner en effectiever wanneer je dat vooraf met elkaar doet (zie tip 5)

Tip 10: Software

Zoals gezegd oefenen de kinderen het geleerde tijdens het werken aan de weektaak. Leerkrachten geven echter aan dat niet alle kinderen aan de hele weektaak toekomen waardoor ze mogelijk onvoldoende zelfstandig oefenen.

Tip: laat kinderen die behoefte hebben aan het verder oefenen dit doen op de computer en dan het liefst op momenten van zelfstandig werken. Let op: wanneer kinderen onvoldoende in staat zijn een opgaven op te lossen, leidt oefenen niet tot betere resultaten, dan is een (her)instructie van de leerkracht nodig. Voor leerlingen die extra oefening nodig hebben op een bepaalde leerlijn is het mogelijk om hun computerprogramma in te stellen op die leerlijn.

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.