leestijd:

Dit artikel komt uit OMJS magazine – editie 2.

Tekst: Floortje Dekkers

Als bestuur, als schoolleiding en als leraar ben je constant bezig met de ontwikkeling van onderwijskwaliteit. Maar hoe maak je inzichtelijk wát je waarom doet, hoe bekijk je objectief de ontwikkelslagen die je maakt en hoe plaats je deze in een breder perspectief? Een audit of collegiale visitatie is hiervoor een uitstekend middel, mits deze aan een aantal voorwaarden voldoet.

Martine Creemers, adviseur bij Onderwijs Maak Je Samen en Hank Beermann, mede-eigenaar van Maatschap Onderwijs en kerndocent bij Onderwijs Maak Je Samen verzorgen een visitatietraining vanuit de PO-raad. Zij weten uit ervaring dat collegiale visitaties uitstekend werken, als ze tenminste onderdeel uitmaken van een groter, integraal kwaliteitsdenken. “Visitaties moeten bij voorkeur in vaste cycli plaatsvinden, met een constant gehanteerde systematiek, leggen zij uit. De kracht zit in de herhaling. Daarnaast is de samenstelling belangrijk van de commissie die de visitaties uitvoert. Je kunt als collega’s bij elkaar in de klas gaan kijken, maar dan loop je het risico op het ontstaan van blinde vlekken in je eigen organisatie. Beter is het om mensen van buiten te vragen, die bereid zijn om door de bril van de gevisiteerde school de praktijk te bekijken. Zónder dat ze daarbij een waardeoordeel vellen. Het gaat om feitelijke waarnemingen in concreet gedrag, waarmee de school als het ware een spiegel krijgt voorgehouden. Het visitatiecontact moet een open karakter hebben en op dialoog gericht zijn, zodat het bevindingen oplevert die de school positief stimuleren om zich verder te ontwikkelen.”

“Audits helpen ons veel gerichter ontwikkelen en onze beroepsstandaard op peil houden.”

Bij Stichting Openbaar Primair Onderwijs (SPO) in Utrecht, het bestuur van 37 openbare basisscholen, hebben ze sinds een aantal jaren audits toegevoegd als middel in kwaliteitszorg. De directeuren van de stichting waren al opgeleid om in teams van zes bij elkaar audits uit te voeren. Dat levert op meerdere fronten bruikbare kennis en ervaring op: niet alleen voor de school die wordt geaudit, maar ook voor de auditerende directeuren, die andere, nieuwe inzichten mee terugnemen voor hun eigen school. Bovendien leer je als auditor zelf nieuwe vaardigheden: hoe stel je vragen, hoe koppel je waarnemingen professioneel terug?

“Het gaat om mensen die graag met elkaar verder willen leren. Er is absoluut geen sprake van een soort interne inspectie”, verduidelijkt Saskia de Jong, adviseur onderwijskwaliteit bij SPO. “Ons auditconcept zijn we inmiddels verder aan het ontwikkelen. We zijn bezig om ook andere expertise toe te voegen aan de teams; denk aan intern begeleiders en andere specialisten die ambulante tijd beschikbaar hebben. [In het kader van het lerarentekort wil de stichting liever zo min mogelijk mensen voor de klas weghalen, red.] We werken toe naar een systeem waarin er eens in de vier jaar op iedere school een geplande audit is, die liefst ook nog past bij de ontwikkelfase van de betreffende school. Daarbij willen we de samenstelling van de groep die de audit doet, zoveel mogelijk toespitsen op de vraag van de school die wordt bezocht en op het onderliggende, bestuursbrede referentiekader. Dat is een grote organisatorische uitdaging, maar die gaan we zeer zeker aan. Want we merken dat we een krachtig middel in handen hebben om de onderwijskwaliteit te verhogen.”

Kennis zit immers niet (alleen) in mensen, maar vooral ook tussen mensen.

Doen we het wel goed?

Bij Stichting SKOPOS, het bestuur van zeven basisscholen in het Brabantse Schijndel, is gekozen om eens in de drie jaar een externe audit te laten doen. Directeur-bestuurder Marcel van den Hoven ziet dit als een waardevolle t

hermometer die in zijn organisatie wordt gestoken. Hij gebruikt de uitkomsten als richtinggevend voor het bepalen van het beleid. Hij onderschrijft de mening van Martine en Hank over de externe blik door een objectieve bril: “Collega’s die elkaar onderling evalueren, geeft toch een gekleurder beeld, lijkt mij. De uitkomsten van de externe audit geven mij een inventarisatie van waar binnen onze stichting verbeteringen kunnen of moeten plaatsvinden en geven mij inzicht in de aard van die verbeteringen. We kunnen wel nieuwe methodes willen aanschaffen om de prestaties van de scholen te verbeteren, maar misschien moet de focus veel meer liggen op investeren in de professionaliteit van de leerkrachten. De investering die auditen ons kost, is deze meer dan waard, want audits helpen ons veel gerichter ontwikkelen en onze beroepsstandaard op peil houden. Ik vraag me weleens af hoeveel waarde de inspectie hecht aan auditeren. Doen we op het gebied van kwaliteitszorg de goede dingen?” Bij navraag blijkt dat de inspectie zeker waarde hecht aan audits en visitaties. De ene audit of visitatie is de andere niet, maar omdat het vaak gaat om een observatie van de directe onderwijspraktijk, kan de inspectie deze eigen initiatieven van scholen en besturen alleen maar toejuichen. Zowel extern als intern (de intern begeleider die klassenbezoeken binnen school doet bijvoorbeeld).

De inspectie kan de eigen initiatieven van scholen en besturen alleen maar toejuichen.

Of de inspectie iets met de uitkomsten doet en zo ja, wat dan, hangt af van de aard van het gedane onderzoek. Herman Franssen is onderwijsinspecteur. “Audits en visitaties zijn een uitstekende manier om de onderwijskwaliteit in beeld te brengen en vervolgens te werken aan verbeterpunten. De resultaten van audits zijn primair voor de school zelf van belang, maar we nemen ze serieus en willen er ook graag gebruik van maken. Dat gaat het beste als de audit zich niet op één onderwerp richt (bijvoorbeeld leerlingenzorg), maar op alle relevante aspecten van het onderwijs, zoals het curriculum en het pedagogischdidactisch handelen. Van belang daarbij is het referentiekader van waaruit de audit of visitatie plaatsvindt. De visie van de de audit kijkt naar vakgebieden waarvoor geen toetsresultaten beschikbaar zijn (denk aan mondelinge communicatie of kunstzinnige vorming). Als inspecteur bespreek ik hoe de audit is uitgevoerd. Soms moeten we voor ons onderzoek dieper op de materie ingaan, maar het komt zeker ook voor dat we ons kunnen beperken tot het verifi ëren van de uitkomsten van de audit en zelf geen uitgebreid onderzoek doen. Een goede auditsystematiek vormt in de ogen van de inspectie een belangrijk onderdeel van de kwaliteitszorg van schoolbesturen. In de regio waar ik werk, Zuidoost-Nederland, zie ik de uitvoering van gedegen audits in een stroomversnelling raken.”

Met vier benen in de praktijk

Suzanne Jägers is directeur van basisscholen De Heijcant en ’t Talent en Marja Schippers is adjunct-directeur van De Regenboog. Deze drie scholen liggen in het Brabantse Schijndel en zijn onderdeel van SKOPOS. Zoals directeur-bestuurder Van den Hoven aangaf, is er iedere drie jaar een externe audit. Maar daarnaast zetten de scholen individueel ook auditmiddelen in als kwaliteitsinstrument. Marja bijvoorbeeld geeft aan dat bij haar op school de externe audit gebruikt wordt om te verifiëren of gemaakte afspraken te herkennen zijn in de praktijk, als het gaat om beleidsonderwerpen als ‘Weer samen naar school’ of de schoolplannen. Intern kiezen collega’s samen met een regiegroep jaarlijks één onderwerp dat uit- en doorgelicht wordt, bijvoorbeeld het taal- of rekenaanbod. Gebeurt dat volgens de afgesproken stappen? En zo niet, waarom niet?

Kunnen we daarvan leren? Willen we op basis daarvan nieuwe, betere afspraken maken? Volgens Marja is er, zeker vanuit de interne audits, snel feedback mogelijk en vinden collega’s dat erg prettig. Leerkrachten gaan vaak op hun eigen manier al meteen met geformuleerde verbeterpunten aan de slag en overleggen later weer over hun bevindingen. Vervolgens leren ze weer van elkaars inzichten en zo blijft iedereen scherp op de kwaliteit. Suzanne Jägers is als directeur, samen met Joyce van den Boogaard van OMJS, in alle groepen van De Heijcant op klassenbezoek geweest. In een ruime week legde ze de bezoeken af en voerde ze nagesprekken over pedagogisch-didactisch handelen. Soms volgde er daarna nog een klassenbezoek.

“Een goede auditsystematiek vormt in de ogen van de inspectie een belangrijk onderdeel van de kwaliteitszorg van schoolbesturen.”

“Ik wil weten hoe het met mijn mensen gaat, hoe ik hen kan helpen in een flow te komen, want dan werken mensen het beste. Wie heeft daarvoor wat nodig? Ik heb wel een voorbeeld van een mooi traject dat via klassenbezoeken en gesprekken is geïnitieerd. We wilden de betrokkenheid van kinderen vergroten en hun meer eigenaarschap geven. De manier waarop we dat wilden doen, bleek thematisch werken. Concreet kwam daar bijvoorbeeld voor groep 7 een geweldig project uit waarin leerlingen in tweetallen een duurzaam voedingsproduct ontwikkelden. Allerlei vaardigheden werden aangesproken, ze deden kennis op over duurzaamheid, leerden verpakkingen ontwerpen en presenteren. Het project leverde bijvoorbeeld hutspotkroketjes en smoothies in een meeneempakket op. Als school ervaren we zo heel concreet hoe uitkomsten van klassenvisitaties uiteindelijk in de praktijk leiden tot een betere kwaliteit van ons onderwijs.

COLLEGIALE VISITATIE OF AUDIT?

De begrippen ‘audit’ en ‘collegiale visitatie’ worden nogal eens door elkaar gebruikt; wat op sommige scholen wordt bestempeld als audit, is in feite een collegiale visitatie. Bij collegiale visitatie gaat het zowel om leren als om waarderen om te kunnen ontwikkelen en verbeteren. Leren met en van elkaar staat centraal en het doen is hierbij tevens het leren. Kennis zit immers niet (alleen) in mensen, maar vooral ook tussen mensen. Een audit heeft een meer controlerende functie. Het is een onderzoek dat, met een systematische en gedisciplineerde aanpak, wordt uitgevoerd naar het goed en betrouwbaar functioneren van de school als organisatie.

Gerelateerde artikelen

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.