leestijd:

Hoe geef je formatieve evaluatie vorm in je les?

Veel van de toetsen die nu worden gedaan in het voortgezet onderwijs zijn summatief van aard: leerlingen krijgen een cijfer of een beoordeling, maar er is geen vervolg op. Het is een slagboom en we leren er niet per se iets van. Dit voelt voor steeds meer docenten niet goed: moeten we niet juist bijsturen in het leerproces van de leerlingen om hen de leerdoelen te laten behalen? Om deze reden staat formatieve evaluatie sterk in de belangstelling: leerlingen feedback geven op hun leerproces en stoppen met de overvloed aan cijfers. Maar hoe geef je formatieve evaluatie concreet vorm in je lesactiviteiten? Er liggen veel mogelijkheden in het aanbieden van werkvormen met formatieve mogelijkheden die de docent inzicht geven in het leerproces van de leerling. Door het planmatig en functioneel toepassen van dergelijke werkvormen wordt het uitvoeren van de formatieve evaluatie een belangrijk onderdeel van de dagelijkse routines en kan een voortdurende lijn ontstaan.

Bij iedere onderwijsontwikkeling is het van belang om binnen je docententeam dezelfde taal te spreken en dezelfde beelden te hebben over het nieuwe onderwijs. Op zoek naar die taal en beelden beantwoord je de volgende vragen uit de gouden cirkel:

Waarom, hoe en wat?Waarom willen we ons onderwijs ontwikkelen? Welk doel hebben we voor ogen?
Hoe willen we het onderwijs dan veranderen? Welke inzichten gaan we toepassen? Door wie worden we geïnspireerd?
Wat gaan we anders doen in het onderwijs? Welke lesactiviteiten gaan we op welke wijze aanbieden?

Het doel dat je met elkaar voor ogen hebt, moet voor iedereen duidelijk en hetzelfde zijn: waarom willen we eigenlijk formatieve informatie verzamelen? Als je met je team aan de slag gaat met formatieve evaluatie kan direct een discussie over de woorden ontstaan, omdat er in de literatuur al veel verschillende termen gebruikt worden. Daarbij heeft elke term ook zijn eigen lading. Welke terminologie willen de teamleden gaan gebruiken: formatief assessment, formatief toetsen, formatieve evaluatie of nog een andere term? Welke woorden kiezen we en wat betekent dat voor onze aanpak?

In de Engelstalige literatuur wordt meestal de term formative assessment gebruikt, onder anderen door Dylan Wiliam. Zijn model dat uitgaat van vijf strategieën binnen formatief assessment wordt inmiddels steeds meer toegepast (Dylan Wiliam, 2011).

formatieve-evaluatie-schema

Het model is gebaseerd op de inzichten over effectieve feedback (Hattie en Timperley, 2007) met feed up, feedback en feed forward.

Feed up: wat zijn de leerdoelen voor de leerling?
Feedback: waar is de leerling nu, op weg naar het leerdoel?
Feed forward: wat heeft de leerling nog te leren om het gestelde doel te behalen?

Bovenstaande geeft een antwoord op de waarom-vraag van formatieve evaluatie: de leerling krijgt van de docent die feedback en feed forward die het leerproces verdiept en vooruit helpt.

Naast het model van de vijf strategieën van formatief assessment, heeft Wiliam ook nog een heel eenvoudige boodschap: zorg dat je zo vaak als mogelijk inzicht krijgt in het leerproces van de leerling. Dat inzicht geeft de docent namelijk de gelegenheid om geplande lesactiviteiten waar nodig bij te stellen om op die manier de kans te vergroten dat de leerling het einddoel behaalt. Ook dit is een antwoord op de waarom-vraag van formatieve evaluatie: de kwaliteit van de lesactiviteiten kan stijgen doordat deze beter zijn afgestemd op het leerproces van de leerlingen.

Hiermee bereiken we ook een derde antwoord op de vraag waarom we formatieve evaluatie zouden toepassen: de informatie uit de formatieve evaluatie geeft de docent de kennis die nodig is om op de juiste manier te kunnen differentiëren: wie heeft behoefte aan verdieping en wie aan extra instructie? Welke leerlingen kunnen beter gebruik gaan maken van een andere leerstrategie om hun einddoelen te bereiken?

Kijkend naar het model van de vijf strategieën van Wiliam ligt de focus dan op de tweede kolom van feedback geven. Het vraagt veel tijd en inspanning van de docenten om iedere leerling voortdurend van de juiste, inhoudelijke feedback te voorzien (strategie 2). Strategie 5 stelt dat leerlingen zo ver zijn dat zij hun eigen leerproces kunnen reguleren en dat zij kunnen reflecteren op hun eigen werk. Ontwikkelkansen liggen vooral in strategie 4: laat leerlingen feedback leveren op het leerproces van de medeleerlingen en laat hen met elkaar vaststellen wat zij nog te leren hebben op weg naar de gestelde leerdoelen. In de praktijk betekent dit dat leerlingen meer aan de slag zullen gaan in coöperatieve werkvormen. Dat maakt het dan goed mogelijk om elkaar de juiste feedback te geven. Voor de docent is dit een proces van verandering. Enerzijds moet de docent de leeromgeving zo inrichten dat groepen met elkaar kunnen leren. Tijdens het leren in de groepsactiviteiten verandert ook de rol van de docent: als observator krijgt de docent inzichten in de leerprocessen van de leerlingen.

Assessments

Leren van en met elkaar in zo kort mogelijke cycli is dus de boodschap die Wiliam voor ons heeft. Carol Ann Tomlinson geeft in haar boek ‘The differentiated Classroom’ (2015) vele inzichten over differentiatie. In haar model zijn assessments een voorwaarde om goed te kunnen differentiëren in het onderwijs. Tomlinson maakt een extra onderverdeling in typen assessments. Zij beschrijft drie soorten assessments:

Pre assessment
Werkvormen die inzicht geven in de (voor)kennis van de leerlingen om zo het meest passende lesprogramma op te stellen met passende leerdoelen;

Formatief assessment
Werkvormen die inzicht geven in het leerproces van de leerlingen om geplande lesactiviteiten waar nodig bij te stellen om de kans te vergroten dat de leerling de leerdoelen behaalt;

Summatief assessment
Het toetsen of de leerling daadwerkelijk de leerdoelen heeft behaald.

Tomlinson is duidelijk in haar voorbeelden: assessments zijn vooral praktische werkvormen in de les die de docent inzicht geven in het begrip en het leerproces van de leerlingen. Een pre assessment kan een diagnostische toets zijn, maar ook een woordweb van een leerling. De docent kan de voorkennis ook testen door klassikaal vragen te stellen waar leerlingen slechts met een ja/nee kaart op mogen antwoorden.

Het formatieve assessment wordt door Tomlinson ook wel het ‘ongoing assessment’ genoemd, omdat het meten voortdurend tijdens het leren plaatsvindt. Mogelijke werkvormen hiervoor zijn het categoriseren van de leerstof in een grafisch model of het nalopen van een checklist. De docent kan door de inzet van verschillende werkvormen direct inzicht in het leerproces van de leerling krijgen. Met die kennis kun je als docent je lesactiviteiten aanpassen aan het leerproces van de leerling. De term ‘ongoing assessment’ geeft daarmee het beste betekenis aan het beeld waarin leerlingen voortdurend feedback op hun leren ontvangen en de docenten in de gelegenheid zijn om de lesactiviteiten aan te passen aan het leerproces van de leerlingen: voortdurende formatieve evaluatie.

5 minuten formatief5 minuten formatief

Bij Onderwijs Maak Je Samen is in de 5 minuten serie de uitgave ‘5 minuten formatief’ verschenen; een uitgave met 40 werkvormen die direct in de lessituatie inzetbaar zijn. Door het regelmatig toepassen van een verscheidenheid aan formatieve werkvormen krijgen docenten voortdurend inzicht in het leerproces van de leerlingen en kunnen daardoor de leerlingen beter helpen richting hun einddoelen door lesactiviteiten aan te passen en te differentiëren.

Bestellen?

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.