leestijd:

Op onze website vind je een collectie van honderden 5 minuten-spelletjes. In dit artikel vind je een speciale categorie van ‘boomspelletjes’ voor leerlingen vanaf 4 jaar.

Boompje verwisselenBoomtikkertje
Materiaal: geen
Ga met de kinderen naar buiten op de speelplaats. Bij dit tikspel moet degene die getikt wordt, meteen stilstaan en als een boom gaan staan: armen en benen wijd. De andere kinderen lopen tussen deze ‘bomen’ door. Na een paar minuutjes begint het spel opnieuw met een andere tikker.

Variant: De ‘bomen‘ kunnen vrij gemaakt worden, als er iemand onder de boom
(benen) doorkruipt.

De boom wordt hoe langer hoe dikker ( zangspel)
Materiaal: een boom op de speelplaats
De kinderen houden elkaar vast in een lange rij. De voorste van de rij houdt een boom vast. Degene die aan het eind van de rij is, draait met de rij om de boom heen, net zo lang tot ze alle¬maal om de boom heen staan, onder het zingen van: “En de boom wordt hoe langer hoe dikker en de boom wordt hoe langer hoe dikker.”
Daarna gaat de rij achteruitlopend weer terug en wordt er gezongen: ” En de boom wordt hoe langer hoe dunner en de boom wordt hoe langer hoe dunner.”
Als er geen boom is die gebruikt kan worden, kunnen de kinderen zelf een dikke boomstam vormen; het eerste kind blijft staan en de rij draait zich er dan omheen.

Meten van de boom
Materiaal: verschillende bomen, een touw
De kinderen gaan met hun armen om de boom heen. Kunnen de handen elkaar raken? Bij wie kan dat wel of bij welke boom kan dat wel? Past het touw om de boom?

Variant: Oudere kinderen kunnen gaan meten met een touw en daarna het touw op de grond leggen en precies met een centimeter nameten wat de omvang is.

 

Vanaf 7 jaar

Boompje verwisselen
Materiaal: bomen of palen, fluitje, iets om te markeren ( krijtje, lintje)
Markeer het aantal bomen, twee minder dan er kinderen zijn die aan het spel meedoen.

Regels: 1x fluiten betekent een boom vasthouden 2x fluiten betekent die boom weer loslaten. Er mag steeds maar één kind per boom staan. Er wordt een tikker uitgekozen en iemand die de signalen geeft. Iedereen begint te rennen en bij het eerste signaal gaat iedereen bij een boom staan. Als de boom vastgehouden wordt, mag er niet meer getikt worden. De twee kinderen die geen boom hebben, zijn dus vogelvrij en kunnen wel worden getikt. Na een paar seconden wordt het tweede signaal gegeven en iedereen laat de boom los en rent weer rond, totdat het signaal klinkt om weer naar een boom te gaan. Degene die de signalen geeft, mag de kinderen ook foppen. Als er namelijk 2x gefloten wordt terwijl de kinderen rennen, mag er niet naar de bomen gegaan worden.

Variant: Het spel wordt nu zonder signalen gespeeld. De kinderen die geen boom hebben, mogen naar een boom met een speler gaan. Die speler moet dan weg, want er mag maar één speler staan per boom. Dan mag de vertrekkende speler dus weer getikt worden. Er hoeft niet gewacht te worden totdat iemand wordt verjaagd van de boom. Er kan natuurlijk meteen al naar een andere boom gerend worden. Dat maakt het spel nog spannender.

Boompje trekken
Materiaal: een boom
Maak een kring om een boom en houd elkaars  handen vast. Dan gaat de kring van voren,
naar achteren, van links of naar rechts lopen. Wie tegen de boom aankomt, is af en verlaat de kring. Wie blijven er nog over?

Vind je eigen boom
Materiaal: blinddoek en diverse bomen
Maak groepjes van twee kinderen. Een kind krijgt een blinddoek voor, de ander is de begeleider. Er wordt samen naar een boom gelopen en daar mag het kind goed gaan voelen en eventueel ruiken. De structuur van de schors is bij iedere boom anders. Daarna wordt het kind teruggebracht naar het beginpunt en mag de blinddoek af. Kan het kind de gevoelde boom terugvinden?
Variant: Leg een stuk papier op de schors en ga er met wascokrijt overheen. Zo wordt de structuur goed zichtbaar. Kunnen de kinderen aan de hand van deze afdrukken een boom terugvinden?

Boomhoogte meten
Materiaal: een kartonnen driehoek, een hoge boom, (meetlint)
Een boom hoogte meten zonder ladder?
Dat kan met twee kinderen. De achterste zet de driehoek op het hoofd van de voorste. Zorg dat de onderkant van de driehoek gelijk loopt met de grond. Laat de voorste zover naar voren of naar achteren
lopen, dat precies de top van de boom in het beeld is, wanneer er langs de schuine kant van de driehoek omhoog gekeken wordt.
Meet vanaf dit punt de afstand tot de boom(1) bv. met grote stappen (meetlint)
Doordat een meetdriehoek twee gelijke zijden heeft, is de gemeten afstand(1) hetzelfde als de afstand tot aan het bovenste topje van de boom. De lengte van degene die onder de driehoek staat (2) moet er nog bij opgeteld worden.
Dat is dan ongeveer de hoogte van de boom. ( 1+2)

( Bron: Landelijk Comité Nationale Boomfeestdag)

Boom klimmen en boomstammen lopen
Kijk of er voor de kinderen in de buurt bomen zijn waar deze activiteiten uitgevoerd kunnen worden.
Ook kunnen ouders er op attent gemaakt worden (in een nieuwsbrief), dat spelen met bomen heel  goed voor de motorische ontwikkeling is, maar ook leuk en leerzaam kan zijn.

Voor deze en vele andere korte leuke en vaak leerzame spelletjes
ga je naar de 5-minutenpagina.

Stel je vraag aan

sluiten

sluiten

Geef aan waarin je geïnteresseerd bent

    Ik geef toestemming om nieuwsbrieven te ontvangen van Onderwijs Maak Je Samen.