leestijd:

Jongens bevinden zich op veel schoolvakken in een crisis. Om dat te veranderen, moeten scholen strategieën invoeren die zowel toegespitst zijn op jongens als op meisjes.

Dit artikel is een vertaling uit het Amerikaanse blad Educational Leadership / november 2010.

Door: Kelley King, Michael Gurian, en Kathy Stevens

Diane Cotner gaf al jaren les en twijfelde niet aan haar kennis en vaardigheden om goed les te kunnen geven. In 2007 kreeg ze echter te maken met een buitengewoon moeilijke groep jongens in groep 4, op een school die structureel slecht presteerde. Diane zei tegen de directeur: “Ik krijg het niet eens voor elkaar om de jongens stil te laten zitten voor een korte leesles. Ik moet iets doen.”

Desha Bierbaum, de directeur, droeg daarop een idee aan. “Ik heb me verdiept in de verschillen in de manier waarop jongens en meisjes leren. Waarom probeer je niet eens om de ongedurige jongens op te laten staan en rond te laten lopen terwijl je ze lesgeeft. Dit helpt de hersenen van bepaalde jongens bij het concentreren, waardoor ze beter leren.” Dit gesprek vormde het begin van ons succesverhaal bij  Wamsley Elementary School in Rifle, Colorado.

Verbetering van het schoolsysteem door middel van gendervriendelijkheid
Vijftig procent van alle leerlingen van Wamsley zijn leerlingen met een leerlinggewicht. Dertig procent van hen leert het Engels als tweede taal. In de herfst van 2007 kwam Wamsley onder toezicht te staan, omdat de jaarlijkse vereiste progressie niet werd geboekt.

Omdat de jongens aanzienlijk slechter presteerden dan meisjes bij Wamsley, besloot directeur Bierbaum om de inspanningen ter verbetering van de school te concentreren op gendervriendelijkheid. De medewerkers van de school erkenden dat ze meer inzicht hadden in het onderwijzen van meisjes dan jongens, maar kwamen ook tot de conclusie dat een eventuele professionele aanpak van de school om de jongens meer mogelijkheden te geven, tegelijkertijd ook aantrekkelijk moest blijven voor meisjes. Wamsley vroeg subsidie aan voor het bieden van online lessen en strategiegerichte training voor leraren van Wamsley, en voor professionele ontwikkeling en coaching op locatie met betrekking tot de verschillende onderwijsbehoeften van jongens en meisjes. Aan het einde van het eerste jaar van het initiatief waren de prestaties van leerlingen aanzienlijk gestegen en stond de school niet langer onder toezicht. Wamsley werd een landelijk succesverhaal.

Een jaar eerder waren de openbare scholen in Atlanta aan een zelfde avontuur begonnen. In 2006 voldeden veel scholen in Atlanta niet aan de criteria van de Onderwijsinspectie en eerdere pogingen om de scholen te hervormen, waren gestrand. Toen het personeel de gegevens uitsplitste op geslacht, viel het hen op dat de genderkloof met betrekking tot slechtere prestaties van jongens aanwezig was in alle subgroepen, en het grootst was voor gekleurde jongens en jongens met een lagere sociaal-economische status.

Scholen
In de herfst van 2007 startte het schooldistrict twee scholen voor leerlingen van hetzelfde geslacht —‘the Business Engineering Science Technology Academy for Boys’ (de B.E.S.T. Academy), en ‘the Coretta Scott Ring Young Women’s Leadership Academy’. Op dat moment raakten wij erbij betrokken. Docenten en medewerkers van de pilot-scholen ontvingen professionele training (inclusief coaching, online lessen, training op locatie en zomertraining) over de verschillende manieren waarop de hersenen van jongens en meisjes werken. Ze leerden hoe gender-vriendelijke onderwijsstrategieën op strategische wijze geïmplementeerd kunnen worden in alle aspecten van de school; van onderwijs tot begeleiding en sport.

Net als Wamsley, gelden deze scholen nu als succesverhalen. Binnen twee jaar voldeden beide scholen aan de criteria van de Onderwijsinspectie. Cijfers en toetsresultaten stegen, leerlingen waren vaker aanwezig, er werden minder straffen uitgedeeld en leraren voelden zich effectiever. Het district werkt nu aan plannen om de twee scholen voor leerlingen van hetzelfde geslacht uit te breiden tot het voortgezet onderwijs.

gendervriendelijkheidKijkend door de gender lens
In de afgelopen twintig jaar hebben we inspanningen ondersteund om kansen aan te grijpen in meer dan 2000 scholen verspreid over de Verenigde Staten. Wanneer onderwijzers toetsresultaten, cijfers, strafmaatregelen, het percentage voltooid huiswerk, het aantal verwijzingen naar speciaal onderwijs en de motivatie van leerlingen nauwkeurig bekijken, realiseren ze zich steeds hoe gender-gerelateerde problemen hun vermogen om de school te verbeteren, doorkruisen en dwarsbomen. Ze identificeren de volgende probleemgebieden voor meisjes:

 Minder leervermogen en betrokkenheid in wetenschaps- en technologielessen.
 Relationele agressie op school en op internet.
 Problemen met de ontwikkeling van de eigenwaarde tijdens de puberteit.

Ze identificeren andere probleemgebieden voor jongens:

 Lagere scores in de meeste lessen, vooral voor leerlingen uit gezinnen met lage inkomens en leerlingen met Engels als tweede taal – met name op het gebied van geletterdheid.
 Achtergestelde vaardigheden op het gebied van notities maken en luisteren.
 Meer problemen met huiswerk.
 Lagere cijfers voor alle vakken, behalve bepaalde wiskunde- en de meeste wetenschapslessen.
 Minder motivatie om te leren en minder besef van het belang van de leerstof.

Zowel jongens als meisjes hebben hulp nodig op specifieke gebieden. Maar de cijfers wijzen uit dat scholen op meer gebieden tekortschieten voor jongens dan voor meisjes (zie ook een doorkijkje: jongens op school). Een toenemend aantal leerkrachten uit de behoefte aan ondersteuning bij het effectief onderwijzen van jongens.

In maart 2010, gaf ‘the Center on Education Policy’ hieraan uiting door het uitbrengen van het rapport ‘Are There Gender Differences in Achievement Between Boys and Girls?’ Voor het rapport onderzocht het centrum toetsresultaten van alle leeftijdsgroepen in alle 50 staten en ontdekte het volgende:
“goed nieuws voor meisjes, maar slecht nieuws voor jongens. Met betrekking tot wiskunde scoren meisjes ongeveer net zo goed als jongens en de verschillen die bestaan in bepaalde staten, zijn gering en wijzen niet op een duidelijk
nationaal patroon ten gunste van jongens of meisjes. Maar met betrekking tot lezen, liggen jongens ver achter op meisjes in alle staten en deze kloof is in sommige staten zelfs meer dan tien procent.” (Chudowsky & Chudowsky, 2010, p. 1)

Het omgaan met deze realiteit is een belangrijke uitdaging voor eenieder die de hervorming van het onderwijs een warm hart toedraagt. Als we het niet erkennen en verzuimen om de inspanningen te leveren die nodig zijn om de genderkloof te dichten, dan zullen miljoenen jongens en mannen de komende decennia daarvan hinder ondervinden.

De beer op de weg
Jongens en meisjes zijn, net als mannen en vrouwen, geen stereotypen; ze vallen onder een breed spectrum van leervoorkeuren en stijlen. In feite is er veel overlap. Iedere dag werken leerkrachten met jongens die verbaal, samenwerkend en emotioneel zijn en met meisjes die visueel, competitief en minder emotioneel zijn.

Als groep is de kans echter groter dat jongens grafische denkers en kinesthetische lerenden zijn en dat zij beter gedijen bij een competitieve leerstructuur dan meisjes. Een aantal  genderverschillen die we waarnemen in het klaslokaal is zonder twijfel gekoppeld aan maatschappelijke invloeden. Een aantal wordt ook veroorzaakt door fysieke verschillen in de hersenen, die zijn waargenomen door neuro-wetenschappers (zie ” Boys & Girls, strategieën voor onderwijs aan jongens & meisjes in het basisonderwijs”).

De meeste leerkrachten waarmee we samenwerken, realiseren zich dat de lerarenopleiding maar ook de nascholing voor het onderwijzen van ‘alle leerlingen’ in feite een opleiding was voor verbaal, gestructureerd en bewegingsarm onderwijs. Dit zorgt voor een grote beer op de weg voor leerkrachten en scholen. Gezien de structuur, verwachting en leerstijlen in de hedendaagse klaslokalen, hebben leerkrachten in het algemeen meer moeite met het onderwijzen van jongens dan van meisjes (Gurian & Stevens, 2005; Whitmire, 2010). In een klaslokaal van 25 leerlingen zien we bijvoorbeeld dat vijf tot zeven jongens problemen hebben, of dit nu openlijke problemen zijn of de neiging om uit te vallen tijdens. het leerproces. Ze hebben een soort onderwijs nodig waarop leerkrachten nog niet voldoende zijn getraind. Het ontbreken van dergelijk onderwijs heeft grote invloed op de cijfers, toetsresultaten en het gedrag van de jongens en de klas als geheel evenals op het feit of de leerkracht het gevoel heeft dat hij of zij effectief lesgeeft.

Het boek Boys & Girls; Strategieën voor Onderwijs aan Jongens en Meisjes in het basisonderwijs is de Nederlandse vertaling van het door Michael Gurian geschreven boek ‘Strategies for Teaching Boys and Girls’. Dit boek is Onderwijs Maak Je Samen uitgegeven is te bestellen via onze webwinkel.

Bestel direct >>

Effectieve Strategieën voor Onderwijs aan Jongens en Meisjes
Hieronder volgen een paar voorbeelden van strategieën die leerkrachten gebruiken om de genderkloof met betrekking tot onderwijs te dichten.

Strategie 1: Beweging gebruiken
Chris Zust van de Wellington School in Columbus, Ohio, laat haar jongens en meisjes uit groep 3 opstaan tijdens het lezen. Ik speel een spelletje wanneer kinderen klaar zijn met lezen. Ze zoeken een plaatsje ergens in het klaslokaal en ik gooi een strandbal naar ze met daarop 8 vragen. Elke keer als een leerling de bal vangt, moet hij of zij een vraag
beantwoorden. De jongens zijn op deze manier veel intensiever betrokken bij de leesactiviteit  dan wanneer ze aan de leestafel zitten.

Het koppelen van leren aan beweging is vooral belangrijk voor jongens, omdat het ervoor zorgt dat ze niet wegglijden in een status van neurale rust en verveling. En omdat het de hersenactiviteit vergroot, kan beweging ook meisjes helpen in het leerproces. Naast het toepassen van beweging bij leeractiviteiten, kunnen leerkrachten ook korte hersenpauzes inlassen. Denk daarbij aan regelmatig terugkerende korte mogelijkheden om op te staan en te bewegen, bijvoorbeeld door te joggen op de plek waar je staat, rekoefeningen of een wave te doen, of te dansen op één plek met muziek.

Strategie 2: Voortbouwen op het visuele
Debbie Mathis, lerares van groep vijf, zag, net als haar collega’s op Edith Wolford Elementary in Colorado Springs, Colorado, dat jongens veel meer opstartproblemen hadden dan meisjes met betrekking tot traditionele schrijfactiviteiten. Ze schreven minder woorden, schreven minder zintuiglijke details op en behaalden lagere cijfers. Nadat ze hadden geleerd hoe de hersenen van grafisch georiënteerde jongens in elkaar zitten, besloten Debbie en haar collega’s om plaatjes uit stripverhalen te gaan gebruiken. “Dat prikkelde de verbeelding van de kinderen enorm.” Debbie: “De klas was door het dolle heen en de leerlingen schreven als bezetenen. Ik was oprecht zo enthousiast toen zelfs mijn meest terughoudende jongens stonden te popelen om hun schrijfwerk te delen.”

Karen Combs, een andere lerares op Wolford, bevestigt deze aanpak: Wanneer ik aan mijn leerlingen uitlegde dat zij plaatjes moesten tekenen als een manier om hun schrijfinhoud in te plannen, keken twee jongens in de klas elkaar aan en zeiden: “Leuk!”” Na ongeveer 30 minuten kwam de persoon die het minst met schrijven heeft naar me toe. Ik verwachtte dat hij zou vragen: “Hoeveel moet ik schrijven?” In plaats daarvan vroeg hij: “Wat als een uur niet genoeg is om alles op te schrijven dat ik heb gepland?”

Heather Peter, een lerares taal op de Broomfield High School in Broomfield, Colorado, merkt op dat, hoewel jongens verbaal uiting geven aan hun enthousiasme voor visueel-ruimtelijke projecten, meisjes ook opbloeien wanneer men hen de mogelijkheid geeft om visuele producten te creëren om hun bevattingsvermogen te demonstreren. Heather: “We hebben onlangs een blok over Hamlet voltooid. Hiervoor konden leerlingen kiezen uit het maken van een video, een talkshow, melodisch lezen of het schrijven van een script. 35 van de 38 meisjes kozen voor een visueel-ruimtelijk project.”

Visueel-ruimtelijke activiteiten bereiken een breder spectrum leerlingen, bevorderen de sterke punten van leerlingen, helpen bij het stimuleren en ontwikkelen van zenuwbanen en helpen zo de kloof voor zowel jongens als meisjes te dichten. Voor bepaalde leerlingen zijn deze activiteiten absoluut essentieel.

Strategie 3: Het toepassen van de interesse en keuzes van leerlingen
Will uit de bovenbouw van het voorgezet onderwijs had het, net als veel andere jongens, moeilijk op Atlanta Public. Will was niet gemotiveerd en er waren bovenmenselijke krachten voor nodig om hem ertoe te zetten zijn schoolwerk te doen. Maar Will had een grote passie voor sport. Zijn leraren pasten deze passie toe in zijn leerproces. Zijn leraren Engels, maatschappijleer en leraren van overige vakken vulden de klaslokalen met sportgerelateerd leesmateriaal; van grafische romans en technische tijdschriften tot sporttijdschriften en biografieën van voetbal- en basketbalspelers. Zijn leraren merkten een structurele verandering die we hieronder hebben samengevat:

Vanaf het moment dat we de interesses van jongens in de leerstof verwerkten, hebben we een aanzienlijke verandering waargenomen in de lichaamstaal van Will. Hij komt met opgeheven hoofd binnen, is vrolijk en maakt zelfs oogcontact. Tijdens de lessen en in zijn huiswerk krijgt hij nu te maken met dingen die hij interessant vindt, waar hij zich op kan richten. Jongens zoals hij kijken heel anders tegen school aan wanneer hun interesses en passies in de les zijn verwerkt.

Heather Peter, van Broomfield, heeft vergelijkbare strategieën gebruikt om de genderkloof te dichten. Ze zegt: “Verschillende leerlingen hebben mij in de afgelopen jaren verteld dat ze literatuur leuker vinden door alle projecten die ze hebben kunnen doen. Dit geldt niet alleen voor jongens, maar ook voor meisjes. Mijn leerling Alice vertelde me: “Ik zal Hamlet nooit meer vergeten, omdat ik altijd zal onthouden hoe het was om mijn videoclip te maken.”

Door nieuwigheden en door kinderen aangedragen onderwerpen toe te passen, stimuleren deze leerkrachten de motivatie van hun leerlingen. Voor zowel jongens als meisjes kan de motivatie om te leren het verschil uitmaken tussen slagen of falen.

Het dichten van kloven, nu en in de toekomst
Naar mate besturen, scholen en leerkrachten de genderkloof dichten, effectiever les geven, en slecht presterende scholen beter laten presteren, ontdekken en leren ze ook oplossingen die ze direct kunnen toepassen. Oplossingen die tegemoet komen aan de jongens en meisjes die ze onderwijzen. Nadat leraren meer dan 20 jaar zijn getraind in hoe ze jongens en meisjes kunnen helpen leren, en strategieën hebben geleerd om effectief onderwijs te geven, zijn wij van mening dat er in de volgende tien jaar meer mogelijkheden zullen ontstaan voor leerkrachten en scholen voor het kijken door de genderbril. Deze bril vormt essentieel gereedschap voor de hervorming van het onderwijs – een hervorming die scholen niet alleen in staat stelt om haar doelstellingen te behalen, zoals hogere cijfers voor alle groepen, maar die ook de liefde voor alle leerlingen in het schoolwezen weerspiegelt.

Referenties
Chudowsky, N., & Chudowsky,V. (2010). State test score trends 2007-08, Part 5: Are there gender
differences between boys and girls? Washington, DC: Center on Education Policy. Gurian, M., & Stevens, K.(2005).
The minds of boys: Savingour sons from falling behind inschool and life. San Francisco: Jossey-Bass.Whitmire, R. (2010). Why boysfail: Saving our sons from an educationalsystem that’s leaving thembehind. New York: Amacon.
Kelley King (
Kelley@gurianinstitute.com ) is associatedirector, Michael Gurian (michaelgurian@comcast.net) is de oprichter en KathyStevens (Kathy@gurianinstitute.com) is executivedirector van het Gurian Institutein Colorado Springs, Colorado.
Meer informatie over het werk van het Gurian Institute vindt u op
www.gurianinstitute.com.


Strategieën voor onderwijs aan jongens en meisjes in het basisonderwijs

  • Verbale / grafische verschillen. De hersenen van jongens hebben, vooral in de rechter hersenhelft, meer corticale gebieden dan de hersenen van meisjes,  die ingesteld zijn op ruimtelijke / mechanische verwerking; de hersenen van meisjes hebben doorgaans een grotere corticale nadruk op verbale verwerking (Baron-Cohen, 2003; Halpern et al., 2007).
  • Ontwikkeling van de frontale kwab. De prefrontale cortex van een meisje is doorgaans actiever dan die van een jongen van dezelfde leeftijd, en de frontale kwab van meisjes ontwikkelt zich doorgaans vroeger. Dit zijn de gedeelten van de hersenen waarin beslissingen worden genomen en waarmee wordt gelezen/geschreven en waarmee woorden worden geproduceerd (Baron-Cohen, 2003; Brizendine, 2010; Halpern et al., 2007).
  • Neurale staat van rust. De hersenen van jongens geraken doorgaans in een opvallendere staat van rust dan die van meisjes. Omdat overleven de eerste prioriteit is van de hersenen, wordt de omgeving gescand op informatie die wijst op een bedreiging, uitdaging of informatie die cruciaal is om te overleven (D. Amen, persoonlijk interview met M. Gurian, 15 juli 2008). Als het klaslokaal geen prikkels biedt die de hersenen interpreteren als zijnde belangrijk, dan glijden de mannelijke hersenen al snel af in een staat van rust (hetgeen zich openbaart als verveling of ‘uitchecken’). In het klaslokaal proberen jongens vaak om deze natuurlijke staat van rust te vermijden, door bijvoorbeeld met hun pen te trommelen of door klasgenoten aan te tikken (de Munck et al., 2008).

Referenties
Baron-Cohen, S. (2003). The essential difference: The truth about the male and female brain. New York: Basic Books.
Brizendine, L. (2010). The male brain. New York: Broadway Books.
de Munck, J. C., Goncalves, S. I., Faes, T. J., Kuijer, J. P., Pouwels, P. J., Heethaar, R. M., & Lopes de Silva, F. H. (2008). A study of the brain’s resting state based on alpha band power, heart rate and fMRI. Neuroimage, 42(1), 112-121.
Halpern, D. F., Benbow, C. P., Geary, D. C., Gur, R. C., Hyde, J. S., & Gernsbacher, M. A. (2007). The science of sex differences in science and mathematics. Psychological Science in the Public Interest, 8(1), 1-51.


Een  doorkijkje: jongens op school

 

  • Tijdens de meest recente Nationale schrijftoets, scoorde 26 procent van de jongens aan het eind van het voortgezet onderwijs onder de maat, ten opzichte van 11 procent van de meisjes. Slechts 16 procent van de jongens scoorde op vaardig/geavanceerd niveau ten opzichte van 31 procent van de meisjes (Kleinfeld, 2009).
  • Wat lezen betreft, scoorde een derde van de jongens aan het eind van het voortgezet onderwijs onder de maat tijdens de toets, ten opzichte van 22 procent van de meisjes; minder dan een derde van de jongens (29 procent) las op vaardig niveau, ten opzichte van 31 procent van de meisjes (Kleinfeld, 2009).
  • Jongens ontvangen tweederde van de Amerikaanse cijfers D en F (matige tot onvoldoende beoordeling) op school, en minder dan de helft van het Amerikaanse cijfer A (hoogste beoordeling) (Kauchak & Eggen, 2005).
  • Meisjes hebben een grotere kans om naar de Hogeschool of Universiteit te gaan en deze af te maken. In 2003 was de verhouding jongens/meisjes die een vier jaar durende studie aan de Hogeschool voltooiden 1 jongen op 1,35 meisjes.. Deze en nog vele andere gendergerelateerde kloven voor jongens zijn in de afgelopen tien jaar aanzienlijk gegroeid (Cataldi, Laird, & KewalRamani, 2009; Chudowsky & Chudowsy, 2010).

Referenties
Cataldi, E. F., Laird, J., & KewalRamani, A. (2009). High schooldropout and completion rates in the United States: 2007 (NCES2009-064). Washington, DC: National Center for Education Statistics, Institute of Education Sciences, U.S. Department of Education.
Chudowsky, N., & Chudowsky, V. (2010). State test scoretrends 2007-08, Part 5: Are there gender differences betweenboys and girls? Washington, DC: Center on Education Policy.
Goldin, C., Katz, L. F., & Kuziemko, I. (2006). The homecoming of American college women: The reversal of the college gender gap. Journal of Economic Perspectives, 20(4),133-156.
Kauchak, P., & Eggen, P. (2005). Introduction to teaching:Becoming a professional (2nd ed.). Upper Saddle River, NJ:Pearson Education.
Kleinfeld, J. (2009). The state of American boyhood. GenderIssues, 26(2), 113-129.

sluiten